Frans Lignel is oud-schepen en heemkundige; “100.000 jonge mensen weg: ijzingwekkend!”

Frans Lignel: “Ze waren zot, jonge mensen zo uitmoorden.” (foto TOGH)
Tom Gheeraert

Wat krijg je als je met een heemkundige die 24 jaar schepen van Cultuur en Toerisme was interviewt onder de Menenpoort? Heel wat verhalen en ontboezemingen over WO I en hoe Ieper met dat verleden omgaat. “Bij de uitbreiding van de industriezone werden doodshoofden en beenderen gewoon op de vrachtwagen gegooid”, zegt Frans Lignel (73), die binnenkort zijn magnus opus over Vlamertinge publiceert.

“Mijn tienerjaren in het College waren mijn eerste kennismaking met de Menenpoort”, vertelt Frans Lignel. “Ik zat in de studie tot 19.30 uur. Als ik laat vertrok was ik net op tijd voor de Last Post, maar ik was daar dikwijls helemaal alleen. Ik zag de klaroeners met de fiets afkomen, en dan speelden ze nog niet in uniform van de brandweer.”

U was 22 jaar schepen. Hoe blikt u terug op die periode?

“We waren vol met ideeën en wilden van alles. Ik herinner me dat mij schoonvader, de laatste burgemeester van Vlamertinge, zei: je zult een heel andere invulling van het begrip tijd meemaken. Dat is wel zo. Je denkt dat je rap iets kan organiseren, maar door de mallemolen van de ambtenarij en de wetgeving loop je met je hoofd tegen de muur.”

Heeft u ooit de ambitie gehad om burgemeester te worden?

“Neen, want wij hadden toen bekwame mensen genoeg die bovendien al ervaring hadden, zoals een Luc Dehaene. Ik wilde eigenlijk gewoon cultuur in Ieper bevorderen. Toen Jan Durnez gedeputeerde werd, wilde niemand zijn bevoegdheid financiën overnemen. Ik had toen al een beetje aan den lijve ondervonden dat je gemakkelijker iets kon bekomen als je de financiën in handen had. Je kon het snijden van de stukken van de financiële taart mee helpen bepalen en op die manier naar cultuur brengen.”

Als schepen van Cultuur en Financiën kon u wel één en ander realiseren.

“Wij hadden het geluk dat we aan het einde van de afbetalingen van grote leningen zaten. Veel van die leningen hadden trouwens betrekking op de wederopbouw na WO I. In de jaren tachtig was dat nog heel voelbaar in het financiële reilen en zeilen van het stadsbestuur. Bovendien had Jan Durnez in de jaren tachtig het gemeentelijke onderwijs gegeven aan het gemeenschapsonderwijs, waardoor ook een heel stuk budget vrijkwam. Dankzij al die factoren konden we een inhaalbeweging maken wat cultuur betreft.”

Toerisme was ook een bevoegdheid van u, al was dat wellicht toen niet van hetzelfde niveau als nu?

“Wij waren ontzettend blij dat we de eerste toeristenbus terugzagen op de Grote Markt begin jaren 90. Wij lieten destijds een SWOT-analyse doen, en het was niet de rally noch de Kattenstoet maar wel WO I waarvoor Ieper internationaal bekend stond. Toen werd er dan ook beslist om volop in te zetten op WO I. In 1998 zijn we met het In Flanders Fields Museum begonnen en behaalden daarmee meteen tal van prijzen. De aantrekkingskracht van Ieper is begonnen met de musea.”

Heeft de Menenpoort een speciale betekenis voor u?

“Ik ben hier met mensen vanuit de vier windstreken van de wereld gekomen. Ik ben nog op een begraafplaats geweest waar Nieuw-Zeelanders met een uit speciaal hout gehouwen potje de geest van een Maori-soldaat kwamen halen. Zij geloofden dat zij de geest terugbrachten naar Nieuw-Zeeland. De hoge tol van de oorlog grijpt me nog steeds aan. 100.000 jonge mensen zijn verdwenen, dat is ijzingwekkend. En dan spreken nog niet eens over de Duitsers. Ze waren zot, jonge mensen zo uitmoorden.”

Kon men meer doen om die 100.000 vermisten terug te vinden?

“Tussen 1920 en 1990 is er nooit één soldaat gevonden. Als de boer ging aangeven dat hij een skelet gevonden had, dan werd hem twee of drie maanden de toegang tot zijn perceel verboden. Dus ze werden nooit aangegeven.”

“In de jaren negentig breidde de industriezone uit richting Boezinge, maar dat lag dus pal in een deel van de Ypres Salient, ongekuiste grond waar nog nooit naar gekeken was. Daar zag je doodshoofden en beenderen liggen en die werden zomaar op de vrachtwagen gegooid. Ik zei: mochten de Britten dat ooit zien, dat zal voor incidenten zorgen. Daarna is beslist om toch respectvoller met de menselijke resten om te gaan.”

Met wat bent u nu bezig?

“Ik heb als voorzitter van Heemkring Flambertus de geschiedenis van Vlamertinge vanaf onderzocht. Eind dit jaar wordt daarrond een boek gepubliceerd. Zeven jaar ben ik daarmee bezig geweest. Ik heb veel moeten studeren, oud schrift leren ontcijferen. Alle parochies in de streek zijn op dezelfde manier ontstaan, dus in die zin is het een case study. Ik ben trouwens ook nog bezig met een ander boek over Vlamertinge, namelijk met de geschiedenis van de Franse Revolutie tot WO I. Ik zit dus niet stil.”

Frans Lignel

Frans Lignel werd geboren in Ieper op 25 augustus 1948, als zevende kind van Omer Lignel en Simonne Bouve. Hij is bijna 50 jaar getrouwd met Annemarie Platteau. Samen hebben ze een zoon Thomas en een dochter Sofie. Er zijn ondertussen ook al vier kleinkinderen.

OPLEIDING

Kleuter- en lagere school deed hij in de Vrije Basisschool Vlamertinge, middelbaar in het College. Hij volgde daarna regentaat Nederlands-geschiedenis-godsdienst in Torhout.

LOOPBAAN

Frans was leraar in het VTI in Diksmuide (1970-1975) en Ieper (1975-2012). In 1989 werd hij schepen in Ieper, wat hij bleef tot 2012. Nu zetelt hij nog in een aantal raden van bestuur, onder andere van wzc Wintershove, Kliniek Zwarte Zusters en de scholengemeenschap. In 2016 won hij de Cultuurtrofee van stad Ieper. Hij is ook voorzitter van heemkring Flambertus in Vlamertinge.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.