Filip van café De Capri: “Warmte en vriendschap zijn onbetaalbaar”

Filip van Bever,waard van café Capri op de Opex: “De meeste van mijn klanten zijn goede vrienden geworden.” © Peter MAENHOUDT
Dany Van Loo

Waar zijn de tijden dat je langs de Eduard Moreauxlaan op de wijk Opex – geen rechtgeaarde inwoner neemt hier het woord ‘Vuurtorenwijk’ in de mond – letterlijk het ene café uit en het andere in liep? Anno 2022 blijven slechts enkele die hards meer over. Daar is de overbekende Capri een van. Filip Van Bever, prototype van de goedlachse, immer vriendelijke cafébaas, bleef de voorbije jaren niet gespaard van tegenslagen, maar ‘liefde voor de job en voor de klanten houdt het vuur brandend”, zegt hij overtuigend.

Wie De Capri binnenstapt, mag niet bepaald een duister en rokerig visserscafé verwachten, integendeel. Die volkse reputatie is de Eduard Moreauxlaan al heel wat jaren kwijt. Je komt er terecht in een sfeervolle en gezellig ingerichte gelagzaal, maar dan een met de klassieke ingrediënten die in elk traditioneel café niet mogen ontbreken: de spaarkas, de vogelpik, de kaartclub en natuurlijk het pièce de résistance: een toog die naam waardig.

“Toen mijn vrouw Doris en ik de Capri in oktober 2006 overnamen, kon je al lang niet meer van een vissersbuurt spreken”, steekt Filip van wal. “Ik herinner me die tijd wel nog heel goed, want ik woon al van 1976 op de Opex. In die tijden, waarin de visserij nog gloriejaren beleefde, had omzeggens ieder vissersvaartuig zijn eigen stek waar de reder zijn manschappen uitbetaalde. Om het ietwat voorzichtig uit te drukken: niet iedereen ging toen onmiddellijk naar huis”, knipoogt Filip. “Maar inderdaad, daar blijft niet veel meer van over. Binnenkort worden de Jean Bart en het Zeemanshuis platgegooid, en niet om plaats te maken voor nieuwe horecazaken, denk ik.”

Het rijke Oostende

Filip zag niet alleen de horeca verdwijnen op de Vuurtorenwijk. “Vroeger sprak men van het rijke Oostende, geloof me of niet. Federijen draaiden op volle toeren, er was de aanwezigheid van de Marine en dan vergeet ik nog de talrijke visverwerkende bedrijven. Dat zorgde voor een economisch gezonde buurt. Dat ligt nu enigszins anders, jammer genoeg.”

Dat nam niet weg dat Filip en Doris in 2006 toch de stap waagden. “Ik had vroeger een vishandel en samen met een ander koppel hadden we al enige tijd een horecazaak in de buurt uitgebaat, maar we vonden het tijd om iets op onszelf te doen. Toen kwamen we te weten dat de Capri over te nemen stond. De zaak bestaat blijkbaar al sinds eind de jaren ’40 van de vorige eeuw, dus de naambekendheid kregen we er meteen bij. Doris was trouwens meteen verkocht. We renoveerden in de loop van de jaren regelmatig en offerden destijds onze pooltafel op voor een rookvrije ruimte. Alles voor de klant, nietwaar.”

In de Capri komen grotendeels vaste klanten over de vloer. “En de meesten zijn goede vrienden geworden. Je leeft mee met hun problemen, je beleeft samen hun gelukkige momenten: zoiets is onbetaalbaar. Trouwe klant Roger bijvoorbeeld heeft de gezegende leeftijd van 88 jaar bereikt, maar komt hier al sinds we open gingen op een gezapige manier dagelijks zijn drie pintjes drinken. Voor die mensen doe je het.”

“Mijn vrouw Doris is steeds de drijvende kracht achter de zaak geweest, de sfeermaker, de ziel van het café. Zij overleed in 2020 na een jarenlang gevecht tegen een zware ziekte, maar sterk als ze was, gaf ze de hoop nooit op. Zij had haar vast plaatsje aan het einde van de toog, een cafébazin letterlijk en figuurlijk op haar plaats: graag gezien, het hart op de juiste plaats en bereid om naar alles en iedereen te luisteren. Ze is er niet meer, maar wees gerust, haar ziel is hier nog steeds aanwezig. Die zal nooit weggaan.”

Er blijven voor gaan

Doorgaan zonder Doris was moeilijk, vertelt Filip. “En dat zou niet gelukt zijn zonder de liefde en de steun van mijn gezin en familie. Zij hielpen mij door die vreselijk moeilijke tijden en doen dat nog altijd. Corona hakte er natuurlijk ook voor mij flink in. Ik vind het nog steeds vreselijk erg dat ik in die donkere momenten geen enkel ogenblik op om het even welke steun van mijn brouwerij kon rekenen. Een spreiding van betaling? Dat denk je maar: het was alles of uitzetting.”

“Natuurlijk heb ik ook heel wat te danken aan de sympathie van de klanten. Ik woon boven het café en soms zijn er van die dagen dat ik me moet verplichten om naar beneden te gaan, maar eenmaal de koffie loopt en de eerste klanten – excuseer: vrienden – glimlachend binnenkomen, nou, dan weet ik waarom ik dit nog steeds met veel goesting doe. Ik hoop dat ik de Capri ooit aan iemand zal kunnen doorgeven die er evenveel passie voor heeft als Doris en ik hadden. Want het draait allemaal om dit: lachen, zeveren en meevoelen met de mensen.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.