Hulplijn bellen/snuiven

Steven Claerhout

Steven Claerhout maakt van het ‘huwelijk’ met zijn Dwars door Amerika-kompaan Wouter Deboot een open relatie. Elke week gaat hij op date en brengt hij hier verslag uit. “Ik zoek niks, maar ik sluit ook niets uit”, zo houdt Steven de kans op de ultieme match open.

Geen onbewaakt moment gaat voorbij of mijn gedachten dwalen af naar Maud. Zonder enige inspanning vorm ik me een beeld van haar. Met Zwitserse precisie. Maar veel meer nog dan haar maten en gewichten herinner ik mij haar lach, haar weldoordachte babbel en haar rust.

We ontmoetten elkaar op een oudejaarsparty en anderhalve week later is het nog altijd feest in mijn hoofd. Hoe komt het dat zij zo is blijven hangen? Zulke gesprekken gaan doorgaans toch gewoon op in het feestgedruis? Om de dag erop al te verworden tot een moeizaam te reconstrueren herinnering? Dit keer weet ik alles nog. Maud woont in Brussel, is perfect tweetalig en mag zich na een slopend lange studietijd eindelijk NKO-arts noemen. Neuzen, kelen en oren, voor de rest van haar leven. Hopelijk heeft ze bij mij ook oog voor mijn hart.

Ik bel Pieter en vertel hem dat ik iemand leerde kennen

Ik heb haar sinds de overgang van oud naar nieuw enkel via FaceTime teruggezien. Vanuit Colombia, waar ze geniet van een kleine halve maand verdiende rust. Terwijl ik me sterk maak dat het land van de kapot gesnoven neuzen haar niet zal overhalen daar te blijven om haar carrière een kickstart te geven, doe ik wat ik meestal doe als ik voel dat iets of iemand me meer raakt dan normaal. Ik bel mijn bloedbroer Pieter en vertel hem dat ik iemand leerde kennen. “Ah, proficiat. En wat doen haar ouders?”

Echt serieus word ik logischerwijs niet meteen genomen. Daarvoor werden er in het verleden al iets te veel gelijkaardige telefoontjes gepleegd. “Het was zo anders, Pieter. Zij sprak me aan, met een schunnige mop dan nog, maar daarna was het voor de rest van de nacht zedigheid troef. We babbelden over alles en ik voelde een instant klik.” Echt overtuigd lijkt mijn vriend vooralsnog niet. Hij is in de eerste plaats benieuwd hoe die grappige openingszin dan wel luidde. Een korte aarzeling later vertel ik hem dat ze op me afstapte met de woorden: ‘ik praat nooit tijdens het vrijen, want mijn ouders hebben me gezegd dat ik niet met vreemde mannen mag praten.’ Ik hoor een bulderlach aan de andere kant van de lijn. “Haha, dus dát doen haar ouders. Perfect match, zo lijkt me. Ik ben nu al fan van haar.”

Heel even lach ik mee, maar tegelijk beklaag ik me dat ik daarmee waarschijnlijk een verkeerd beeld heb geschetst. Maud had zich die avond moed ingedronken om het ijs te breken en was naar eigen zeggen totaal geen flierefluitster. En wat dan nog? Ik hoef helemaal niet te weten de hoeveelste ik ben. Iedereen heeft bagage. Het belangrijkste is dat zij met die van haar over een paar dagen terug naar België vliegt.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.