Een venster op de wereld

Nathalie

Nathalie (42), moeder van twee tieners en bezorgd kleinkind. Ze schrijft uit liefde voor haar grootmoeder en in de hoop om de (keuze)vrijheid van ouderen meer in de verf te zetten na corona. Om de identiteit van haar grootmoeder te beschermen, schrijft ze zonder familienaam; die is bekend bij de redactie.

Het huis van mijn grootouders was een bel-etage met grote ramen aan de straatkant. Mijn grootvader kwam over de middag thuis eten. Hij dutte dan even achter glas in de zon. Het raam keek uit op een plein, waarvoor mijn grootouders zich vaak prezen: “Wat zijn we toch rijke mensen, met een huis dat uitkijkt op een groen plein…” Het raam was de verbinding tussen binnen en buiten, een uitkijkpost wanneer de kleinkinderen op bezoek kwamen. Enthousiast stonden ze al te wachten en te zwaaien vooraleer we nog maar op de bel hadden kunnen drukken.

Na het aftakelingsproces en het overlijden van mijn grootvader in een woonzorgcentrum een half jaar vóór coroona, moest mijn grootmoeder voor de derde keer verhuizen. Opnieuw een aanpassing… Van een grote kamer die je nog als een appartement zonder keuken zou kunnen opvatten, naar een kleine kamer voor één persoon. Die kamer had volgens mijn grootmoeder één pluspunt: een venster op de wereld vanaf de eerste verdieping, gelegen langs de straatkant…

Eenzaamheid

Volgens de regels van het woonzorgcentrum moesten deze enigszins lage ramen gesloten blijven. Sommige dementerenden dwaalden door de kamers en men vreesde voor ongelukken. Na enkele weken in haar nieuwe kamer boekte mijn grootmoeder met haar droge huid een kleine overwinning op doktersadvies: voor de luchtvochtigheid zou men het raam beter openen. Op voorwaarde dat mijn grootmoeder haar kamer goed afsloot wanneer ze haar kamer verliet, mocht ze haar raam zelf openen… De verzorgster feliciteerden haar met deze fris ruikende kamer.

Meer dan twee maanden zat mijn grootmoeder in 2020 opgesloten in haar kamer volgens het meest strikte regime: eten op de kamer, verboden op de gang te komen, geen bezoek…Dit startte exact zes maanden nadat haar man met wie ze zestig jaar had samengeleefd, was overleden. Ze tuimelde verder en verder in de put der onverwerkte rouw, eenzaamheid en verveling.

Raambezoek

Telkens weer vertelde ze me aan de telefoon over het geluk van het hebben van haar raam. “Alle mensen die langsfietsen, zwaaien en dan zwaai ik eens terug.” De achterkleinkinderen maakten lange fietstochten tot bij haar en als in een echte kinderstoet, gooide ze snoepjes door het raam. Een feest om die te kunnen vangen….

Kinderen en kleinkinderen die in de buurt woonden, deden af en toe een raambezoek. Ze probeerden te praten met haar vanaf de straat, zij vanuit HAAR raam. Eenvoudig was dat niet, ook haar gehoor ging achteruit. Wanneer auto’s passeerden, miste ze de zin en besloot vaak gefrustreerd dat het praten beter ging met de ipad, dan voor het raam. De tablet die ze altijd geweigerd had, werd haar digitaal venster. We namen haar mee op wandelingen met ondergaande zon, we toonden onze verbouwingswerken of eenvoudige dingen des levens zoals het groeien van de planten in de moestuin waar zij vroeger ook van had genoten. Ze genoot van de lachebekken van de kleinste achterkleinkinderen.

Kaakslag

In de tweede coronagolf werd het regime heel licht versoepeld: twee keer per week een bezoek van één uur, geen bezoek tijdens het weekend “wegens personeelsgebrek”. Mijn broer die in de week werkte, ging op raambezoek. Het was ons al een paar keer opgevallen. In haar enthousiasme kon mijn grootmoeder voorover leunen uit het raam. We vroegen haar dan wat achteruit te gaan.

Tijdens het raambezoek met mijn broer had een leidinggevende van het woonzorgcentrum mijn grootmoeder uit het raam zien hangen, en gevreesd voor het risico van een valpartij. De volgende dag kwam de afdelingsverantwoordelijke met de niet mis te verstane woorden: “Jij hangt uit uw raam. Zo kan je eruit vallen. Men heeft u gezien. Dat raam gaat dicht.”

Baf, alweer een kaakslag. De verdere afhandeling gebeurde uiteraard niet met mijn grootmoeder zelf, maar per mail met mijn vader. De conversatie evolueerde snel van “Wij gaan overleggen” tot… “Wij hebben besloten, het is te gevaarlijk, dat raam gaat dicht.” De teneur van de mails werd een kat-en-muisspel en ontaardde in een machtsspel: “Zij is niet van de gemakkelijksten en zij zal zich schikken”. Argumenten dat onze grootmoeder goed te been was en heel goed zou opletten, werden van tafel geveegd. Na een twaalftal mails stelde mijn vader zelf een oplossing voor. Het raam afsluiten met een kinderslot. Zo was er geen enkel risico voor valpartijen en kon ze toch nog enigszins genieten van frisse lucht. Kostprijs: vijfentwintig euro.

Kinderslot

Hoewel dit eigenlijk alweer een extra gesloten kanaal naar de buitenwereld was, verwonderde ik me dat dit verhaal haar met trots vervulde. Zo vertelde mijn grootmoeder me: “Ze hebben in vijf kamers als test zo een kinderslot geplaatst en als het goed werkt, gaan ze dat overal installeren. En die menskes zitten hier al zeven jaar zonder raam dat opengaat. Kunt g’u dat voorstellen?”

Ik feliciteer haar uiteraard hartelijk met haar veldslag voor frisse lucht voor alle opgesloten bewoners van het woonzorgcentrum. “Je blijft heldhaftig, ook in de negentig …”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.