Nico Duyck: “Ik weet hoe ik een bedrijf moet runnen”

Nico Duyck, uitbater van cultuurcafé 't Parlement. (foto LL) © Luc Laverge
Redactie KW

Na 25 jaar een zelfstandig textielbedrijfje te hebben gerund, zet Kortrijkzaan Nico Duyck op zijn 56 de eerste stappen in de horeca. En in de kunst. ’t Parlement, de kantine van CC Het Spoor in Harelbeke, moet een cultuurcafé worden waar je een mondje kan eten en waar er in de toekomst ook regelmatig tentoonstellingen en concerten zullen plaatsvinden.

Nico is een echte Kortrijkzaan. Opgegroeid in Heule, een hele tijd bij het Albertpark in Kortrijk gewoond en in 2006 verhuisd naar Aalbeke. Zijn bedrijf bevond zich al die jaren in het centrum van Marke. “25 jaar lang maakte ik er textieletiketten. Twee jaar geleden nam een concurrent de zaak over. Mijn vrouw wou dat ik een sabbatjaar nam. Door de corona-epidemie zijn dat er twee geworden. Toen ik nog in het humaniora zat, droomde ik er al van om een kunstgalerie te beginnen. Maar ik heb daar eigenlijk nooit iets mee gedaan. Toen mijn dochter Margot eerst plastische kunsten deed aan het VTI in Kortrijk en nadien in Gent aan Sint-Lukas studeerde, begon dat idee weer op te flakkeren. Maar het was intussen gegroeid. Ik dacht: ik ga dat koppelen aan een kunstcafé. In de beginjaren van de Kameleon in Heule, draaide ik er geregeld muziek en tijdens de Tinekesfeesten help ik wel eens opdienen in Dudu, waar een nichtje van mij een van de uitbaatsters is. O ja, en toen ik destijds mijn legerdienst deed bij de zeemacht, stond ik ook achter de toog van de mijnenveger waarmee ik soms op zee zat. Voor de rest heb ik alleen ervaring aan de andere kant van de toog. Ik kom wel eens in de Labberleute in Aalbeke, de Statie in Deerlijk en de genoemde cafés in Heule.”

Ambitieus concept

“Tijdens de eerste lockdown dacht ik nog dat er opportuniteiten zouden komen in Kortrijk. Ik dacht dat veel cafébazen er de brui aan zouden geven. Maar ze waren natuurlijk gesubsidieerd. Toen er een tweede lockdown kwam, begon ik te twijfelen en overwoog ik om gewoon werk te gaan zoeken. Tot ik zag dat de concessie van ’t Spoor beschikbaar was. En toen heb ik mijn kandidatuur ingediend… En gewonnen.”

’t Parlement is best wel een ambitieus concept. Een bruine kroeg die tegelijk bistro, concertzaal en kunstgalerie wil zijn. “Ik ben in de eerste plaats ondernemer. Ik heb dan weinig ervaring in de horeca, ik weet wel wat het is om een bedrijf te runnen. En ik wil hier iets neerzetten waar mensen om tal van redenen naartoe kunnen komen. We zijn vrij van brouwer. Bockor levert de pils, maar ik wil ook de vele lokale brouwerijtjes uit de streek aanspreken. Voor de keuken zoeken we het ook zoveel mogelijk lokaal. Het heeft geen zin om boontjes uit Kenia te kopen in Delhaize als je bij de boer om de hoek terechtkunt. Voor ijs net hetzelfde. Liever hoeve-ijs uit de buurt dan dat je naar Ola of olala loopt. Het moet eigenlijk een soort bistro worden, met een beperkte kaart. Met de klassiekers: een spaghetti, een vol-au-vent, dat soort gerechten. Seizoensgebonden ook. En zoveel mogelijk vers.”

Open Harelbekenaars

Het podium is volop in aanbouw. “Daar kunnen beginnende bands, kleinere groepen, komieken, schrijvers en dichters hun ding doen. De toeschouwers betalen geen entreegeld, ik betaal de artiesten ook geen gage, maar ze mogen rondgaan met de pet en geraken ze niet aan 250 euro, dan leg ik op. Alle acts die te klein zijn om door ’t Spoor geprogrammeerd te worden, kunnen in ’t Parlement op de affiche staan. Hetzelfde voor de galerie. Ik wil kunstenaars die nog niet veel geëxposeerd hebben een kans geven. Een galerie durft 50 % commissie rekenen, wij beperken ons tot 20 % om uit de kosten te geraken. Voor de expositie begint, kies ik in overleg een werk uit dat naar de vennootschap gaat en gebruikt wordt om een collectie aan te leggen voor verhuur aan particulieren en bedrijven. De werken zullen in de tentoonstellingsruimte hangen, maar ook in het café, zodat er echt geen drempel is. Mensen durven in een gewone galerie vaak niet binnen te gaan. Er hangt daar altijd een waas van chichi en dikkenekkerij. Dat moet weg. Iedereen die binnenkomt in het café kan zonder gêne binnenstappen en genieten van de werken die er hangen. Ik wil ook alleen betaalbare kunst tonen.”

Geen dikkenekkerij in ’t Parlement. “Nee, doordat de cultuursector weer moest sluiten, moet het hier allemaal nog wat op gang komen, maar nu al merk ik dat Harelbekenaars veel opener zijn dan Kortrijkzanen. Mensen beginnen hier spontaan te babbelen, willen weten wie ik ben en wat ik hier van plan ben. Ik heb er een goed gevoel bij. Hopen dat die corona-ellende vlug achter de rug is en dan komt alles goed.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.