Marcelline werd geboren als oudste van drie dochters uit een vissersfamilie uit de Kaaistraat. Vader Cyriel Vercruysse was tot in de jaren vijftig reder/kustvisser van de O.4. Haar moeder Jeanne Janssens was de dochter van een kustvisser en runde tot haar 70ste een semi-visgroothandel in de vismijn. Het lag dus voor de hand dat ook Marcelline in de visindustrie zou belanden. Na haar studies wordt ze bediende in de boekhouding van de Oostendse rederij.
...

Marcelline werd geboren als oudste van drie dochters uit een vissersfamilie uit de Kaaistraat. Vader Cyriel Vercruysse was tot in de jaren vijftig reder/kustvisser van de O.4. Haar moeder Jeanne Janssens was de dochter van een kustvisser en runde tot haar 70ste een semi-visgroothandel in de vismijn. Het lag dus voor de hand dat ook Marcelline in de visindustrie zou belanden. Na haar studies wordt ze bediende in de boekhouding van de Oostendse rederij. Eind jaren dertig leerde ze haar man, Lucien Surmont, kennen op weg naar de vismijn met de tram. De jonge Lucien Surmont is visafslager in afwachting van zijn toelatingsexamen bij de politie, waar hij in juni 1941 volgens de annalen uit Het Visscherijblad als primus uit komt met 97%. Datzelfde jaar nog stappen ze in het huwelijksbootje en samen krijgen ze twee zonen: Eddy (76) en Jean (61). Zij zorgen voor het nageslacht van Marcelline met vijf kleinkinderen: Laurent, Steve, Cathy, Josie en Jill. Er zijn zelfs acht achterkleinkinderen: Jorgito, Sébastien, Ella, Gaëlle, Eros, Manu, Enrique en Lio. Haar man Lucien wordt tijdens de oorlog door de bezetter uit zijn ambt als politieofficier ontzet, maar wordt bij de bevrijding onmiddellijk in zijn functie hersteld door de Britse troepen. Het was geen geheim dat Lucien een actieve rol speelde in het verzet en dat Marcelline perfect Engelstalig was. Zo komt ze de volgende twee jaar aan de bak als officiële tolk bij het Britse hoofdkwartier op de hoek van de Van Iseghemlaan met de Spilliaertstraat. Door de benoeming van Lucien als hoofdcommissaris in Middelkerke, verhuist het koppel. Marcelline werd later ook nog penningmeester van de toenmalige Liberale Vrouwenbond van Middelkerke als pionier van het hulpfonds voor minder bedeelde kinderen. Begin jaren zestig krijgt de volleybalmicrobe haar te pakken. Zoon Eddy is de oprichter van The Jumpers Volleybal en haar man wordt voorzitter. Ook Jean, haar jongste zoon, is er actief. Na de pensionering van Lucien verhuist het koppel terug naar Oostende. In 1999 overlijd Lucien, een zware klap voor Marcelline. Ze blijft op haar appartementje wonen tot de opening van serviceflats 't Staketsel. Eind 2018 ruilt ze haar flat voor een kamer in WZC De Boarebreker. Door de verbouwingen verhuist ze uiteindelijk naar WZC A. Lacourt, waar ze zich nog elke dag gelukkig voelt. Het geplande verjaardagsfeest voor Marcelline valt echter in het water door het coronavirus. De eeuwelinge viert haar feest achter het glas van de cafetaria, maar aan de andere zijde van het glas zal haar familie zijn met drankjes en taart aan beide zijden van het glas. Het diner is voor binnen enkele weken en dat wil Marcelline voor geen geld ter wereld missen. Vrijdag om 14 uur komt de burgemeester langs, die Marcelline, net als haar familie, van achter glas zal feliciteren.