Clichécheck: West-Vlamingen zijn chauvinistisch

Journaliste Talitha Dehaene (28) zag het licht in Ieper, maar trok als tiener tien jaar naar Amsterdam. Na nog twee jaar Antwerpen, is ze helemaal terug thuis. Elke week onderzoekt ze hier de clichés over de West-Vlaming.

Het cliché: West-Vlamingen zijn chauvinistisch.

Het is algemeen geweten: West-Vlamingen houden van elkaar. Waar ter wereld we ook zijn, we worden bijna automatisch naar provinciegenoten toe gezogen. Ons dialect verbindt ons natuurlijk het meest met elkaar, maar uit onderzoek blijkt dat West-Vlamingen zich sowieso het sterkst verbonden voelen met de provincie – meer dan met gemeente, gewest of land. Op het vlak van provincieliefde steken we zelfs ruimschoots de andere Vlamingen voorbij.

Uit enquêtes blijkt dat een dikke 80 procent van de West-Vlamingen voornamelijk of zelfs uitsluitend bevriend is met andere West-Vlamingen. Van alle Belgen zoeken wij ook het vaakst de liefde op eigen terrein: ruim 78 procent van de West-Vlamingen woont samen met een provinciegenoot. En jawel, ook toen ik al jarenlang in Amsterdam woonde, leerde ik mijn lief (mijn huidige verloofde) kennen in, of all places , het jeugdhuis van Ieper.

“Onze favoriete vorm van vermaak? Elkaar uitlachen”

West-Vlamingen voelen zich nu eenmaal het meest op hun gemak onder West-Vlamingen. Dat we vrijelijk ons dialect kunnen spreken, is natuurlijk een voordeel, maar we delen ook een bredere vorm van communicatie met elkaar. We zijn bijvoorbeeld gewend aan de redelijk bruuske, directe manier van praten hier. Een West-Vlaming is daar niet zo snel door geschoffeerd als pakweg een Vlaams-Brabander. Ook ons typische gevoel voor humor is hieraan verwant. Onze favoriete vorm van vermaak? Elkaar uitlachen. Keihard. West-Vlaamse humor is vrij cynisch, hard en zeer direct. Gelukkig voor de sociale relaties is ook enige zelfspot ons echter niet vreemd. Niemand vindt onze collectieve aanranding van het woord ‘muggengeheugen’ immers hilarischer dan wijzelf.

Toen ik nog in Amsterdam woonde, vreesden mensen vaak dat ik er mijn dialect zou verliezen. Het tegendeel was waar: ik probeerde er zelfs de kennis van ons wondermooie taaltje over te dragen. Elke voormalige collega in Amsterdam kan jou nu dus een ‘muhheheheuhe’ verwijten. (Of toch iets in die trant.) Leerde ik het hen vooral omdat het zo verschrikkelijk grappig was? Jazeker. Maar stiekem voelde het ook een beetje alsof ik dan omringd werd door West-Vlamingen. Up mi gemak.

Het oordeel: waar. En terecht.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.