De geboren en getogen Bruggeling, maar nu in Bredene wonende Geert Bailleul is bijzonder trots dat het officieel Belgisch Kampioenschap schaken nu in zijn thuisstad plaats heeft. De man draait al bijzonder lang mee in het schaakcircuit, is voorzitter van de Koninklijke Brugse Schaakkring en is actief als scheidsrechter op de belangrijkste internationale schaaktornooien.
...

De geboren en getogen Bruggeling, maar nu in Bredene wonende Geert Bailleul is bijzonder trots dat het officieel Belgisch Kampioenschap schaken nu in zijn thuisstad plaats heeft. De man draait al bijzonder lang mee in het schaakcircuit, is voorzitter van de Koninklijke Brugse Schaakkring en is actief als scheidsrechter op de belangrijkste internationale schaaktornooien. "Met de Brugse Schaakkring organiseren we ieder jaar het internationaal gerenommeerde schaaktornooi Brugse Meesters. Voor dit jaar werd ons door de Belgische schaakbond gevraagd om het te laten gelden als officieel Belgisch kampioenschap en dus ook in die zin te organiseren", vertelt Geert Bailleul, hoofdscheidsrechter van het tornooi. "Uiteraard kunnen we het kampioenschap omwille van het coronavirus niet organiseren zoals gebruikelijk. We volgen de regelgeving vanuit de nationale veiligheidsraad strikt op en hebben ook overleg gepleegd met de veiligheidscel van de stad Brugge en met de directie van het Sint-Jozefsinstituut, waartoe zaal Tabigha behoort. Dat betekent onder meer dat we het aantal deelnemers flink moeten beperken om de social distancing te respecteren. Iedere speler moet een mondmasker dragen en bovendien mogen de spelers ook niet rondlopen in de zaal tijdens het spel, iets wat anders wel vaak eens gebeurt bij wie niet aan zet is. Spelers mogen enkel hun plaats verlaten om naar het toilet te gaan en om iets te gaan drinken in de bar. Handen schudden, anders gebruikelijk bij aanvang van een spel, is natuurlijk ook niet toegestaan. Een knikje of een buiging wordt wel geapprecieerd. We mogen geen publiek toelaten om de schakers in actie te zien. Anders komen familieleden of vrienden van spelers eens tussen de tafels lopen om te zien hoe het eraan toe gaat, maar dat kan nu dus niet.""De spelers worden ingedeeld in een B-groep die dan bestaat uit de 'mindere goden', een sterkere A-groep en een expertengroep van 10 echt sterke schakers die dan ook allemaal eens tegen elkaar spelen. Alle plaatsen waren heel vlug ingenomen. De schakers snakken er echt naar om weer eens aan een tornooi deel te nemen", besluit Geert Bailleul.