Luc Sampers vond de steen een dikke acht jaar geleden toen hij zijn weide omploegde. Het gaat om een wit marmeren blok van 50 centimeter hoog en 5 cm dik. Vermoedelijk hoorde de steen bij de kerk van Zuidschote. "De grafsteen werd waarschijnlijk in de loop der tijden uitgebroken en gebruikt als puin om een poel te dempen. Dat zou de verklaring kunnen zijn waarom de steen op ruim anderhalve kilometer van de kerk is gevonden", zegt woordvoerder Cathérine Lamaire van stad Ieper.
...

Luc Sampers vond de steen een dikke acht jaar geleden toen hij zijn weide omploegde. Het gaat om een wit marmeren blok van 50 centimeter hoog en 5 cm dik. Vermoedelijk hoorde de steen bij de kerk van Zuidschote. "De grafsteen werd waarschijnlijk in de loop der tijden uitgebroken en gebruikt als puin om een poel te dempen. Dat zou de verklaring kunnen zijn waarom de steen op ruim anderhalve kilometer van de kerk is gevonden", zegt woordvoerder Cathérine Lamaire van stad Ieper.Uit analyse en genealogisch onderzoek blijkt dat het om een grafsteen gaat van Laurentius Louage en Clara van Belleghem. Laurentius werd geboren in 1655 in Zuidschote en stierf op 9 november 1704. Hij werd dus 49 jaar. Zijn echtgenote Clara wasgeboren op 30 maart 1659 in Langemark en overleed in 1733 in Zuidschote op 74-jarige leeftijd.De heemkundigen Aurel Sercu en Georges Smagghe onderzochten de levenswandel van Laurens en Clara en schreven er een artikel over in het heemkundig tijdschrift 'de Boezingenaar'. Dankzij dat onderzoek kent het Yper Museum nu de herkomst van de witte steen. "In de late 17de, vroeg 18de eeuw woonden er 55 gezinnen in Zuidschote. Daarvan waren er 25 boerenfamilies. Laurens en Clara hadden minstens vijf kinderen", aldus Aurel Sercu en Georges Smagghe.Lees verder onder de foto.Het Yper Museum ontdekte dat Laurens Louagie een buitenpoorter was van de stad Ieper. "Dit betekent dat hij volgens Iepers recht werd berecht bij een eventueel misdrijf. Hij betaalde daarvoor belasting, een privilege dat zijn echtgenote na zijn dood verder bekostigde. Het echtpaar pachtte een stuk grond 'met hofstede' in Zuidschote", legt Cathérine Lamaire uit. "Volgens het onderzoek blijkt ook dat er naast de kinderen ook vijf knechten bij hen inwoonden. Zeker dit relatief hoge aantal knechten (drie jongens en twee meisjes) wijst op een hoge welstand. Door de relatief hoge positie van de familie, is het niet onwaarschijnlijk dat ze in de kerk zijn begraven, niet in het kerkhof eromheen."Op de steen staat een epitaaf of grafschrift, wat in de 18de eeuw een wijdverspreide gewoonte was. "Epitafen moesten voorbijgangers aansporen om bij de overledene stil te staan. De vaste aanhef DOM is Latijn en staat voor 'aan God, de beste en hoogste, gewijd'. Dit was sinds de 16de eeuw een populaire zin voor op graven en stamt uit de Romeinse periode."Volgens schepen van Musea Dimitry Soenen is de grafsteen een mooie aanwinst voor het Yper Museum. "We zullen die op de juiste manier bewaren voor het nageslacht. De steen en het lokale historische onderzoek geven ons inzicht in het plattelandsleven in de dorpen rond Ieper in de vroeg 18de eeuw. Dat allemaal dank zij de inzet en goede reflex van het gezin Sampers. De musea en ikzelf zijn hen daarom uiterst dankbaar", besluit de schepen. (TOGH)