1.700 pieces of art for sale. Zo luidde de ondertitel van de afscheidstentoonstelling van Deweer Art Gallery eind vorig jaar. Na veertig jaar hield de kunstgalerie in het landelijke Otegem ermee op. Het was een unieke kans om de omvangrijke Deweer-collectie zowel digitaal als in het echt te bewonderen. Het werd het bijzondere afscheid van de familie Deweer als actieve galeristen.
...

1.700 pieces of art for sale. Zo luidde de ondertitel van de afscheidstentoonstelling van Deweer Art Gallery eind vorig jaar. Na veertig jaar hield de kunstgalerie in het landelijke Otegem ermee op. Het was een unieke kans om de omvangrijke Deweer-collectie zowel digitaal als in het echt te bewonderen. Het werd het bijzondere afscheid van de familie Deweer als actieve galeristen. Deweer Art Gallery werd eind jaren zeventig gesticht door wijlen Mark Deweer (+2016) en groeide vooral uit liefde voor de kunst én de kunstenaars. Mark Deweer bouwde samen met zijn broer een tapijtenweverij uit, te midden het weidse platteland. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met zijn passie: hedendaagse kunst verzamelen. Hij opende een eerste galerie op een zolderkamer bij hem thuis om die midden jaren tachtig te verhuizen naar de tapijtfabriek. In 2006 hield Deweer de tapijten voor bekeken. De volledige focus lag toen al even op de kunstverzameling en -handel. Een innige vriendschapsband met Panamarenko en decennialange groei met Jan Fabre: het zijn maar twee voorbeelden die het verhaal van Deweer typeren. Veel meer dan een handelaar bleef vader Deweer altijd een verzamelaar. Dat zeggen ook zijn zoons Gerald en Bart, opgegroeid tussen de kunst van vader en moeder. In december 2019 is het definitief voorbij voor de galerie. Niet uit noodzaak, maar omdat de broers Deweer liever niet mee gaan in de ratrace die de internationale kunstwereld is geworden. De vertegenwoordiging van hun kunstenaars dragen ze over aan Keteleer Gallery uit Antwerpen. Heel even blijft het stil in en rond de gebouwen, maar al snel borrelen nieuwe ideeën op. "Wat het zou worden of zelfs zou moeten worden, wisten we eigenlijk niet. Maar dat er iets zou moeten gebeuren, spreekt voor zich", zegt Frederick Keteleer van de Antwerpse galerie. "Uiteraard moest er voor de familie Deweer wat tijd overgaan, al zijn ook Gerald en Bart altijd het unieke van deze locatie blijven zien. Meer nog, het initiatief komt zelfs volledig van hen. De ruimtes zijn zo bijzonder en dragen een ongelooflijke geschiedenis in zich. Voor alle betrokkenen was het een evidentie dat het opnieuw een kunstruimte zou worden."Dat het nieuwe Platform 6a de geschiedenis eert, blijkt uit de allereerste invulling die dit weekend opent. "Otegem is wereldberoemd geworden dankzij de galerie. Geloof mij, in de kunstwereld is Deweer een klinkende naam. Het programma van Deweer Art Gallery is integraal en vloeiend in onze programmatie overgelopen", zegt Frederick. "Op de groepstentoonstelling met tien kunstenaars is er een mooie wisselwerking tussen het vroegere verhaal en het nieuwe van onze kunstenaars. Dat willen we ook blijven doen: die oorsprong bewaken en bewaren en tegelijk de blik op de toekomst houden. Met ruimte voor jong talent als fotograaf Sybren Vanoverberghe, om hen kansen te bieden en te laten groeien."Maar Platform 6a doet meer en brengt ietwat verborgen kunst ook naar buiten. Voor het eerst krijgt het grote publiek een inkijk in de privécollectie van ondernemers Marc Coucke en Tanguy en Bieke Van Quickenborne. "België heeft een grote geschiedenis van kunstverzamelaars, maar in tegenstelling tot andere landen lopen onze verzamelaars daar niet al te graag mee te pronken. Op dat vlak zijn we terughoudend", aldus Frederick Keteleer."De waarde van het openstellen van de privécollecties van Coucke en Van Quickenborne is in mijn ogen bijzonder, bijzonder groot. Het toont niet alleen de steun en waardering naar de kunstenaars toe, maar maakt ook enkele wereldberoemde kunstwerken publiek toegankelijk. Het is vandaag gewoon belangrijk dat kunst zoveel mogelijk getoond kan worden." Dat het spannend is, glimlacht Frederick. Maar dat iedereen, ook Marc Coucke, er vooral ongelooflijk veel zin in heeft. "Samenwerking, daar gaat het voor mij om. We nemen het voortouw om kunst op een andere manier te benaderen en te tonen. Dat iemand als Philippe Van Cauteren (directeur van het S.M.A.K. in Gent, red.) de getoonde werken van Van Quickenborne samenstelde, toont hoezeer de kunstwereld de handen in elkaar slaat. Het is iets wat we in ons land niet gewoon zijn, maar volgens mij wel de toekomst kan uitmaken."