Vloedlijn

© BELGA
Jan Devriese

‘Zal een beetje later zijn.’ ‘Lichte vertraging.’ ‘Nu pas vertrokken.’ Het zijn wellicht de berichtjes die ik het vaakst verzend. Nee, ik ben niet de meest stipte mens, in mijn vrije tijd.

Een verklaring — geen excuus — voor die onhebbelijke gewoonte is wellicht dat ik voor het werk wél stipt moet zijn, stipt en liefst zelfs iets te vroeg. Al ruim dertig jaar race ik tegen de klok, week in, week uit, dag in, dag uit, soms zelfs uur in, uur uit — mocht dat laatste goed Nederlands zijn. In mijn vak staat op elke denkbeeldige hoek van elke denkbeeldige straat een denkbeeldig mannetje met een chronometer in de hand. Vooruit, opschieten, voortmaken, niet treuzelen, er is haast bij. Het helpt niet dat ik me boos maak op die mannetjes, want die doen ook maar hun werk — en bovendien zijn ze denkbeeldig.

Mijn vak is schrijven. Ik schrijf teksten voor wie het niet zelf kan en gek genoeg is om mij daarvoor te betalen. (Met een mooi Nederlands woord noemt men dat copywriting.) Wat ik ook doe: zieke teksten genezen, goeie teksten nóg beter maken, en briljante teksten vooral met rust laten. Soms is iets níét doen ook vakwerk.

Het helpt niet dat ik me boos maak op die mannetjes

Ik schrijf ook stukjes. Dingetjes zoals dit. Ik begin meestal met een ideetje, zoek daar wat woorden bij, en zet die in een aanvaardbare volgorde, in de hoop dat u bij lezing ervan af en toe instemmend knikt en op de juiste momenten eens glimlacht. (Hier, bijvoorbeeld.) Een enkele keer is er een hoofdredacteur van een geëerde publicatie die zegt: hé, Devriese, zin om dat voor ons te doen? Dan knik ik eens instemmend en glimlach. Ongeveer twintig jaar heb ik dat voor Het Laatste Nieuws gedaan, voortaan mag ik dat doen voor De Krant van West-Vlaanderen.

Dat komt mij goed uit, want ik ken West-Vlaanderen wel een beetje. Ik ben er geboren en woon er, en ben op vele mooie plekken in die sympathieke provincie al eens zeer dronken geweest — slechte vrienden, en geen karakter, doch dit blijft vanzelfsprekend tussen ons. Bovendien ligt West-Vlaanderen op veilige afstand van Antwerpen en Brussel, en lekker dicht bij de zee: daardoor hebben wij in de zomer de beste plekjes op het strand, want wij hoeven niet in de file te staan. Wij stappen gewoon op onze fiets en peddelen monter naar de vloedlijn. Daar staan wij dan in mystieke vervoering richting Engeland te kijken. Heerlijk. Soms vergeet ik daarbij de tijd. Dan schrik ik telkens weer als ik op mijn horloge kijk — oei, is het al zo laat? — en zend vervolgens een berichtje: ‘Zal een beetje later zijn.’

Leven tussen deadlines

Jan Devriese leeft tussen deadlines. De Brugse stukjesschrijver maakte 45 jaar geleden zijn allereerste artikel, toevallig (of niet?) voor deze krant. Na een lange omzwerving is de cirkel rond en de pen weer thuis. Elke twee weken zal Jan hier wat woorden in een meer dan aanvaardbare volgorde zetten. Hij wisselt af met Laura Schuyesmans, die leeft met een deadline.

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.