De woonzorggroep Gastvrij Omgeven (GVO), opgericht door de Zusters van het Geloof van Tielt, heeft vestigingen in Bulskamp, Kortrijk, Meulebeke, Moorsele, Oostende, Wakken, Wingene, Zedelgem en Zwevezele. "Wij hebben een bezetting van 98,7 procent, zoals begroot. Er is geen probleem van leegstand", zegt gedelegeerd bestuurder Bernard Bruggeman. "We zien wel dat er minder opnames zijn voor kortverblijf."
...

De woonzorggroep Gastvrij Omgeven (GVO), opgericht door de Zusters van het Geloof van Tielt, heeft vestigingen in Bulskamp, Kortrijk, Meulebeke, Moorsele, Oostende, Wakken, Wingene, Zedelgem en Zwevezele. "Wij hebben een bezetting van 98,7 procent, zoals begroot. Er is geen probleem van leegstand", zegt gedelegeerd bestuurder Bernard Bruggeman. "We zien wel dat er minder opnames zijn voor kortverblijf.""Onze wachtlijsten waren al niet groot. De laatste jaren is er een ruim aanbod aan woonzorgcentra bijgekomen. Doordat er rusthuizen zijn die wel leegstand kennen, worden mensen sneller opgenomen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ook onze wachtlijst nog verder ingekort is", vervolgt Bernard Bruggeman. "De doorstroom van de opnames gaat vrij vlot. Waar mensen vroeger gemiddeld twee tot drie maanden moesten wachten om te worden opgenomen, is dat nu binnen de maand." "Het lijkt mij dat de wachtlijst in september wel weer lichtjes aantrekt, maar niet spectaculair. Maar wij hebben niet graag een lange wachtlijst. Dat betekent dat mensen met een dringende zorgbehoefte niet kunnen worden opgenomen. De situatie is in zowat al onze vestigingen dezelfde, al zien we dat de wachtlijst het snelst weer aandikt in Zedelgem. Ook tijdens de lockdown is daar altijd een behoorlijke wachtlijst gebleven. Maar een echte verklaring hebben we daar niet voor.""De vrees voor een nieuwe coronalockdown en de beperkende maatregelen rond bezoek spelen bij ons dus niet echt, toch niet voor wat opnames in het woonzorgcentrum betreft. Voor de kortverblijven zal het wel een rol spelen. Mensen kiezen om het toch nog eens thuis te proberen, met wat extra thuiszorg."Motena, het stedelijke zorgbedrijf van Roeselare, beheert vier woonzorgcentra met in totaal 455 bewoners. "Wij hebben geen leegstand", klinkt het ook daar, bij monde van voorzitter en Roeselaars schepen Bart Wenes (CD&V). "Integendeel, is er een behoorlijk goed gevulde wachtlijst. Dat was ook tijdens de lockdown het geval, want toen mochten geen opnames gebeuren. Van zodra het weer mocht, waren onze rusthuizen weer volzet. Wij zijn nochtans niet de allergoedkoopste. Onze dagprijzen liggen tussen de 58 en 64 euro. Dat is iets boven het gemiddelde in de regio."Het stadsbestuur van Oostende beheert twee rusthuizen, De Boarebreker en Lacourt. "Wij hebben geen leegstand en ook geen wachtlijsten. Die zijn altijd heel beperkt omdat wij een goede doorstroming hebben en omdat er goed afgestemd wordt met de ziekenhuizen", zegt schepen van Zorg en Welzijn Natacha Waldmann (Groen). "Tijdens de lockdown was er een kleine leegstand in De Boarebreker, maar de instroom is er intussen weer op gang gekomen. In onze assistentiewoningen merken wij wel een grotere mate van leegstand, maar niet in de woonzorgcentra."De commerciële groep Armonea heeft in West-Vlaanderen woonzorgcentra en assistentiewoningen in Assebroek, Brugge, Rumbeke, Westende en Koksijde. "In West-Vlaanderen bedraagt de leegstand bij ons gemiddeld 6,5 tot 6,7 procent", vertelt woordvoerder Jannes Verheyen. "Het verschilt van site tot site, hier en daar zijn er ook wachtlijsten. De voorbije jaren is ingezet op het effectief realiseren van de vergunningen die er nog waren. Daardoor is het aantal beschikbare plaatsen toegenomen. We merken ook dat mensen toch meer dan vroeger twijfelen om naar een woonzorgcentrum te gaan. Niet omdat ze vrezen besmet te raken, maar wel omdat ze bang zijn voor een nieuwe lockdown. Ook al is nu vastgelegd binnen de sector dat er altijd bezoek mogelijk zal zijn, die angst speelt toch."Vorige week kwam Armonea in het nieuws als een van de groepen die kortingsacties lanceerde om mensen over de streep van het woonzorgcentrum te trekken. Jannes Verheyen wil daar echter niet meer op terugkomen. "Het is genoeg geweest met die heisa", vindt hij.