Sinds de fusie van Marlux-Bingoal met Pauwels Sauzen-Vastgoedservice voelt het voor Arno Debeir als de kroniek van een aangekondigd afscheid. Nochtans kreeg hij pas begin november te horen dat zijn contract bij Pauwels Sauzen-Bingoal niet werd verlengd. "Ik zag het al eerder aankomen. Eigenlijk wist ik het op de stage in Calpe al zo goed als zeker. We zijn ook niet dom natuurlijk, want er waren veel jongens die wel nog een doorlopend contract hadden. Die fusie is sowieso niet echt goed voor de cross, want zo is er weer een ploeg minder voor de renners."
...

Sinds de fusie van Marlux-Bingoal met Pauwels Sauzen-Vastgoedservice voelt het voor Arno Debeir als de kroniek van een aangekondigd afscheid. Nochtans kreeg hij pas begin november te horen dat zijn contract bij Pauwels Sauzen-Bingoal niet werd verlengd. "Ik zag het al eerder aankomen. Eigenlijk wist ik het op de stage in Calpe al zo goed als zeker. We zijn ook niet dom natuurlijk, want er waren veel jongens die wel nog een doorlopend contract hadden. Die fusie is sowieso niet echt goed voor de cross, want zo is er weer een ploeg minder voor de renners." Op 17 november finishte de derdejaarsbelofte in Hamme 16de, in wat achteraf zijn laatste veldrit bleek. "Ik heb vorige week beslist om het crossen stop te zetten", klinkt het zonder aarzelen. "De cross is aan het veranderen, waardoor ik het plezier erin verloren ben. Het gaat de laatste tijd ook moeilijk, daar moet ik eerlijk in zijn. Ik voelde ook dat ik geen ploeg meer zou vinden. Als je niet de beste bent, is er geen interesse. In een zwarte trui rijden, leek me ook maar niks. Ik ben zeker van mijn beslissing."De student Toegepaste Informatica (Howest) plaatst ernstige vraagtekens bij de huidige evoluties in de veldritwereld. Zo moeten beloften heel vaak gewoon bij de elite starten. "Meer dan de helft van de tijd bij de profs, dat is niet plezant. In de Superprestige in Ruddervoorde moest ik bijvoorbeeld op de zesde rij starten. Dan wordt het heel moeilijk om in België nog UCI-punten te pakken. Eigenlijk schiet er voor de beloften enkel nog de DVV-trofee over." Die gezamenlijke wedstrijden ontstonden vooral door de snelle opmars van Wout van Aert en Mathieu van der Poel. "Maar dat zijn uitzonderlijke talenten. Voor eerstejaarsbeloften is het echt een slechte zaak. Je krijgt als crosser de kans niet meer om rustig te groeien. Misschien zou ik pas binnen vier jaar mijn top bereikt hebben? Het is niet goed om de groei van een renner te willen forceren. Volgend seizoen zou het misschien nog erger zijn. Want wat blijft er dan over als je niet naar die nieuwe Wereldbeker mag?"In de jacht naar UCI-punten zakte Debeir deze winter meermaals af naar buitenlandse crossen. "Dat is wel eens tof, maar dat kost ook veel geld. Je hebt al chance als je met dat beetje startgeld je naft kan betalen. (lacht) Je moet dan ook hopen dat je geen pech hebt, anders is de reis helemaal voor niets geweest." De Torhoutenaar startte onder andere in het Zwitserse Aigle, de thuishaven van de internationale wielerunie. "Je zou in Zwitserland een lastig parcours verwachten, maar daar was het zoals in Ruddervoorde. Veel draaien en keren dus, wat niet mijn specialiteit is. München, op de olympische site, was wel heel mooi. Sven Nys werd daar lang geleden (in 1997 red.) inderdaad wereldkampioen bij de beloften."Het afscheid van de crossfiets betekent voor de 20-jarige Torhoutenaar zeker nog geen afscheid van het peloton. Op de weg hoopt Debeir zichzelf heruit te vinden. "Sommige mensen zien meer in me als wegrenner. Dit seizoen was het trouwens ook niet slecht op de weg, bijvoorbeeld in de Ronde van Luik. Ze zeggen dat ik een klimmer ben. We zullen wel zien wat het geeft." De naam van zijn nieuwe ploeg kan Debeir voorlopig nog niet bekendmaken. "Het is nog niet getekend, maar we zijn mondeling wel al overeengekomen. Het is een ploeg die een heel mooi programma kan bieden, met de meeste grote koersen in België en heel mooie wedstrijden in het buitenland. Ik kijk ernaar uit om mezelf te ontdekken." (ACL)