Eva Demeulemeester is directeur Office du Tourisme in Doornik: “Vlamingen vaak verrast door historische rijkdom”

Redactie KW

‘Zo dichtbij en toch zo ver is Amsterdam’, zingt Kris De Bruyne. De Nederlandse grootstad zou, voor ons Zuid-West-Vlamingen, zowaar kunnen vervangen worden door Doornik. “Mons, een stad die zijn musea goed in de verf weet te zetten met uitstekend voorbereide campagnes, inspireert me”, zegt Eva Demeulemeester, die de toeristische dienst van Doornik leidt.

Geen betere ambassadrice om de op één na oudste stad van ons land aan te prijzen dan Eva Demeulemeester (46) die in Marke opgroeide en nu in Lauwe woont. Dat bedenk ik tijdens een gesprek met haar in de Office du Tourisme, prachtig gehuisvest in de gerenoveerde voormalige kanunnikwoning uit de twaalfde eeuw achter de kathedraal. Ze is zo Vlaams als wat, maar weet heel overtuigend te vertellen over de stad in onze achtertuin met zijn zuiderse Franse sfeer.

Hoe komt een Vlaamse aan het hoofd te staan van de dienst toerisme van een belangrijke Waalse stad?

“Ik ben al lang verliefd op Doornik. Het historische karakter, de boeiende architectuur en de sfeer trokken me altijd al aan. Toen er op zeker ogenblik een vacature was bij de dienst voor arbeidsbemiddeling Forem (Waalse tegenhanger van de VDAB, red.) heb ik niet geaarzeld. Ik was me toen ook al langer aan het verdiepen in grensoverschrijdende initiatieven. Aan de KULeuven ben ik afgestudeerd in de richting Toerisme met een thesis over de Eurometropool Rijsel, Kortrijk, Doornik.”

De 30 kilometer van bij mij thuis naar Doornik leg ik af met de koersfiets

Ik ga zelf vaak naar Gent, amper naar Doornik. Merk je bij meer mensen uit Kortrijk en omgeving dat Doornik te weinig bekend is?

“Wat me vaak verbaast, is dat Vlamingen verrast zijn door de schoonheid en de historische rijkdom van de stad. Dit hadden we niet verwacht, krijg ik dan te horen. Er is dus nog werk aan de winkel voor ons, al komen er toch ook al veel groepen naar hier voor een culturele daguitstap. Er zijn dan ook heel wat historische schatten te ontdekken, om te beginnen in het gebouw waar wij in huizen. Hier bestaat nog de gewelfde kelder uit de twaalfde eeuw van een voormalige kanunnikwoning die toegankelijk is voor het publiek en gebruikt wordt voor tijdelijke tentoonstellingen. De stad ademt in zijn geheel kunst en geschiedenis uit. De twee blikvangers zijn zonder twijfel de Unesco-monumenten: het oudste belfort van België en de indrukwekkende kathedraal met vijf klokkentorens. Bovendien brengt de sfeer mij als Vlaming meteen in vakantiestemming. De mensen leven hier minder strak en zijn gemoedelijker dan in Vlaanderen. Ga naar één van de vele cafés en restaurants rond de Grand Place en je zal begrijpen wat ik bedoel. Al zie ik het misschien een stukje zo omdat ik zelf van de andere kant van de taalgrens kom. Van Walen hoor ik dat de trapgevelhuizen in het centrum hen het gevoel geven dat ze in Vlaanderen zijn. Zo zie je maar.”

Kortrijk is een stad in volle verandering en gebruikt dat als troef voor toeristen. Wat doet Doornik om nog meer bezoekers te lokken?

“De stad is bezig met het ontwikkelen van nieuwe sites en met onze dienst spelen we daar op in. Zo gaan we de komende jaren meer inzetten op het zakelijk toerisme. Neem nu de Place Paul-Emile Janson, waar we onze stek hebben. Hier op en aan het plein zijn volop werken bezig die er moeten toe leiden dat de voormalige site van de gepensioneerde priesters, verbonden aan de kathedraal van Doornik, volledig verbouwd wordt. Er zal een auditorium komen voor 250 personen met diverse vergaderplaatsen. Er komt ook een panoramisch terras met uitzicht op de torens van de kathedraal. Binnenin zullen bezoekers de geschiedenis van de stad kunnen bekijken via een multimediaal belevingsparcours zodat dit ook een echte culturele hotspot zal worden. Elders in de stad komt er aan de Scheldekaaien een nieuwe aanlegsteiger voor passantenboten waardoor we ook meer gaan kunnen inzetten op riviertoerisme.”

Is er een stad die jou inspireert bij het uitbouwen van de dienst toerisme?

(Snel) “Dat is Mons (Bergen, red.), een stad die zijn musea goed in de verf weet te zetten met uitstekend voorbereide campagnes. Het maakt dat tentoonstellingen er altijd veel volk lokken. Daar probeer ik me aan te spiegelen.”

Tot slot. Je was in 2005 finaliste op het Belgisch kampioenschap op de 400 meter. Blijft sport belangrijk in je leven?

“Ik probeer twee keer per week vijf of tien kilometer te joggen in het Preshoekbos, niet ver van waar ik woon. Ook laat ik de auto zoveel als mogelijk thuis als ik kom werken in Doornik. Van bij mij thuis naar hier is het 30 kilometer en dat is perfect te doen met mijn koersfiets. Ik heb een mooi parcours uitgestippeld langs kleine wegen in Bellegem, Dottenijs en Pecq om tot slot het laatste stuk langs de Schelde naar hier te rijden. Ik zou die ritten niet meer kunnen missen.” (FV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.