Frank Depestele is als coach even ambitieus als realistisch, zo blijkt al snel. "Natuurlijk wil ik later weer in het buitenland aan de slag, maar ik besef dat ik in een leerproces zit, dat misschien wel vele jaren kan duren."
...

Frank Depestele is als coach even ambitieus als realistisch, zo blijkt al snel. "Natuurlijk wil ik later weer in het buitenland aan de slag, maar ik besef dat ik in een leerproces zit, dat misschien wel vele jaren kan duren."Wist je al lang dat je trainer zou worden of begon het trainerschap je pas later te prikkelen? Frank Depestele: "In eerste instantie wilde ik gewoon zo lang mogelijk volleyballen, al had ik wel interesse in dat trainerschap. Ik ben sinds mijn achttiende dagelijks met het spelletje bezig en dat laat je niet zomaar los. De kans was dus groot dat ik coach zou worden. Vorig seizoen nam ik bij Haasrode Leuven in afwezigheid van Kris Eyckmans al een drietal trainingen per week over en dat zag ik als een goede leerschool."Van welke trainer heb je doorheen de jaren het meeste opgestoken? "Dominique Baeyens heeft sowieso een groot deel van mijn loopbaan getekend, aangezien hij tien seizoenen mijn sportieve baas was. Ik kon het goed met hem vinden, maar ik ben Yurek Strumilo minstens even dankbaar voor hetgeen hij mij bijbracht. Hij bombardeerde mij op mijn achttiende tot basisspeler bij Maldegem. In die tijd toch ongewoon dat een jonge gast op die sleutelpositie kansen kreeg. Zonder hem stond ik nu misschien nergens."Welk soort trainer ben jij?"Allicht ben ik momenteel nog niet streng genoeg, dat weet ik van mezelf. Wat ik zelf als speler niet graag had of deed, zal ik ook niet mijn spelersgroep opleggen. Of ik tactisch zal uitblinken, moet nog blijken, maar ik kan wel al zeggen dat ik een motivator ben. Ik verwacht ook niet dat ik mij meteen als topcoach zal profileren. Zo'n leerproces moet je tijd geven. Als speler van Knack Roeselare brak ik ook maar op mijn 24ste door. Sterker nog: de prijzen pakte ik maar vanaf mijn 27 jaar. Ik heb wel ambitie om ook als coach naar het buitenland te trekken, maar laat me eerst maar ervaring opdoen in België. Dat is de competitie die ik het best ken."Koos je voor Menen omdat je in die club het beste voorstel kreeg of was het de enige optie die zich voordeed om ergens hoofdcoach te worden? "Geen van beide, want ik kon naar mijn ex-club Näfels in Zwitserland, die een mooi contract voor mij klaar had liggen. Ik kon er een pak meer verdienen dan hier, maar toch leek Menen een betere optie. Enerzijds omdat ik de club en de Belgische competitie door en door ken, maar anderzijds ook omdat ik hier bij mijn familie kon blijven. Mijn 12-jarige dochter volleybalt ook en zij zei resoluut neen tegen een nieuw buitenlands avontuur van haar vader." Je kiest wel niet voor de makkelijkste weg. Je start als coach bij een team dat op een financieel slappe koord balanceert en een team dat het ook moet doen met een handvol jongeren. "Ach, die geldperikelen zijn achter de rug en de club kreeg het budget toch vrij snel rond. Deze familiale club heeft hevige fans en met bestuurslid Anne Verhelst kan ik het al 20 jaar goed vinden. Na de eerste gesprekken had ik meteen een goed gevoel. Natuurlijk waren we door die financiële situatie beperkt om de transfermarkt op te gaan en besloten we om de kaart van de jeugd te trekken. Ik hoop dat de supporters zullen aanvaarden dat we door onze nieuwe politiek ook punten kunnen verliezen. Al bij al gaat het redelijk goed in de voorbereiding en ik zie het niveau almaar stijgen. We passen natuurlijk wel een nieuwe passeur in (Quentin Schouteten, red.), die voor het eerst als basisspeler fungeert. Het valt dus af te wachten of hij wekelijks met de druk zal kunnen omgaan. Mijn grootste vrees is echter de receptie. Door het uitvallen van Mathieu Vanneste zitten we op die positie met weinig wisselmogelijkheden. Als we in dat onderdeel in de problemen komen, kunnen we dat moeilijk oplossen. Tot dusver waren we receptioneel verre van perfect, maar we gingen ook nog niet flagrant onderuit. Dat geeft mij dus goede hoop."Je werkt opnieuw in West-Vlaanderen. Hoe speciaal is je band met deze provincie? "Mijn vader is afkomstig van Zwevegem, dus ben ik eigenlijk een halve West-Vlaming. Ik heb me altijd goed gevoeld in deze provincie, zeker ook in Roeselare waar ik toch vijf jaar woonde. Ik versta de taal ondertussen al goed en dat is toch ook niet onbelangrijk." (schaterlacht)Dit seizoen telt Liga A maar acht ploegen en is er een nieuwe competitieformule. Ben je voorstander?"Het zou uiteraard beter zijn dat we op termijn weer evolueren naar een competitie van tien of zelfs twaalf ploegen. Dan kun je weer met traditionele play-offs uitpakken waarbij de top zes de nacompetitie onder mekaar uitvecht. Nu moeten wij er meteen staan en moeten we ervoor zorgen om in de reguliere competitie op minstens de vijfde plaats te eindigen om zo in een gunstige positie te komen voor het vervolg van de competitie (nummer 1 speelt tegen 8, 2 tegen 7... en de vier winnaars spelen daarna play-offs, de verliezers de play-downs, red.). Het wordt in elk geval interessant en spannend, want veel ploegen zijn aan elkaar gewaagd."Je staat ook nog dicht bij nationale ploeg en was recent nog tornooidirecteur van het EK. De Red Dragons hebben het deze zomer niet kunnen waarmaken. Heb jij er een verklaring voor? "Sportief stond ik er niet zo dicht bij, waardoor het moeilijk is om de juiste analyse te maken. Uiteraard was ik als tornooidirecteur wel ontgoocheld dat ze de kwartfinale niet bereikten na een tegenvallende prestatie tegen Oekraïne. Misschien was de voorbereiding op het olympisch kwalificatietoernooi en het EK niet lang genoeg. Verschillende spelers hadden een paar maanden vrijaf en dat waren ze niet meer gewoon. De langere inactiviteit hebben ze allicht onderschat. Ze krijgen in januari in Berlijn nog een kans om de Olympische Spelen te halen, maar dat wordt geen sinecure."Hoe zie je de toekomst van de Red Dragons? De zogenaamde gouden generatie zou nu toch moeten oogsten?"Eigenlijk wel, want ik vrees dat er meerdere Red Dragons zullen afhaken na dat kwalificatietornooi begin volgend jaar. Nadien zullen er nieuwe spelers ingepast moeten worden rond sterkhouders Deroo en Rousseaux. Dat wordt geen simpel verhaal."Steekt het dat jij alleen in de herfst van uw loopbaan bij de nationale ploeg met toppers kon spelen en dat je daarom nooit prijzen pakte als international?"Dat zie je toch te negatief, hoor. Ik was van mijn dertigste tot mijn zevenendertigste toch omringd door heel wat beloftevolle spelers. We speelden een paar keer het EK en bereikten in Frankrijk zelfs het WK. Zo slecht was het dus allemaal niet. De wederopstanding kwam er dankzij het werk van Claudio Gewehr en Marc Spaenjers. Ik heb me altijd volledig gegeven voor de nationale ploeg, omdat ik me amuseerde en omdat ik wist dat er een talentvolle generatie op komst was. Na een pinkblessure stopte ik als international, maar zonder dat voorval was ik misschien nog langer doorgegaan."Hoe groot is de kans dat Frank Depestele ooit hoofdtrainer wordt van de Red Dragons?"Op korte termijn is de kans alleszins onbestaande. Laat mij maar groeien in mijn rol als coach bij Menen. We zien wel wat de toekomst brengt. De nationale ploeg heeft nu vooral nood aan continuïteit en stabiliteit. In dat plaatje pas ik vooralsnog niet."