"Hij zou in juni 75 jaar worden. Zijn gezondheid was al enkele jaren onstabiel en was de laatste weken fel achteruitgegaan. De uitvaart zal plaatsvinden in zeer beperkte kring", zo klinkt het in een korte mededeling.

De koersgenen had Patrick al mee, want hij kwam op 27 juni 1944 ter wereld als zoon van Albert of "Berten" Sercu die geen onverdienstelijk wielrenner was, zowel op de piste als op de weg.

In zijn door Rik Vanwalleghem geschreven biografie zegt de Izegemnaar in de jeugdcategorieën haast geen wedstrijd te hebben verloren. De grote poort ging open tijdens het Belgisch Kampioenschap sprint op de wielerbaan van Rocourt, waar Sercu in 1961 en 1962 respectievelijk tweede en eerste bij de amateurs (nu "beloften") werd. Helemaal wijd open stond de poort een jaar later in datzelfde Rocourt toen de Belg wereldkampioen snelheid werd.

Sercu is één van de weinige Belgische wielrenners die olympisch goud pakten. In Tokio won hij in 1964 op de baan de kilometer met vliegende start. Daarna behaalde hij in dezelfde discipline nog twee keer goud (1967 en 1969) en twee keer zilver (1965 en 1968) tijdens de WK's voor profs.

© (Belga)

Zijn entree in die categorie maakte hij in de Solo-Superiaploeg van Rik Van Looy, die er de jonge Eddy Merckx op zijn zachtst gezegd het leven niet gemakkelijk maakte. Met die Merckx won hij in 1965 zijn eerste zesdaagse, nota bene in het Kuipke van Gent dat als het ware zijn privésportpaleis werd en waar hij met elf zeges recordhouder is. Sercu en Merckx reden uiteindelijk 27 zesdaagsen, waarvan ze er vijftien wonnen.

Sercu vormde 21 keer een koppel met de Nederlander Peter Post, wat goed was voor veertien zegetuilen. In totaal betwistte de West-Vlaming 223 profzesdaagses, met 57 verschillende ploegmaats. Hij won 88 keer, een record. De Australiër Danny Clark staat tweede in de lijst met 73 stuks.

De vader van wielermanager Christope Sercu reeg als amateur en prof wereldrecords op de baan aaneen.

Opvallende overwinningen op de weg kwamen er tussen 1970 en 1977 toen hij achtereenvolgens voor het Italiaanse Dreher en Brooklyn, en (samen met Merckx) voor Fiat France reed. Op de weg eindigde hij 287 keer bij de eerste vijf.

Giro en Tour de France

In 1970 viel Sercu een etappezege in de Giro te beurt, de eerste van in totaal dertien. In de Tour zegevierde de rassprinter zes keer: drie keer in 1974 en evenzoveel drie jaar later. En enige panache ontbrak daarbij niet.

Reeds op dertigjarige leeftijd gekomen, maakte Sercu in 1974 zijn Tourdebuut nadat Brooklyn hem op zijn aandringen voor "La Grande Boucle" had ingeschreven. In de derde etappe was het al raak, de vierde en de achtste volgden. Dankzij die vroege zeges pakte Sercu snel veel punten voor de groene trui. Een vierde plaats in de rit van Dieppe naar Harelbeke leverde hem zelfs een halve dag de gele trui op. Tijdens de slotrit, toen de Tour voor het laatst op de piste van het Parijse Vincennes eindigde, diende hij door een spurtincident met Gustaaf Van Roosbroeck zijn zege aan Merckx af te staan en kwam hij op plaats nummer drie terecht. Dat was wel voldoende om de "Kannibaal", die zijn laatste Tour won, net van het groen af te houden.

© (Belga)

Drie jaar later zette Sercu in de Tourrit van Roubaix naar Charleroi een prestatie neer waarvoor hijzelf geen verklaring heeft. Van de 190 km reed hij er 176 in de aanval, om met meer dan zes minuten te zegevieren en een premie van ongeveer 2.500 euro te incasseren bij een tussensprint aan het Beursgebouw te Brussel, waar speciaal maar nutteloos een camera voor fotofinish was geplaatst.

De laatste overwinning op de weg was het criterium van Mortsel in 1982. Een jaar later won hij nog de zesdaagses van Kopenhagen en Rotterdam, en was Sercu met Etienne De Wilde tweede in de zesdaagse van Antwerpen, de voorlaatste die hij betwistte. De laatste was Milaan, waar hij met Moreno Argentin ook weer zilver behaalde.

Sercu bleef daarna in het zesdaagsecircuit als directeur of (medeorganisator), uiteraard ook in het Kuipke, en/of vurig propagandist van het baanwielrennen. Hij zorgde achter de schermen ervoor dat zesdaagsen uitgroeiden tot een totaalspektakel.

Bekijk hier een reeks foto's met Patrick Sercu.

Ferdi Van Den Haute neemt afscheid van 'mijnheer Sercu'

De 66-jarige Ferdi Van Den Haute reed in 1976 de Zesdaagse van Gent samen met Patrick Sercu. Hetzelfde jaar werd dat koppel ook Belgisch kampioen ploegkoers. Bovendien waren ze een tijdlang ploegmakkers bij Marc-Zeepcentrale. Van Den Haute had veel ontzag voor Patrick Sercu en noemde hem altijd "mijnheer Sercu".

"Ik vernam het nieuws van het overlijden van Patrick Sercu daarnet. Het doet me wat. Ook al wist ik dat Patrick Sercu al een tijdje ziek was", verklaarde Van Den Haute. "In 1976 reed ik samen met hem de Zesdaagse van Gent. De Australiërs Danny Clark en Don Allan gingen toen met de zege aan de haal, wij werden tweede. Spijtig genoeg werd ik maar één keer aan Patrick gekoppeld in Gent. Datzelfde jaar behaalden Patrick Sercu en ikzelf wel de Belgische titel in de ploegkoers in het Kuipke."

"Patrick was een heel amicale man, altijd correct met zijn vak bezig. Hij was één van de beste pistiers die we ooit hadden. Hij werd ook nog eens pistecoach en hield zich bezig met het samenstelllen van de ploegen voor diverse zesdaagsen. Toen Patrick Sercu niet meer naar zijn eigen Kuipke afzakte voor de Gentse zesdaagse, wist je al genoeg. Ik informeerde nog een paar keer bij zijn zoon Christophe naar zijn gezondheidstoestand en hoorde telkens dat het niet zo goed ging. Tot ik daarnet het droeve nieuws vernam. We moeten nu afscheid nemen van 'mijnheer Sercu' zoals ik hem altijd zal omschrijven. Een echte kampioen, maar ook een warm mens en een echte mijnheer."

Iljo Keisse dankt zijn carrière deels aan Patrick Sercu

© BELGA

De nieuwe "keizer van 't Kuipke" Iljo Keisse, na zijn zware val in Parijs-Roubaix, is thuis aan het revalideren. Daar kreeg hij via oud-wielerjournalist Roger De Maertelaere te horen dat Patrick Sercu overleden is.

"Dat was een fikse slag in het gezicht. Ik kende Patrick heel goed. Van kleins af aan al eigenlijk. Hij was nog even mijn manager en daarna mijn wedstrijdleider in tal van zesdaagsen", zegt een aangeslagen Iljo Keisse. "Ik keek als klein rennertje zeker naar hem op. Bekijk zijn palmares maar eens. Immens is dat. Hij won een pak zesdaagsen, enkele Belgische- en wereldtitels, naast een olympische titel. Fenomenaal."

Sercu koppelde het opkomende talent Keisse destijds in 't Kuipke aan goede renners. Het werd de start van wat zou uitgroeien tot een mooie loopbaan voor de Gentenaar. "Zonder Patrick Sercu had mijn carrière er heel anders uitgezien. Ik had het privilege om in de zesdaagsen met goede talentvolle renners te koersen. In 2005 met Matthew Gilmore, daarna met Robert Bartko en noem maar op. Natuurlijk heb ik in die overwinningen ook wel mijn deel, maar ik kreeg van Patrick Sercu wel een serieus duwtje in mijn rug. Dat zal ik nooit vergeten. Ik had ook een goede relatie met zijn zoon Christophe, die het werk van zijn vader overnam. Het doet pijn te vernemen dat Patrick er niet meer is. Aan hem heb ik ongetwijfeld een deel van mijn carrière te danken."

(Belga)