Expo over band tussen twee schilders nog tot 5 december in Ensorhuis: “Raveel en Ensor hebben veel gemeen”

In 2011 was Raveel nog te gast op een workshop van mu-zee-um voor Oostendse jongeren. Hij schilderde er zijn versie van Ensors ‘Intocht van Christus’. (foto ML)
Redactie KW

Wat verbindt James Ensor en Roger Raveel nog buiten hun nauwe band met onze stad? In de kunstexpo ‘Raveel ontmoet Ensor’ geeft curator Xavier Tricot het antwoord in zijn voor de expo geselecteerde werken. De twee ontmoeten elkaar ook fysiek één keer, in de zomer van 1945. Raveel zal zich dit memorabele rendez-vous een leven lang blijven herinneren.

Vandaag ontmoeten ze elkaar over de dood heen op een muurbreed doek in het gebouw van DAB Vloot aan het Montgomerydok en op de achtersteven van de gelijknamige nieuwe veerboot. Bij leven en welzijn gebeurde dat ook één keer.

Bij de meester

De 18-jarige, jonge kunstenaar kampeert in 1945 met zijn vrouw Zulma en zijn vriend Marcel Ysewijn in Bredene. Samen trammen Roger en Marcel naar Oostende. Ze bellen er na enige aarzeling bij de 87-jarige Ensor aan. Naar gewoonte opent domestiek Gustje de deur. “Of ze meneer Ensor misschien kunnen spreken?” klinkt het verlegen. “Meneer Ensor?” repliceert Gustje gepikeerd. “Het is meester Ensor!” Waarop hij hen dominant de twijfel aanpraat en zegt: “Kom morgen eens terug, dan zien we wel.”

Gedwee druipen ze als betrapte schoolkinderen af. De volgende dag ontvangt de hoogbejaarde meester hen wel en vraagt hij hen of ze de groten al hebben gezien; zijn Intrede van Christus te Brussel, die in de blauwe salon hangt. Waarop hij de snaken wijsmaakt dat zijn verfleverancier hem een grote partij nieuwe verf heeft geleverd om er een groot werk mee te schilderen. Maar Ensor hoort de academiestudenten ook uit, maakt grapjes en klaagt over zijn moeilijke stoelgang.

Met de tentoonstelling bewijst Xavier Tricot dat deze twee kunstschilders ondanks hun leeftijdsverschil, afkomst, milieu, andere schildertechniek en iconografie als einzelgängers hun eigenzinnig artistieke pad uittekenden temidden van de heersende kunststromingen. “Dankzij de kracht van hun verbeelding overstijgen ze allebei de loutere uitbeelding van de werkelijkheid”, stelt Tricot. “Beiden kregen bij het begin van hun carrière met spot en minachting af te rekenen.”

Maar er zijn ook heel wat overeenkomsten: ze schilderden tal van zelfportretten en stillevens. Ook landschappen: voor Ensor zijn dat Oostendse stadsgezichten, Raveel tekent en schildert zijn dorp Machelen-aan-de-Leie. Ook de eigen directe leefwereld inspireert, net als de sterke band met hun ouders, daarvan getuigen hun portretten tot op hun doosbed toe. Dat Raveel opkeek naar de schilder van het licht las je hierboven. Maar hij zocht ook inspiratie in Ensors werk.

Verknocht

Ensor is Oostende, maar ook Raveel was verknocht aan onze stad. Hij had er een dijkappartement. Zijn beeldhouwwerk Confrontatie is te zien in het Koningspark, en in het gebouw van DAB Vloot realiseerde hij naar eigen zeggen, een van zijn mooiste creaties: De tijd, de zee en Oostende. Zelf was hij ook nog aanwezig op de doop van de twee eerste veerboten van DAB Vloot waarvoor hij de rompbeschildering ontwierp. Ook curator Tricot ontleende de naam van de onlangs in de vaart genomen derde veerboot voor zijn expo in Het James Ensorhuis. (ML)

Tot 5 december dagelijks van 10 tot 18 uur in het Ensorhuis. Niet op maandag. De begeleidend catalogus samengesteld door de curator kost 24,95 euro.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.