"Ik werkte vroeger in een garage", vertelt Carl. "Maar mijn vrouw Katrien Timmerman komt uit de gocartverhuur. Onze zaak Freddy Shop is oorspronkelijk van haar familie en wordt gerund door de vierde generatie. Vandaag hebben we nog een tweede verhuring in Heist en één in Brugge. En ook nog fietsenwinkels in Brugge en Heist. En daarnaast nog onze fabriek in Westkapelle, ook Knokke-Heist dus. De zonen Tom (27) en Thibo (21) werken ook al mee in onze zaken."
...

"Ik werkte vroeger in een garage", vertelt Carl. "Maar mijn vrouw Katrien Timmerman komt uit de gocartverhuur. Onze zaak Freddy Shop is oorspronkelijk van haar familie en wordt gerund door de vierde generatie. Vandaag hebben we nog een tweede verhuring in Heist en één in Brugge. En ook nog fietsenwinkels in Brugge en Heist. En daarnaast nog onze fabriek in Westkapelle, ook Knokke-Heist dus. De zonen Tom (27) en Thibo (21) werken ook al mee in onze zaken.""In 2006 bood Luc Van Maele me aan zijn bedrijf Turbo Karting over te nemen. Ik was toen al een jaar of zes bezig met het maken en herstellen van billenkarren bij mij thuis. Naast Turbo Karting had je tot 2005 nog het bedrijf Paul Proot International in Brugge. Ik heb daar vroeger ook nog kustrijwielen gekocht. Makkelijk was het niet altijd. In 2008 hadden we een moeilijke periode. We hebben toen een man of vijf moeten afdanken. Crisis, hé. Vandaag heb ik nog drie medewerkers, maar is er weer veel meer werk. Soms is het echt hectisch. Gelukkig zijn het drie goede krachten met een lange staat van dienst", zegt Carl."We beschikken over een 40-tal modellen, waarvan we er nog 20 maken", aldus Carl. "We hebben nog een drietal nieuwigheden in gedachten, maar door het vele werk kunnen we er maar niet aan beginnen. Dat komt wel nog. 60 tot 70 procent van wat we maken, is voor de export. De rest is voor de Belgische kust, waar bijna alle uitbaters klant van ons zijn. Tekeningen van de modellen hebben we niet. Vroeger puzzelden we ze in elkaar met een moule. Sinds kort hebben we speciale lastafels met hulpstukken. De moules bewaren we wel, voor de nostalgie. Sommige zijn 40 jaar oud.""Alles samen maken we 200 tot 400 rijwielen per jaar. Dat hangt ervan af of er veel grote of kleine bij zijn. We maken veel op maat, in opdracht van bepaalde bedrijven. Die modellen komen dan niet op de markt, maar worden enkel in die bedrijven gebruikt. Daarnaast is er veel vraag naar lage vier- of tweetrappers van rusthuizen en instellingen voor mensen met een beperking. Zo kunnen vijf of zes mensen van een uitstapje genieten, met maar één begeleider. En dan zijn er natuurlijk nog de kustrijwielen. We maken nooit maar één kar, of het is op aanvraag. Anders maken we de stukken altijd in serie. Anders is er te veel werk aan. De kustverhuurders kopen nog eens twee karretjes, maar onze andere klanten vragen vijf of tien rijwielen ineens. Een groot park in Nederland vraagt tegen 2022 maar liefst 50 viertrappers. Het is nog niet helemaal zeker, maar als de bestelling er door komt, gaan we er direct aan beginnen. Anders zullen we niet tijdig klaar geraken", gaat Carl verder."Ja, ook de Nederlanders kloppen bij ons aan", lacht Carl. "Zo'n echte, stevige billenkar, die vind je nergens anders! Die laten je na 20 jaar nog niet in plan. Er bestaan natuurlijk nog merken van gocarts, maar als je die zou verhuren, zijn ze na een maand in frieten. De onze zijn echt heel stevig. Als je er één privé koopt in occasie voor je kind, zal je kleinkind er ook nog mee rijden. Onze gocarts zijn van hoge kwaliteit, maar ook dubbel zo duur dan wat je in de handel vindt. Het is allemaal handwerk, hé. We starten met een buis van 6 meter. En mocht je weten hoeveel keer de mensen alle stukken in hun handen hebben gehad... Dat is echt heel veel. Er is niemand anders die zo'n billenkarren maakt en ik denk ook niet dat er snel buitenlandse concurrentie komt. Daarvoor moet je veel te veel investeren. De machines zijn duur.""Onze kust is uniek op het vlak van billenkarren. Hier heb je om de zoveel meter een verhuring. In het buitenland moet je zo'n uitbater zoeken en als je er een vindt, zijn de rijwielen straatoud en versleten. Ja, ze rijden nog. Maar om een concurrent te vinden, moet je al 20 km verder. Bij ons zou het zo niet gaan. Daarvoor is de concurrentie te groot. Op dit ogenblik zijn vooral de kleinere tweetrappers populair aan onze kust", weet Carl. "Ze fietsen makkelijk, en voor de uitbaters zijn ze makkelijk op te tillen. Want die grote, zware billenkarren opheffen, dat is goed om je rug te breken."Carl Gies is nog niet zeker van opvolging. Toch niet om kustrijwielen te maken. "Mijn zoon Tom heeft me laten weten dat hij het niet verder zal zetten. Hij zal doorgaan met de verhuring. En Thibo is nog jong. Maar ik zal zeker nog 15 jaar doorwerken. Het is leuk dat we allemaal in onze eigen zaken werken. Altijd samen werken zou niet lukken, maar alles leunt wel bij elkaar aan. We hebben elkaar nodig."De hele familie Gies samen op een billenkar op de zeedijk, het zou een mooi en typisch kustbeeld zijn. "Maar dat doen we nooit", is Carl resoluut. "Het enige wat ik doe, is een nieuw exemplaar eens uittesten. Hoe hard kan je ermee rijden, wanneer gaat hij over de kop? Dat wil ik weten. Maar op de zeedijk? Nee hoor."