Het zal een lichte aardschok zijn in de Ibisschool, op de grens van Bredene en Oostende. Het nieuwe schooljaar start er voor het eerst met niet louter jongens op de schoolbanken. Zondagavond worden de eerste meisjes ooit verwacht in het internaat. Ze zijn met vier: twee meisjes starten in het eerste leerjaar, twee in het tweede leerjaar van de lagere school. Daarmee komt een einde aan een traditie van 113 jaar, en daar zijn ze blij om in de school. "De komst van de eerste vier meisjes betekent inderdaad een mijlpaal voor ons. Jarenlang werd die droom al stilletjes gekoesterd binnen onze muren, maar nu is het zo ver", glundert directeur Philip Declercq.
...

Het zal een lichte aardschok zijn in de Ibisschool, op de grens van Bredene en Oostende. Het nieuwe schooljaar start er voor het eerst met niet louter jongens op de schoolbanken. Zondagavond worden de eerste meisjes ooit verwacht in het internaat. Ze zijn met vier: twee meisjes starten in het eerste leerjaar, twee in het tweede leerjaar van de lagere school. Daarmee komt een einde aan een traditie van 113 jaar, en daar zijn ze blij om in de school. "De komst van de eerste vier meisjes betekent inderdaad een mijlpaal voor ons. Jarenlang werd die droom al stilletjes gekoesterd binnen onze muren, maar nu is het zo ver", glundert directeur Philip Declercq.De huidige directeur startte in 1985 als leerkracht in de Ibis en werd er in 1996 directeur. "Onze school werd destijds opgestart in 1906 door wijlen Koning Albert I. Toen bestond er nog geen sociaal vangnet voor kinderen wiens papa op zee bleef. Het vissen op zee gebeurde toen nog met zeilschepen. Daarvan vergingen er begin de jaren 1900 jaarlijks gemiddeld een viertal. Kroostrijke vissersgezinnen verloren dan hun belangrijkste kostwinner, waardoor ze in mensonwaardige omstandigheden verder moesten leven. Om die kinderen op te vangen werd de Ibis opgericht, met een capaciteit van amper 60 leerlingen", schetst de directeur. "Tegenwoordig vergaan er veel minder schepen op zee, gelukkig maar. Maar dat wil niet zeggen dat sommige gezinnen met kinderen het niet moeilijk meer hebben in onze huidige maatschappij. Nog voor de Eerste Wereldoorlog werd de school al opengesteld voor alle kinderen die nood hebben aan extra zorg." En dat is nog steeds zo. De Ibis wil onvoorwaardelijk opvang bieden aan kinderen die veelal door een grote zorgvraag extra ondersteuning en begeleiding nodig hebben, luidt het op de website.De capaciteit van de jongensschool werd na de Eerste Wereldoorlog uitgebreid naar 70 leerlingen. In 1985 werd dan het internaatsgebouw opgetrokken en dat ging gepaard met een uitbreiding van de capaciteit naar 90 leerlingen. De laatste 15 jaar onderging de school een complete metamorfose met de opening van een nieuwe vleugel als absolute climax. "Dankzij die infrastructuur kunnen we nu voor het eerst meisjes opvangen", zegt een blije directeur. "Tot in 2017 hadden we in het internaatsgebouw vier slaapzalen met een capaciteit van 28 bedden. Nu beschikken we over kleinere slaapzalen, met minder bedden en meer comfort, en zelfs individuele kamers, goed voor de opvang van 110 kinderen. De laatste bedden uit 1966 werden vorig jaar trouwens vervangen."De metamorfose van de Ibis is met de komst van de meisjes zo goed als afgerond. Enkel de bouw van een nieuwe turnzaal staat volgend jaar nog op het programma. "Ik denk dat wij nog een van de laatste echte jongensscholen waren in Vlaanderen, maar we moeten mee gaan met onze tijd", lacht de directeur. "De meisjes zitten samen met de jongens in een van de negen leefgroepen en volgen dezelfde lessen. Uiteraard zijn er wel aparte sanitaire ruimtes en de meisjes slapen ook apart."De kledij - de leerlingen van de Ibis dragen een marine-uniform - wordt in eerste instantie ook niet aangepast. "Onze leerlingen dragen nog steeds een uniform binnen en zelfs buiten de schoolgebouwen. Wij zijn lang niet de enige school die dat nog steeds doen. Dat uniform is en blijft het uithangbord van de Ibis. Of de meisjes dan geen rok krijgen in plaats van een broek? In eerste instantie niet. Later, als we meer meisjes in de school hebben, kan dat misschien wel."De komst van de meisjes verandert niets aan het personeel, dat al voor meer dan de helft uit vrouwen bestaat. "In totaal hebben we 47 mensen in dienst. Dat gaat over het directiepersoneel en de leerkrachten tot de opvoeders en de naaisters. De naaisters zorgen ervoor dat alle kledij voor onze leerlingen in orde is. De meisjes kwamen trouwens hun kledij al passen.""Weet je overigens dat we tegenwoordig ook onze eigen kapster hebben? Waar we de jongens vragen hun haar aan te passen aan het uniform dat ze dragen, dus geen lange haren te hebben, gaan we de meisjes uiteraard niet vragen hun haar af te knippen. Het blijven nog steeds meisjes", lacht de directeur. "De huidige beperkte capaciteit laat voorlopig niet toe meer dan acht meisjes te herbergen. De prioriteit gaat naar zusjes van de jongens die al in de Ibis verblijven. Ze kunnen voorlopig enkel en alleen ingeschreven worden in het eerste en het tweede leerjaar van de school. Andere meisjes zijn welkom in de eerste graad van de lagere school als ze voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden. Daarbij moeten hun noden kaderen binnen ons toelatingsbeleid waarbij voorrang wordt gegeven aan kinderen uit de meest kwetsbare gezinnen", besluit directeur Philip Declercq. De achtjarige Indy Lasoen uit Menen is een van de vier meisjes. Haar broertje Branko (11) zit in de Ibis sinds vorig jaar. Indy kwam deze week haar uniform passen bij de naaisters van de school. "Ik ben blij dat de school de stap heeft gezet om ook meisjes toe te laten", zegt mama Virginie Deprez (33). "Haar broertje zit hier sinds vorig jaar en het bevalt hem hier super goed. Hij is het die vorig jaar tegen het einde van het schooljaar thuiskwam met het nieuws dat er ook meisjes zouden worden toegelaten. Daarop contacteerden we de school en zo ging de bal aan het rollen.""Of ze het niet raar zal vinden tussen al die jongens? Ach, ze is al aan het denken wie haar vriendje zal worden (lacht). Les volgen samen met broer ziet ze ook wel zitten. Of ze dan iets in de maritieme sector zal doen later? Wie weet? Ze is pas acht jaar en heeft nog alle tijd om uit te zoeken wat ze later graag wil doen." Indy zelf reageert kort, maar enthousiast op de vraag of ze het ziet zitten. "Jaaaa", klinkt het volmondig.