Zelfs in het raam van het kleine kapelletje aan de overkant weerspiegelen de letters Pax op de gevel van het huis van Remi Lemahieu. Hij had een vredevolle jeugd als vierde van acht kinderen. Remi wist al vrij vroeg dat hij iets met architectuur wilde doen. Priester worden zoals zijn broer, dat zag hij niet zitten. Dan leunde hij meer aa...

Zelfs in het raam van het kleine kapelletje aan de overkant weerspiegelen de letters Pax op de gevel van het huis van Remi Lemahieu. Hij had een vredevolle jeugd als vierde van acht kinderen. Remi wist al vrij vroeg dat hij iets met architectuur wilde doen. Priester worden zoals zijn broer, dat zag hij niet zitten. Dan leunde hij meer aan bij het bouwbedrijf dat zijn vader Constant had opgestart.Remi was de man van de cijfers, het berekende. Hij bouwde mooie burgerhuizen en villa's aan zee. Met zijn broer Valère richtte hij een houthandel op, hout dat hij op zijn beurt veelvuldig verwerkte in de vele luxueuze huizen die hij bouwde. Zijn geluk kon niet op. Hij maakte het zelf, had geen God nodig daarvoor.In 1902 bouwde Remi zijn eigen droomstek én werd vader Constant verkozen tot burgemeester. Het geloof was opeens een gedwongen houvast toen vader Constant overleed in 1911 en niet veel later de oorlog uitbrak. De vlucht naar Nederland was een realitycheck voor Remi. Hij hielp er uiteindelijk mee aan de heropbouw van de kerk in Rijsbergen.Na de oorlog bleef hij meehelpen aan de wederopbouw. Hij bouwde de kerk van Wielsbeke mee op en was een van de architecten die in de streek zwaar zijn stempel drukte op de wederopbouw. Hij bouwde opnieuw burgerhuizen, maar ook sociale woningen en de kerk in Wijnendale. Hij had zijn schuld ingelost bij God, dacht hij vast. Het geloof omarmd, misschien vergiffenis gevraagd, of verlossing. Dat laatste kreeg hij op zijn 74ste, in de winter van 1944. Niet op zijn sterfbed of aan zijn tekentafel. Als er een God is, dan is die niet altijd zo vredevol. Remi stierf onder een tram.