Eén jaar opvangcentrum in Sijsele: een exclusieve blik achter de schermen

Centrumverantwoordelijke Sophie Roobrouck (r.), adjunct Lyn Kaiser (l.) en vrijwilligster Marleen Pollet (m.) leiden ons rond in het centrum.©Davy Coghe Davy Coghe
Centrumverantwoordelijke Sophie Roobrouck (r.), adjunct Lyn Kaiser (l.) en vrijwilligster Marleen Pollet (m.) leiden ons rond in het centrum.©Davy Coghe Davy Coghe
Piet De Ville

Eén jaar geleden werd de kazernesite in Sijsele voor de tweede keer in gebruik genomen als opvangcentrum voor vluchtelingen. Naar aanleiding van die verjaardag kregen we een exclusieve blik achter de schermen. “Bij de eerste periode, in 2015-2016, waren hier vooral alleenstaande mannen uit Irak en Afghanistan en ‘botste’ het wel eens vaker. Nu, met een grotere diversiteit en ook gezinnen met kinderen, is het veel rustiger”, zegt centrumverantwoordelijke Sophie Roobrouck.

Centrumverantwoordelijke Sophie Roobrouck was er in 2015 ook al bij, toen heel Sijsele en wijde omgeving toch danig schrok van het nieuws dat de zogenaamde kazernesite gebruikt zou worden voor de opvang van zo’n 500 vluchtelingen uit de conflictgebieden in voornamelijk het Midden-Oosten. Als centrumverantwoordelijke vanuit het Rode Kruis moest ze in geen tijd een hele reeks praktische regelingen treffen en tegelijkertijd nog eens de lokale bevolking informeren en vooral ook geruststellen. Want dat er toch wel wat onrust bestond over de komst van al die vreemdelingen naar het rustige Sijsele mag een understatement genoemd worden. “Die periode is moeilijk te vergelijken met de huidige opvang van asielzoekers”, zegt Sophie Roobrouck, die al bijna 25 jaar actief is voor het Rode Kruis als leidinggevende in asielcentra. “Toen werd zo goed als heel Europa overspoeld door vluchtelingen door de oorlogssituatie in het Midden-Oosten. Door een doorgedreven informatiecampagne en het opzetten van activiteiten waarbij de vluchtelingen zich integreerden in de dorpsgemeenschap (zoals in het voetbal en met muzikale optredens in de Cultuurfabriek, red.) konden we heel wat scepsis bij de bevolking wegnemen.”

Sophie Roobrouck erkent dat de situatie in het opvangcentrum toen wel meer precair was dan nu. “Het centrum werd toen vooral bevolkt door alleenstaande mannen, in grote mate uit Irak en Afghanistan. Er leefde wel wat spanning tussen die groepen en dat leidde inderdaad nu en dan tot incidenten.”

Eind september 2016 verlieten de laatste asielzoekers van die ‘eerste periode’ het opvangcentrum. De stad Damme maakte intussen plannen om de kazernesite om te bouwen tot de ‘Wijk van de Toekomst’ én was ook vast van plan om de site over te kopen van Defensie. Maar die verkoop was nog niet rond toen de federale overheid vorig jaar opnieuw aanklopte om de site te gebruiken.

35 nationaliteiten

“Nu worden de woonblokken, en dus niet meer de loodsen, gebruikt voor de opvang van de asielzoekers. Het gaat nu ook om maximaal 300 personen, daar waar het er in 2015-2016 wel 500 waren. Nog een groot verschil is dat de diversiteit qua bewoners nu veel groter is. Momenteel verblijven hier 264 personen van 35 verschillende nationaliteiten. De grootste groep zijn zijn de 65 Afghanen, gevolgd door 28 mensen uit El Salvador, 25 Palestijnen, elk 21 mensen uit Eritrea en Somalië en 12 uit Syrië.”

Per woonblok zijn er gezamenlijke sanitaire units ingericht.© Davy Coghe
Per woonblok zijn er gezamenlijke sanitaire units ingericht.© Davy Coghe

Ook verblijven er nu meer koppels en gezinnen met kinderen. “Dat zorgt er voor dat het er allemaal wat rustiger en gemoedelijker aan toe gaat. Uiteraard laaien de emoties wel op als we aan bewoners moeten melden dat hun asielaanvraag afgewezen is. Wij zijn zelf niet verantwoordelijk voor die procedure maar de aangetekende brief vanuit Brussel komt wel hier toe. Wij moeten dan dat nieuws overmaken… Wanneer in de loop van de procedure stilaan duidelijk wordt dat het er niet goed uit ziet, proberen we de mensen daar met ons psychosociaal team wel al wat op voor te bereiden.”

Voorlezen

Ook vrijwilligster Marleen Pollet uit Sijsele is erbij wanneer we deze week door Sophie en haar adjunct-centrumverantwoordelijke Lyn Kaiser een rondleiding krijgen. “Ik kom hier bijna dagelijks”, zegt Marleen, die er ook in de eerste periode al bij was. “De buurtbewoners hebben het soms laatdunkend over ‘gelukzoekers’, maar zijn we niet allemaal op zoek naar geluk? Mij geeft het nog steeds veel voldoening als ik de mensen hier kan helpen. Zo organiseer ik op vrijdag altijd een filmvertoning voor de kinderen of houd ik voorleessesies. De kleuters en lagereschoolkinderen gaan hier naar de twee basisscholen in Sijsele en het is verbazend hoe vlug ze de Nederlandse taal oppikken. Veel vlugger dan volwassenen.”

Coronabeperkingen

Ook in het asielcentrum ervaren ze de vele sociale beperkingen door de coronacrisis. “De refter hebben we het voorbij jaar nog niet gebruikt. Iedereen moet op de kamer eten of buiten, verspreid aan de banken op het domein”, weet Sophie. “En onze fitnessruimte, ingericht met degelijke toestellen die we kregen vanuit de militaire kazerne in Sint-Kruis, mogen we momenteel niet gebruiken. De ontspanningsruimtes met onder meer televisie, biljart en tafeltennis mogen wel binnen, met inachtneming van de coronamaatregelen.”

De kamers zijn ‘basic’ ingericht.© Davy Coghe
De kamers zijn ‘basic’ ingericht.© Davy Coghe

De kamers die de bewoners krijgen toegewezen zijn afhankelijk van de gezinssituatie. Zo zijn er ‘gezinskamers’, die ruimte biedt voor twee tot zeven personen, en kamers voor alleenstaanden. Daar kunnen vier tot zes personen slapen. Die zijn ‘basic’ ingericht, enkel met bedden en kasten. “Per woonblok zijn er gezamenlijke sanitaire units ingericht. Dat loopt vlot, maar we moeten toch bepaalde hygiënische richtlijnen meegeven. Zo wijzen we erop dat het hier niet gebruikelijk, en ook niet wenselijk, is om op toilet rechtopstaand een grote boodschap te doen. Dat lijkt evident, maar in grote delen van de wereld is dat niet het geval…”

Arbeidscontract

“Waarmee de bewoners zich hier overdag zoal bezig houden? We weten dat er een veertigtal zijn met een arbeidscontract, die dus buiten het centrum uit werken gaan. Er is ook een mogelijkheid om in het centrum een centje bij te verdienen door schoonmaak- of onderhoudsklusjes te doen. En dan zijn er ook nog onze tuiniers, die zowel zorgen voor bloemen en planten als voor groenten en zelfs kruiden in de moestuin. Ze telen radijzen, rapen en zelfs aardbeien. Enkelen knutselden met eenvoudige materialen een serre in elkaar, waar ze onder meer zorgen voor komkommers, salades en kruiden. Het is echt prachtig om hen bezig te zien.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.