Fronttoerisme. Het blijft vreemd klinken.
...

Fronttoerisme. Het blijft vreemd klinken. Cynisch ook. En toch komt dat woord vaak terug bij deze muuradvertentie, die zes jaar geleden ontdekt werd achter een houten paneel. Ze was een initiatief van de British Legion, de oud-strijdersvereniging die onder meer de poppy op de internationale kaart zette. Ze verwezen in de advertentie naar Haig House, een onthaalplaats voor Britse pelgrims. Oud-strijders, nabestaanden en toeristen die het vroegere front of de graven van hun geliefden wilden bezoeken. Het huis werd genoemd naar Douglas Haig, een omstreden bevelhebber in WO I. Omwille van de bloederige strijd die hij leidde in de Somme en in Passendale kreeg hij de bijnaam 'butcher' of slager. Het was immers onder zijn bewind dat heel wat manschappen uit eigen rangen werden afgeslacht. Grote verliezen, kleine successen. Voorstanders claimen dat die nodig waren om de oorlog te winnen, tegenstanders wijzen op zijn onrealistische verwachtingen, het onnodig bloedvergieten en zijn zelfingenomen, koppige karakter. Het was immers geen geheim dat Douglas Haig er alles aan deed om zijn positie te behouden en zijn ego kreukvrij te houden. Hij koos altijd voor de aanval, had met zijn manschappen net zo min medelijden als met de vijand. Waar zijn soldaten het vandaag moeten stellen met een ingetogen witte grafzerk, kreeg hij elke mogelijke medaille opgespeld, een adellijke titel, een indrukwekkende begrafenis en zelfs een standbeeld. De muurschildering is vandaag beschermd. Er mag niets aan veranderd worden. Maar heel misschien zou rood toch een betere kleur zijn. Rood, van schaamte, bloed, agressie. Met zwarte letters, een vlek te midden van dat rood. Als een poppy.