Jan Steen is een van drijvende krachten achter Nocturnes in Ieper: “Als je je niet kwetsbaar opstelt, beleef je niks”

Jan Steen, de ‘naakte’ markies van Carabas die op de Kattenstoet rondloopt in een ton. © TOGH
Tom Gheeraert

De Nocturnes lieten de Ieperlingen deze zomer een nostalgische – figuurlijke – duik nemen in het voormalige openluchtzwembad. Een van de drijvende krachten achter die vereniging is Jan Steen. Je kunt hem ook kennen van tal van theaterwandelingen én de Kattenstoet, die hij schijnbaar naakt aflegt, in een ton. “Ik ben niet bang om me bloot te geven.”

Jan Steen groeide op in Poelkapelle als zoon van de gelijknamige gemeentesecretaris, woonde daarna een tijdje in Antwerpen en Oostende, en strandde begin jaren negentig in Ieper. Om zich te integreren in de Kattenstad sloot hij zich aan bij de pas opgerichte Nocturnes. “Mijn eerste rol was die van de Chazerat, een ingenieur die in dienst was van Vauban. Hij was eigenlijk de man die de plannen tekende. Met dat personage ben ik min of meer bekend geworden.”

Ben je een geboren acteur?

“Dat vind ik niet, maar iedereen zegt dat wat ik speel, goed is. Als ze me nog steeds vragen, dan geloof ik dat wel. Hoewel: nog altijd met enige bescheidenheid, want er zijn mensen die veel beter kunnen acteren dan ik. Nu, iedereen heeft wel iets dat hem ligt. Als ik mijn kostuum aantrek – en de Nocturnes hebben altijd prachtige kostuums – verander ik van persoonlijkheid. Die handjes gaan omhoog, de neus in de lucht… (speelt het hautaine personage de Chazerat, red.) en je kijkt neer op de mensen. Het is ongelofelijk hoe je je vanzelf begint te gedragen als die persoon.”

Je acteert niet alleen bij de Nocturnes.

“Via Piet Lesage speelde ik ook een stuk of vier keer mee met de Corneelkring Brielen. Nu ben ik daar meer geëvolueerd naar de bar. Ik deed ook tal van theaterwandelingen van andere gemeentes, zoals Heerlijk Verleden in Zonnebeke. Ook met de theaterwandelingen over Baekelandt in Langemark-Poelkapelle deed ik mee. Het meest recente was in Geluveld, theaterwandelingen over Léonie Keingiaert, de eerste vrouwelijke burgemeester.”

Je hebt ook een opvallende rol in de Kattenstoet.

“Ze hadden iemand nodig die ‘naakt’ in een ton wilde rondlopen. Dat ging over de molenaar die een aantal zonen had. Op zijn sterfbed gaf hij zijn geld aan de ene, de molen aan de andere, en aan de jongste zoon gaf hij de kat. Die was natuurlijk teleurgesteld, maar de kat zei: ik zorg er wel voor dat je rijk wordt. Op een dag passeert de koning in zijn koets en zegt de kat: ‘Koning, hier is mijn meester, de markies van Carabas. Hij is heel rijk, maar was gaan zwemmen en ze hebben zijn kleren gestolen. Vandaar dat hij in een ton rondloopt.’ De koning had compassie en was zodanig enthousiast over de zogezegde rijkdom van de ‘markies’, dat hij de hand van zijn dochter schonk en opeens was de molenaarszoon schatrijk.”

Je durft je wel bloot te geven?

“Ik ben helemaal niet bang om mij een beetje kwetsbaar op te stellen. Als je dat niet doet, kun je niets beleven. Dan kabbelt het leven alleen maar vooruit. Als je je kwetsbaar opstelt, kun je harde klappen krijgen, maar kan je ook veel vreugde beleven. Dat besef komt wel pas op latere leeftijd, zoals veel dingen. Je relativeert meer, je trekt je véél minder aan van alles…”

“De Menenpoort? Dat is altijd een beetje thuiskomen”

Hoe zijn jullie met de Nocturnes in het openluchtzwembad terechtgekomen?

“Normaal zouden we theaterwandelingen doen rond ‘Ieper en de Britten’, maar de coronamaatregelen werden pas in maart opgeheven en onze locaties moesten klaar zijn tegen begin juni; in drie maanden lukt dat niet. Dus hebben we beslist om alles te verplaatsen naar 2023. Opeens kwam dan de locatie van het openluchtzwembad ter sprake. Aangezien het niet zeker is dat dat er volgend jaar nog zal zijn, dachten we: misschien kunnen we daar iets doen om vrolijk afscheid te nemen van een monument voor vele Ieperlingen.”

Hoe kijk je erop terug?

“Het was superplezant. In het begin was de opkomst niet wat we verwacht hadden. Ik denk dat er een beetje te veel te doen was. Iedereen organiseert en organiseert, maar je kunt moeilijk overal naartoe gaan. Hoe langer het duurde, hoe meer volk er kwam. Ik denk dat we het moesten hebben van mond-tot-mondreclame, want het bracht toch veel nostalgische gevoelens over bij de mensen. ‘Je moet er gewoon een beetje water in doen, en je kan zwemmen’, hoorde je wel eens.”

Dat was op een boogscheut van de Menenpoort. Heeft dit gebouw een speciale betekenis voor jou?

“Mijn jeugdjaren waren in Poelkapelle. Mijn vader zat in het Guynemercomité, dus als kind heb ik wel kransen bij dat monument gelegd. De herdenking van de slachtoffers, mensen die gevochten hebben om onze vrijheden te vrijwaren, zat er dus altijd in. Vrijheid is een fragiel gegeven. Met de oorlog in Oekraïne en de opkomst van extreemrechts in Europa, ben ik me wel bewuster dat we die vrijheden niet for granted mogen nemen.”

“Natuurlijk denk ik bij de Menenpoort ook aan de vele keren dat we er met de Nocturnes gepasseerd zijn. De Menenpoort is ook altijd een beetje thuiskomen, als je eronder rijdt.”

Wie is Jan Steen?

Privé

Jan werd geboren in Roeselare op 31 oktober 1959. Hij heeft drie broers: Dirk, Pol en Piet. Jan woont in de Motestraat in Ieper.

Opleiding

Na de kleuter- en lagere school in Poelkapelle en het middelbaar in het College in Ieper studeerde Jan toegepaste economische wetenschappen in Antwerpen.

Loopbaan

Na zijn studies vond Jan werk bij een scheepvaartagentuur. Na anderhalf jaar ging hij voor dezelfde firma werken op de luchthaven van Oostende. Twee jaar later mocht hij beginnen bij de technische dienst van de stad Ieper, als de assistent van de ingenieur, maar het grootste deel van zijn carrière werkte hij op de financiële dienst van de stad. Sinds november 2021 is hij met pensioen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.