Wachtlijst voor volkstuintjes in Oostende was nooit eerder zo groot

Secretaris Peter Desnerck in park De Drie Platanen, dat in 2019 opende.© Gillian Lowyck
Secretaris Peter Desnerck in park De Drie Platanen, dat in 2019 opende.© Gillian Lowyck
Gillian Lowyck

De volkstuintjes zijn nog nooit zo populair geweest. Oostendenaars schrijven zich massaal in voor een plekje in een van de volkstuinparken, maar moeten wel héél lang geduld uitoefenen. Ongeveer 150 mensen staan op de wachtlijst, en ieder jaar komen er slechts een stuk of vier tuintjes vrij.

Tuinhier-Akkerwinde beheert de volkstuinparken in Oostende en Bredene. In Oostende zijn er 176 tuintjes, verdeeld over vier locaties: De Groene Dyck, Karel Achtergaele, Zomerloop en de Drie Platanen.

“Momenteel staan er ongeveer 156 mensen op de wachtlijst”, zegt secretaris Peter Desnerck. “Dat was nooit eerder zo groot. Ik geloof dat er zeker tweewekelijks iemand nieuw zich inschrijft voor de wachtlijst. Maar je moet dat aantal wel wat nuanceren. Er staan zeker wat mensen van buiten Oostende op de lijst en sommigen schrijven zich in voor meerdere locaties. Bovendien moeten we vaak verschillende mensen opbellen wanneer er een perceel vrijkomt. Een stukje van zo’n 150 m², daar kruipt wel wat werk in en dat ziet niet iedereen zitten.”

“Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat de nood hoog blijft”, gaat Peter verder. “Zeker als je weet dat er op jaarbasis maar zo’n vier tuintjes vrijkomen, dan kan je héél lang op de wachtlijst staan.”

Nieuwe locatie?

De wachtlijst werd iets weggewerkt in 2019 met de opening van het nieuwe park de Drie Platanen langs de Nieuwpoortsesteenweg. Maar vandaag is er niets meer te merken van die inhaalbeweging. “Dat heeft eigenlijk ook een omgekeerd effect gehad: dit is een populaire wandel- en fietsroute en daardoor zijn er veel meer mensen die geïnteresseerd zijn in een tuintje. In het voorjaar zien we altijd een piek in de inschrijvingen en ook in de zomer, wanneer alles in bloei staat.”

Tuinhier-Akkerwinde gaat op zoek naar oplossingen voor de wachtlijst. “We hebben altijd oog voor gronden die mogelijk ergens vrijkomen. We gaan gesprekken aan met de dienst openbaar domein, en ook met de Vlaamse Milieudienst, Farys… We hebben ons oog laten vallen op een zijstraat van de Gistelsesteenweg als mogelijke locatie.”

Oostende niet slecht bedeeld

Nochtans is Oostende met zijn 176 tuintjes niet slecht bedeeld. “In Oudenburg zijn er 18, in Gistel maar tien. Ook in steden als Kortrijk zijn er nog minder tuintjes dan hier. Op zich is het dus nog niet slecht gesteld hier in Oostende. Maar toch blijft er een grote vraag. Al houden de meeste mensen wel rekening met het feit dat het ettelijke jaren kan duren.”

Zolang er geen nieuwe gronden gevonden worden, moet er op zoek gegaan worden naar creatieve oplossingen: “We zijn van plan om grotere perceeltjes – in samenspraak met de gebruikers uiteraard – te verdelen. Er staan heel wat jonge gezinnen op de wachtlijst en een perceel van 150 m² is misschien wat groot. Het is dus mogelijk om dat in twee te delen en zo de wachtlijst wat weg te werken. De laatste jaren hebben we dat nog maar twee keer gedaan, maar we zijn van plan om daar dit jaar werk van te maken.”

Een ander heikel punt zijn tuintjes die verwaarloosd worden door de gebruiker. “Ja, dat is een moeilijk verhaal”, zucht Peter. “Er zit altijd een verhaal achter. Iemand die in het ziekenhuis lag bijvoorbeeld, en niet kon komen tuinieren. Een tuin vergt natuurlijk ook wel wat tijd. We controleren daar wel op. Ook hier kan herindelen van percelen een oplossing zijn.”

Weinig rotatie

Schepen Björn Anseeuw (N-VA), bevoegd voor Openbaar Domein, erkent het probleem. “Nu is het wel zo dat er overal een groeiende interesse is voor volkstuintjes. Het is zeker niet enkel in Oostende dat er een lange wachtlijst is. Bovendien is er weinig rotatie; het is meestal maar bij overlijden dat er een tuintje vrijkomt. Dat zijn twee factoren waar we niet veel aan kunnen doen. Maar we stellen ons wel altijd de vraag bij vergroening: kunnen hier extra volkstuinen komen? Niet iedere ruimte is daar geschikt voor. De Lijnbaanstraat wordt bijvoorbeeld een groene zone, maar is niet geschikt voor volkstuinen. Je kan ook niet zomaar overal tuinen aanleggen. Je moet rekening houden met natuurgebied, bouwgrond… Het is niet zo simpel. De ruimte in Oostende is ook beperkt. Maar we houden het wel altijd in ons achterhoofd. Momenteel hebben we geen concrete plekken in gedachten, maar ik sluit het zeker niet uit.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.