Nikolas Maes:”Toen Bomans zag dat ik te weinig trainde, mocht ik niet mee naar het WK”

Officieel zijn Jens Debusschere, Stan Dewulf en sinds dit jaar ook Alex Vandenbulcke recordhouder van het aantal eindzeges in WestSprint. Officieus is die virtuele titel echter weggelegd voor Nikolas Maes. De intussen 33-jarige uitgeweken Otegemnaar won WestSprint in 2004 als tweedejaarsjunior en werd de drie jaar ervoor, toen het oude puntensysteem nog de kermiscoureurs bevoordeelde, door deze krant telkens tot Beloftevolste Renner van zijn categorie verkozen. De lange weg naar de top, van 12-jarige aspirant tot knecht van Tom Boonen. Maes: “Het zou logisch geweest zijn als ik geen prof was geworden.”

Nikolas Maes, in 2013 als eregenodigde op de uitreiking van WestSprint. (foto a-RN) © KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Het is een goedgemutste Nikolas Maes die we op een gezapige herfstdag in de lobby van Blue Woods Deerlijk aantreffen. De 33-jarige Otegemnaar mag dan al bijna tien jaar zijn geboortestreek voor Oost-Vlaanderen ingeruild hebben, terugkeren naar zijn roots doet hem nog altijd goed. Maes glimlacht. “Of je mij wegkapitein van Lotto-Soudal mag noemen? De ploeg stelt mij alleszins heel vaak in die rol op. Dus ja, daar kan ik wel mee leven.”

***

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Debuut als duatleet

“Ik was twaalf jaar. Dan concentreer je je niet op één sport. Dan sport je gewoon. Ik fietste. En ik liep. Het was dus logisch dat ik aan duatlons deelnam. Ik werd Belgisch kampioen, maar vraag me niet in welke leeftijdscategorie dat was. Ik denk zelfs dat ik duatlon en wielrennen ben blijven combineren tot en met mijn eerste seizoen bij de nieuwelingen. (korte stilte) Het kan ook een jaartje vroeger zijn. (grijnst) We praten wel over bijna 20 jaar geleden, hé.”

Nikolas Maes:
© Bart Vandenbroucke/vdb

A bloc naar Moen

“Bij de aspiranten trainde ik niet. Eigenlijk was het beschamend. Elke woensdagnamiddag fietste ik naar mijn toenmalige vriendin in Moen. A bloc reed ik van Otegem naar daar en twee uur later reed ik terug. Ook à bloc. Dat was mijn training. Natuurlijk was ik daarnaast nog veel in beweging, met mijn twee broers, Kristof en Michaël. We deden van alles en nog wat. Ik raad het elke aspirant aan. Op die leeftijd wordt er tegenwoordig veel te professioneel gewerkt, denk ik. Fietsen is een fysieke sport. Zolang je geen groeispurt hebt gehad, kan je niet echt trainen. Op die leeftijd moet je dus vooral graag sporten. Zoveel mogelijk dingen uitproberen. En uitzoeken waar je goed in bent.”

Nikolas Maes:
© Bart Vandenbroucke/vdb

Aspirant Daniel Oss

“Als 13-jarige aspirant won ik alles. Op één wedstrijd na: de Euro Fête in Francorchamps, een soort van Europees kampioenschap voor aspiranten. Ik herinner me een sterke Zwitser, Alain Lauener. Als junior of belofte heb ik hem nog eens op een startlijst van een wedstrijd gezien, maar voorts heb ik er nooit meer iets van gehoord. Zo zie je maar… Wie me wel is bijgebleven, is Daniel Oss. Hij is van 1987, reed dus een categorie lager bij de 12-jarigen, en eindigde daar ook op het podium.”

Onnodige stress

“Wat vooral heel grappig is: op dat moment ga je daar enorm in op. Nu, na een carrière van 20 jaar, denk ik: hoe relatief is dat allemaal? Maar toen was dat het belangrijkste in mijn leven. Ik won bijna al die wedstrijdjes en kon op den duur alleen maar verliezen. Dat zorgde voor onnodige stress. Stress die onvermijdbaar was. Ook door mijn entourage. Een jongen van die leeftijd kan enorm door zijn omgeving beïnvloed worden. Als daar dan enkele mensen agressief reageren, ga je daarin mee. Het toont aan hoe belangrijk een goeie entourage is.”

Een nieuweling kan enorm beïnvloed worden door zijn omgeving. Het toont aan hoe belangrijk de entourage is

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Geert Tiebergyn

“Als 14-jarige aspirant heb ik op de piste van Zwevegem Geert Tiebergyn leren kennen. Hij liep daar rond met zijn zoon Kim, die ook koerste (en de voorbije jaren de motard was van onder meer topfotograaf Tim De Waele, red.). Geert heeft me toen uitgenodigd om aan zijn wintertrainingen deel te nemen. Die vonden plaats in Body Gym, aan het zwembad van Zwevegem. Hij werkte samen met de triatleten van het No Limit Team uit Zwevegem. Ik ben nog met hen op stage geweest. Ik herinner me dat we in een chalet in de Ardennen verbleven en veel plezier hadden. We trainden goed, maar in een ongedwongen sfeer. Het is een schoolvoorbeeld van hoe het op die leeftijd moet zijn. Het was geen kamp, maar het leek er wel op. Kim, Brecht en Wouter Lavaert, Jeroen Defeyter, Alphonse en Julien Vermote, Wesley Gadeyne, Mathias Vanmarcke, Toon Declercq, Arne Scherpereel… Deze winter komen we nog eens samen. Ik organiseer een tocht met de mountainbike. (grijnst) ’t Zal gene gemakkelijken zijn.”

Spooksponsor

“In 2002 reed ik voor WT Affligem. We hadden een sponsor uit de Franse Alpen: Hotel l’Atre Fleuri. We gingen er zelfs een weekje op stage in de cols. Wij, renners, stelden er ons weinig vragen bij. Bleek het wel om een spooksponsor te gaan zeker… Enkele ouders, onder wie die van mij, zijn zelfs moeten bijspringen om het seizoen te kunnen uitdoen.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Jugend Tour

“Als nieuweling reed ik ook twee keer de Jugend Tour in Oostenrijk. In 2001 was Andy Schleck een van onze tegenstanders. In 2002 wonnen we alles wat er te winnen viel. Ik won twee ritten, Pieter Jacobs de twee andere en het eindklassement. Thomas De Gendt pakte de bolletjestrui. De andere Belgen waren Kevin Seeldraeyers, Jan Bakelants en Ben Hermans. Straf dat iedereen uit die nationale selectie van Rony Vanmarcke prof is geworden.”

Wintertrainingen

“De wintertrainingen zoals ik die met Geert deed, vind ik heel belangrijk als nieuweling. Kracht, stabilisatie… Voor zoiets moet je goed begeleid worden en Geert deed dat. Elke dinsdag- en donderdagavond fitness, één tot anderhalf uur lang. In het weekend deden we een groepsrit van drie uur langs de Leie en Schelde.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Privé

33 jaar. Geboren in Kortrijk. Groeide op in Otegem, met ouders Hendrik Maes en Dorine Vandemaele en broers Kristof en Michaël. Woont nu in Lochristi met vriendin Katrijn Hullaert en zoon Médard.

Carrière

Behaalde 76 zeges als jeugdrenner. Maakte in 2007 profdebuut bij Chocolade Jacques-Topsport Vlaanderen en reed later voor Quick.Step en Lotto-Soudal. Behaalde 3 zeges als profrenner: rit Ronde van Burgos (2009), Moorslede (2012) en eindstand World Ports Classic (2013). Heeft nog contract tot eind 2020 bij Lotto-Soudal.

WestSprint

Nieuweling: 14de in 2001 (+ Beloftevolse Nieuweling), 11de in 2002 (+ Beloftevolste Nieuweling). Junior: 25ste in 2003 (+ Beloftevolste Junior), 1ste in 2004. Belofte: 3de in 2005, 3de in 2006.

Mathias Delameilleure

“Als nieuweling was het door de toenmalige puntentelling onmogelijk voor mij om WestSprint te winnen. Alleen in West-Vlaamse kermiskoersen vielen veel punten te pakken. In 2002 won Mathias Delameilleure. Als zijn naam valt, moet ik spontaan denken aan kniebandjes, lang haar, wielen van Spinergy en een helm van Briko. (glimlacht) Heerlijk toch, die herinneringen aan toen.”

Geen WK in Hamilton

“In 2003 kwam ik uit voor het Wielerteam Waasland van Rik Devoogdt. Op het einde van het jaar mocht ik niet mee naar het WK in Hamilton. Weet je trouwens waarom? We moesten aan bondscoach Carlo Bomans doorgeven hoeveel we zoal getraind hadden. Ik had beter wat gelogen, maar gaf alles eerlijk door. Alleen, dat was echt weinig. En dus belde Carlo me verontwaardigd op. Dat het niet kon dat ik zo weinig trainde. (lacht) Hij had ergens een punt: dat jaar was ik een beetje ondertraind. De reden daarvoor? Geert benadrukte me altijd dat ik niet te vroeg te veel mocht doen. Achteraf gezien is dat een goeie zet geweest. Als ik naar de namen van goeie juniores in 2003 kijk, zijn er veel van tussenuit gevallen, terwijl ik nog veel progressie heb geboekt.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Michiel Delva

“Als tweedejaarsjunior ben ik wel deftig beginnen te werken. Meer uren op de fiets vooral. Ik trainde iets intensiever en werd nog meer begeleid. In die periode is ook de wintertraining bij Michiel Delva (een bekende osteopaat uit Menen, red.) erbij gekomen, samen met Stijn Devolder, Maxim Debusschere, de broers Vermote… Bij hem werkten we altijd met gewichten, met een bar van acht kilogram. Het was een soort van voorloper van de core stability. Michiel doet dat trouwens nog altijd. Twee jaar geleden ben ik nog eens een hele winter naar hem geweest om alles herop te frissen.”

Nikolas Maes:
© Corbis via Getty Images

Sprintje tegen Boonen

“Eén van mijn grootste concurrenten bij de juniores was Maxime Vantomme, die heel explosief was. Bij de profs is hij echter nooit helemaal kunnen doorbreken, maar oké, dat kan ik misschien ook van mezelf zeggen. Het is niet zo eenvoudig. Bij de beloften zie je vaker getalenteerde renners die heel explosief zijn, maar eenmaal bij de profs komen er duurvermogen en veel weerstandskilometers bij. Daardoor neemt de explosiviteit af, iets wat je bij heel wat jonge profs al na één seizoen vaststelt. Wist je dat ik bij Quick.Step Tom Boonen in een kort sprintje altijd versloeg? In koers was het echter Tom die won, op de kracht. Een heel atypisch geval daarin is Mathieu van der Poel, al is de verklaring daarvoor volgens mij niet ver te zoeken. Mathieu rijdt niet zoveel zware wegkoersen. Die maken een renner loom. In plaats daarvan gaat hij lekker mountainbiken. Een slimme keuze.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Een aspirant die top is, schopt het zelden tot prof. Eigenlijk zou het pas logisch geweest zijn als ik nooit coureur was geworden

Het grote Beveren 2000

“In 2005 maakte ik mijn beloftedebuut bij het grote Beveren 2000. Kijk maar naar de namen van mijn ploegmaats in die twee jaar: Meersman, Bakelants, Hermans, Seeldraeyers, Devenyns, De Backer, Vantomme, Vandewalle, Neirynck, Joseph, Nolf, Vanspeybrouck… Geert Tiebergyn was in die periode nog altijd mijn trainer. Hij vroeg veel tips aan Dirk Demol (Tiebergyn was verzorger bij Discovery Channel, waar Demol als ploegleider aan de slag was, red.) en die werden vervolgens in mijn trainingsprogramma geïntegreerd.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Gelost op training

“Mijn ploegleider bij Beveren 2000, Wim Feys, kon maar niet begrijpen dat ik me tijdens de groepstrainingen in de winter bergop altijd liet lossen. Dat klopt niet helemaal. Typisch voor die trainingen was dat iedereen altijd en overal à bloc zat te rijden. Ik wilde me niet forceren en reed dus op mijn gemak. Wim maakte zich daar boos om en heeft zelfs nog naar mijn trainer gebeld. Waarop Geert zei: Nikolas, je zal toch één keer à bloc omhoog moeten rijden. Dat heb ik dan ook gedaan. Ik kwam als eerste boven op een bergje in de Westhoek. Toen was het goed voor Wim en kon ik me weer laten lossen. (glimlacht) Ik raad het iedereen aan.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Klik in Hotton

“Als eerstejaarsbelofte presteerde ik heel regelmatig, maar in september behaalde ik in mijn laatste koers van het seizoen, de Topcompetitie in Hotton, nog een ferme uitschieter. Net na de start reed ik lek. Ik kreeg een nieuw wiel en kon op mijn gemakje weer naar het peloton rijden, terwijl ze à bloc aan het koersen waren. Dacht ik in mezelf: tiens, ik heb precies een goeie dag. In de finale raakte ik met vier man voorop: Johnny Hoogerland en Robert Gesink van Rabobank en Francis De Greef en Jelle Vanendert van Jong Vlaanderen. In de laatste ronde liet De Greef een gat vallen voor Vanendert, maar ik had het vlug door en ging op en over hem. Die zege in Hotton was een klik. Toen besefte ik: het is de moeite om ervoor te gaan.”

Geen trainer als prof

“Na mijn overstap naar de profs is vooral het trainingsvolume nog toegenomen. Ik ging ook gerichter trainen: op explosiviteit, op kracht… Nooit werkte ik met uitgelijnde schema’s, maar ik kreeg vanuit het team waarvoor ik reed wel richtlijnen en type trainingen voorgesteld.”

“Er is sinds mijn profdebuut in 2007 veel veranderd. Dat is al bijna dertien jaar geleden, hé. Het is een andere benadering nu. Het wielrennen is tien keer professioneler geworden. Toen ik de overstap maakte, was het verschil tussen beloften en profs veel groter. Nu staat de begeleiding bij de beloften al bijna op het niveau van de profs. Je mag iemand als Remco Evenepoel natuurlijk niet als maatstaf nemen, maar de overstap naar de profs is geen schok meer.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Tegen de logica in

“Of ik tevreden op mijn carrière terugkijk? (knikt) Eigenlijk zou het pas logisch geweest zijn als ik nooit coureur was geworden. Iemand die bij de aspiranten top is, schopt het immers zelden tot bij de profs. Meestal is het dan tegen de beloften al gedaan met koersen. (neemt er de einduitslag van WestSprint 2003 bij, red.) Bekijk die namen maar eens. Tom Windels, Alexander Clynhens, Jurgen François… Allemaal goeie nieuwelingen en juniores, maar nu koersen ze al lang niet meer. Tot en met de beloften heb ik altijd een hoog niveau gehaald, maar als jonge prof ben ik afgeremd door een aneurysma, een vertakking van de slagader naar de maag. Dat heeft me twee jaar doen verliezen, maar ik ben er uiteindelijk wel van hersteld en kreeg de kans om naar Quick.Step te gaan. Daar ben ik Patrick (Lefevere, red.) nog altijd dankbaar voor.”

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

***

Het interview loopt op zijn einde. Nikolas Maes staart voor zich uit. “Ik denk dat ik volgend jaar bij Lotto-Soudal één van de oudste renners van de ploeg zal zijn. Hoelang ik nog zal koersen, weet ik niet. Sowieso heb ik nog een contract voor 2020 en daarna zou ik zeker nog voor twee seizoenen willen bijtekenen. Ik doe het nog graag en wil me focussen op wat ik nu doe. Bij de ploeg weten ze intussen wel wat ze aan mij hebben. Ik behaal geen uitschieters, maar ken ook geen slechte periodes. Wat na mijn carrière volgt, zien we dan wel. Ik ben iemand met veel interesses en ideeën, maar voor de rest wil ik me daar nog niet te veel over uitspreken.”

Nikolas Maes:
© Corbis via Getty Images

Nikolas Maes:
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

Over Stan Dewulf: “Ploeg moet niet te veel reclame rond Stan maken”

Als wegkapitein bij Lotto-Soudal nam Nikolas Maes dit jaar Stan Dewulf onder zijn hoede. De Stavelse neoprof heeft een prima debuutseizoen bij de grote jongens achter de rug. “Ik zag in hem meteen een kleine Lampaert”, fluistert Maes ons toe. Het was de uitgeweken Otegemnaar die Dewulf dit jaar vaak op sleeptouw nam. “Stan is net als Yves een stevig uit de kluiten gewassen kerel. En er staat een kop op. Hoe ik zijn toekomst zie? Laat ons zeggen dat we er binnen de ploeg niet overdreven veel reclame rond moeten maken. Geef hem voldoende kansen en dan mogen we er nog wel wat van verwachten.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.