Réjane Gyssens is 53 en stamt uit een zeevarend geslacht. "De helft van mijn familie bouwde aan een loopbaan in het onderwijs, de andere koos voor de zee", legt ze uit. "Zo voer mijn grootvader Charles Gyssens de legendarische lange omvaart. Hij zou wellicht als officier geëindigd zijn, maar hij liep malaria op en moest zijn loopbaan op zee stopzetten en werd politieagent. Ook mijn grootvader aan moeders kant, Georges Vanwelssenaers, had zeebenen. Hij bleef helaas op zee als stoker aan boord van de Prinses Astrid. Hij kwam om toen die mailboot in 1949 op een losgeslagen mijn liep. Zijn zoon Georges, mijn oom dus, koos ook voor de lange omvaart en sloot zijn zeemansbestaan af als zeeloods. Een andere oom Robert Lingier was marconist (de radio-officier op het s...

Réjane Gyssens is 53 en stamt uit een zeevarend geslacht. "De helft van mijn familie bouwde aan een loopbaan in het onderwijs, de andere koos voor de zee", legt ze uit. "Zo voer mijn grootvader Charles Gyssens de legendarische lange omvaart. Hij zou wellicht als officier geëindigd zijn, maar hij liep malaria op en moest zijn loopbaan op zee stopzetten en werd politieagent. Ook mijn grootvader aan moeders kant, Georges Vanwelssenaers, had zeebenen. Hij bleef helaas op zee als stoker aan boord van de Prinses Astrid. Hij kwam om toen die mailboot in 1949 op een losgeslagen mijn liep. Zijn zoon Georges, mijn oom dus, koos ook voor de lange omvaart en sloot zijn zeemansbestaan af als zeeloods. Een andere oom Robert Lingier was marconist (de radio-officier op het schip, nvdr.). En mijn eigen dochter zit nu in haar tweede jaar aan de Hogere Zeevaartschool in Antwerpen." Zelf was Réjane, kapitein ter lange omvaart, de allereerste vrouw die afstudeerde aan die school.In 1979 werden voor het eerst vrouwelijke kandidaten tot de Hogere Zeevaartschool in België toegelaten. Hun verschijnen deed vooral bij de oudere lesgevers even de wenkbrauwen fronsen. "Zelf studeerde ik af in 1982", blikt Réjane terug. "We zijn met zes studentes gestart aan onze opleiding. Twee bouwden uiteindelijk verder aan een carrière op zee." Na haar studies vaarde ze tien jaar bij Ahlers Shipping, zowel op tankers, containerschepen, general cargo als fruitschepen. Ook in dat mannenbastion was er wel eens een oudere kapitein die het moeilijk had met vrouwen aan boord. "Er was zelfs één kapitein die geen vrouwen in zijn crew wilde. Maar toen die oudere garde zag dat we ook ons mannetje stonden en ook de lastige en moeilijke klussen aan boord niet uit de weg gingen, werden we snel aanvaard en zelfs geapprecieerd." Toen Réjane later aan wal aan de slag was, als havenkapitein in Oostende en als nautisch dienstchef bij DAB Loodswezen in Zeebrugge, ondervond ze geen discriminatie. "Daar waren ze al meer gewend aan vrouwen in kaderfuncties. En natuurlijk teer je dan verder op het respect en de ervaring die je opgebouwd hebt tijdens je vaarcarrière."Ook nu nog blijft de zee 'trekken' voor de dienstchef van het MRCC. "Ik zou niet zonder de zee kunnen. Gelukkig kan ik professioneel nog vaak genoeg het zeegat uit en ook in mijn vrije tijd is de zee nooit ver weg. Dat Réjane last heeft van zeeziekte is het verste van haar zorgen. "Al mijn leven lang. Bij een sterke noordooster heb ik er van. Ik hang dan altijd als eerste over boord." Een van de boten waar Réjane vaak haar vrije tijd op vult, is de Nele. De tweemastsloep is één van de 140 vaartuigen die te bewonderen vallen tijdens Oostende voor Anker. "De Nele wordt in de vaart gehouden dankzij de inzet van een hoop vrijwilligers. Dat vind ik zo mooi aan dit project." Zelf steekt ze sinds kort ook graag een handje toe bij de vaarcampagnes van deze replica. Tweemast-sloepen als de Nele zijn tussen 1850 en 1920 met tientallen gebouwd om er de visserij mee te beoefenen. "Als André Nolf, de vroegere directeur van Marien Station Oostende (MSO) en nu de drijvende kracht achter het schip, mij belt om de vaarploeg te vervolledigen, dan ga ik graag op zijn uitnodiging in. Want aan boord van een zeilschip is het alle hens aan dek geblazen."Oostende mag fier zijn op de Nele, vindt ze tot slot nog. "Veel varend maritiem erfgoed blijft er niet meer over. Dus ben ik altijd blij dat ik met de tweemastsloep, getuigd met zeven zeilen, weer eens het ruime sop kan kiezen. De ene keer als roerganger, de andere keer meehelpend bij de meer- en zeilmanoeuvres. Een paar keer heb ik het vaartuig ook al zelf mogen schipperen. In oud RMT-commandant Jean Ramakers erken ik een ervaren leermeester. Ook voor hem geldt het devies: bij iedere vaart staat veiligheid voorop zowel voor bemanning als passagiers!"