Brugse veilingmeester Rob Michiels verovert de Chinese markt

Rob Michiels: “Op dit moment ben ik vooral verzot op Chinese tegels die gemaakt zijn naar Delftse voorbeelden.” © Davy Coghe
Bert Vanden Berghe

Europese keramiek en Chinese vazen hebben nog maar weinig geheimen voor Rob Michiels. Hij runt aan de Woensdagmarkt een veilinghuis, waarmee hij vooral de Aziatische markt aanspreekt. Straks is hij te zien in het Eén-programma ‘Het hoogste bod’.

Hij mag er dan wel uitzien als een jonge Indiana Jones, toch zou hij zijn job naar eigen zeggen allerminst zo omschrijven. Rob Michiels werd verliefd op keramiek dankzij zijn grootvader, wijlen kunstschilder Guillaume Michiels. Hij verzamelde antieke tegels en Delfts aardewerk. “Hij had West-Vlaamse tegels, bijvoorbeeld uit Poperinge en Izegem. Zaken die ook in het interieur van mijn ouders stonden en mij onrechtstreeks beïnvloed hebben. Met het zakgeld dat ik overhield aan schaaktornooien, trok ik naar de antiekwinkel waar ik tegeltjes kocht. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik er mijn werk van wilde maken, maar mijn ouders wilden heel graag dat ik eerst een diploma haalde. Na een paar omzwervingen werd dat journalistiek, maar daar heb ik geen spijt van. Het heeft me een bepaalde werkethiek meegegeven en geholpen om matuur te worden.”

Europese en Chinese mix

Rob opende een antiekwinkel in de Eekhoutstraat en verbleef zelfs twee jaar in China, waar hij een winkel had. “Toen dat avontuur welletjes was, keerde ik terug en opende ik in 2015 een eigen veilinghuis. We waren één van de eersten in ons land die online verkochten en dat sloeg aan. Tegelijkertijd zagen we ook het aantal antiquairs achteruit gaan en bleek dat we een goeie keuze hadden gemaakt. We zijn gestaag gegroeid. Bijzonder is dat mijn grootvader vaak in het antiquariaat van Marc Van De Wiele zat, waar ik ook mijn eerste veiling organiseerde. En dat ik mijn eerste verzekering afsloot in het bankfiliaal, waar onze zaak vandaag gevestigd is. Natuurlijk sprak het lucratieve mij indertijd aan, maar het was vooral heel boeiend om mij te specialiseren in een bepaald vakgebied. De mix van Europees aardewerk en Chinees porselein is een heel interessant segment, zeker omdat die elkaar ook beïnvloed hebben doorheen de geschiedenis.”

Het leeuwendeel van de verkoop bestaat uit Chinees porselein. “De meeste stukken zijn afkomstig van de Europese markt. Dat gaat van zaken uit de Ming-dynastie vanaf de 14de eeuw tot ongeveer 1970. Vorige eeuw kwamen veel Chinese vazen door het Gents bedrijf Stampaert tot bij ons. België is eigenlijk het land van de Chinese vaas. Je zag ze in elke steenweg of laan wel achter het gordijn staan. Toen onze interieurs in de jaren negentig almaar moderner werden, verdween de vaas wat op de achtergrond. Sinds 2005 worden ze teruggekocht door Chinese liefhebbers. Sinds het verdwijnen van het communisme en de opkomst van het kapitalisme, is daar een interessante markt ontstaan. Kunstvoorwerpen volgen altijd kapitaalstromen en een verhoogde levensstandaard. De kopers van vandaag behoren wereldwijd tot de rijkste en bezitten een groot kunstpatrimonium. Zeker nu in China de vastgoedbubbel dreigt te barsten, kijken veel investeerders naar antiek, dat een zekerheid is. Al zorgen vervalsingen voor de nodige uitdagingen. Wij doen het goed omdat we sterk zijn in een diepgaande, gedetailleerde en betrouwbare weergave van de producten. Bij ons kunnen ze met een gerust hart kopen.”

Porseleinen aquarium

Bovenstaande klinkt gemakkelijk, maar dat is het allerminst. “Integendeel. De weg naar de top is niet simpel, maar die plek bestendigen is nog veel moeilijker. We moeten ons constant bijscholen, de markt van heel dichtbij opvolgen en investeren in onze expertise, van documenteren tot fotograferen. En ja, vroeg of laat botst de markt op haar plafond, maar niemand die weet wanneer. Dat kan volgend jaar zijn, maar even goed ook nog twintig jaar duren. Hoe dan ook zijn Chinezen veel pragmatischer in hun aankopen. Ze willen vooral iets moois kopen, tegen een goeie prijs. Soms verrast de prijs ons ook. Ons duurste stuk? Een vaas voor de Chinese keizer Qianlong, afkomstig uit een Antwerpse privécollectie, ging onder de hamer voor 400.000 euro, tien jaar nadat ze al geveild was voor 40.000 euro. Vorig jaar verkochten we een schilderij, dat we vonden in een oude boerderij in Nederland, voor net geen 300.000 euro. Mijn grootste pronkstuk? Mijn twee dochters, echt waar. Maar als ik een fysiek werk moet noemen, dan is het waarschijnlijk een groot aquarium uit porselein, dat we vonden in Thailand. Er zijn er slechts twee in de wereld, en de ander zit in de collectie van de Britse koninklijke familie. Maar mijn mooiste stuk?” (blaast) “Dat is een moeilijke. Op dit moment ben ik vooral verzot op Chinese tegels, die gemaakt zijn naar Delftse voorbeelden, heel frivool geschilderd. Ik kan bepaalde zaken heel mooi vinden als er een emotie aan verbonden is. Het hoeft daarom niet altijd het duurste te zijn.”

Rob is vanaf woensdag 27 oktober (21.30 uur, red.) te zien op Eén in ‘Het hoogste bod’, dat achter de schermen kijkt van veilinghuizen. “Er gaan nog altijd veel vooroordelen mee gepaard. Terwijl er van stromannen en zo geen sprake meer is, en we ook bijzonder transparant werken. Wat de mensen misschien nog het meest onderschatten, is hoeveel tijd er wel in onze job kruipt. Ik tel mijn uren al lang niet meer…”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.