Campingmoord: 27, 27 en 23 jaar opsluiting voor beschuldigden

© KURT DESPLENTER BELGA

Het West-Vlaamse hof van assisen heeft Alain Deltrude (48), Julien Butera (33) en Romuald Verburgh (35) respectievelijk tot 27, 27 en 23 jaar opsluiting veroordeeld voor de moord op Mihael Parrent (37). De Oostendenaar werd op 6 december 2017 op een camping in Middelkerke de keel overgesneden door Deltrude. Het OM had levenslange opsluiting gevorderd voor Deltrude en Butera.

Mihael Parrent verbleef sinds een week in de caravan van Julien Butera op camping Marva III in Middelkerke. Butera en Deltrude verweten het slachtoffer dat hij in die periode eten en medicatie van hen zou gestolen hebben. Naar eigen zeggen, werd Butera nog kwader toen Parrent op 6 december zalm en bier gemorst bleek te hebben. Het slachtoffer kreeg daarom van Butera onmiddellijk enkele slagen in het gezicht.

Vervolgens kreeg de Oostendenaar zowel van Butera als van Deltrude rake klappen te verwerken, onder andere met een kookpot en een pan. Volgens hen deelde ook Romuald Verburgh twee slagen en een trap uit, maar dat wordt door Verburgh met klem ontkend. Butera stak met een vleesspies in de schouder van Parrent, terwijl Deltrude zijn gezicht bewerkte met een mes. Uiteindelijk sneed Deltrude het slachtoffer met een broodmes de keel over.

Na de feiten verplaatsten Butera en Deltrude het lichaam met een kruiwagen naar een leegstaande caravan. Daar probeerden ze hem ter hoogte van de schaamstreek in brand te steken. Later die avond trommelde Verburgh een bevriende rechtenstudente op om ‘een probleem op te lossen’. Kelly D. en haar toenmalige vriend Bruno C. zakten die nacht vanuit de streek van Namen nog af naar Middelkerke. Het verminkte lichaam werd in de koffer van haar Seat Ibiza gelegd, maar ter hoogte van Slijpebrug liep het drietal al tegen de lamp. Deltrude en Butera werden even later op de camping opgepakt.

Lijkverberging

De drie beschuldigden bekenden dat ze zich schuldig maakten aan lijkverberging. De verdediging van Deltrude betwistte als enige niet dat er sprake was van moord. Door de klappen die hij uitdeelde, was Julien Butera volgens zijn advocaat slechts medeplichtig aan doodslag. De advocaten van Verburgh wierpen ten slotte op dat hun cliënt veroordeeld moet worden voor schuldig verzuim. Ondergeschikt werd ook een herkwalificatie naar opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg voorgesteld. Alle argumenten van de verdediging werden echter van tafel geveegd door de jury, die hen alle drie schuldig bevond aan moord.

Brutaliteit

In het arrest over de strafmaat werd in eerste instantie opnieuw gewezen op de gruwel van de feiten. De beschuldigden lieten volgens het hof en de jury hun slachtoffer geen enkele kans. “Het lichaam van Mihael Parrent werd gesloopt met een uitzonderlijke brutaliteit”, aldus voorzitter Bart Meganck. “Ze moeten bij iedere slag of steek gezien hebben dat hij pijn leed en in gevaar was. Na de fataal dodelijke agressie lieten ze het lichaam aanvankelijk leegbloedend achter.” Verder werd het schrijnend genoemd dat het lichaam van het slachtoffer op ernstige wijze werd ontmenselijkt.

De parasitaire levensstijl en het strafblad van de beschuldigden speelden volgens het hof en de jury in hun nadeel. “Julien Butera en Romuald Verburgh hebben daarbij meermaals blijk gegeven van een agressieve en gewelddadige ingesteldheid.” Anderzijds werden ook heel wat elementen in het voordeel van de beschuldigden aangehaald, zoals de ongunstige leefomstandigheden die hun levensloop bepaalden. Zo ontbrak het hen allemaal aan stabiele nestwarmte. “Leven in marginaliteit is op zich geen verzachtende omstandigheid, maar het verklaart wel deels de bruutheid en de rauwheid van de wereld waar ze zich in bewogen.”

Bij Alain Deltrude werd rekening gehouden met het feit dat hij nooit eerder veroordeeld werd voor geweldplegingen. Uit zijn voorbeeldig gedrag in de gevangenis blijkt ook dat hij in staat is om te werken. Volgens de gerechtspsychiaters betekent hij eigenlijk ook geen gevaar voor de samenleving. De verdediging had 25 jaar voorgesteld, maar het werd uiteindelijk dus 27 jaar opsluiting.

Ook voor Julien Butera was levenslange opsluiting gevorderd, maar het hof en de jury veroordeelden hem dus eveneens tot 27 jaar. “Julien Butera heeft uiteindelijk op zijn wijze een zekere eerlijkheid getoond. Hij drukte op zijn eigen wijze ook zijn spijt uit over de feiten.” In het arrest werd daarnaast opgemerkt dat Butera nog steeds gesteund wordt door zijn stiefvader. Anderzijds stelden de psychiaters bij hem wel enkele antisociale kenmerken vast. Een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank werd echter niet noodzakelijk geacht.

Ten slotte was voor Romuald Verburgh 22 jaar opsluiting geëist, maar werd 23 jaar uitgesproken. Het hof en de jury merkten op dat hij zich sinds zijn vrijlating grotendeels goed aan zijn voorwaarden hield. Verburgh wil ook zijn stabiele relatie verder uitbouwen en een waardige vader worden voor zijn kinderen. Voorzitter Bart Meganck noemde het ook aannemelijk dat de beschuldigde zijn alcoholmisbruik achter zich heeft gelaten. Bovendien heeft hij nu een vangnet, door de steun van zijn vader en stiefmoeder.

Ze moeten bij iedere slag of steek gezien hebben dat hij pijn leed en in gevaar was

In de motivering werd ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Na het tactisch onderzoek was het nog bijna twee jaar wachten op de verslagen van de gerechtspsychiaters. “Dit zorgde ook voor een vertraging in het moraliteitsonderzoek. Die stilstand is niet te wijten aan het gedrag van de beschuldigden of aan de complexiteit van de zaak.”

Zoals gebruikelijk richtte de voorzitter zich nog kort tot de beschuldigden. “De gruwel van de feiten zal de nabestaanden blijven achtervolgen. Ik hoop dat de nabestaanden uiteindelijk enkel het gemis zullen voelen en dat de gruwel zal vervagen. Die gruwel mag u beschuldigden gerust wat langer wakker houden.” Verder werd aangegeven dat de straffen nu misschien zwaar klinken, maar dat het hof en de jury hen bewust nog een kans wilden geven. “Met jullie gedrag moet het mogelijk zijn om in een veel later stadium de strafuitvoeringsrechtbank te overtuigen dat u weer een plaats kan krijgen in de samenleving.”