Op de plek waar ooit herberg De Meiboom heeft gestaan, werd soldaat Pieter Alfons Gielen op 19 oktober gefusilleerd omwille van wat toen 'ongehoorzaamheid en desertie in het aanschijn van de vijand' werd genoemd. De hoefsmid uit het dorpje Kleine-Spouwen was amper 27 jaar en vader van drie kinderen. Vier jaar geleden plaatste zijn familie op de bewuste plaats een klein houten paaltje met daarop de foto van de soldaat.
...

Op de plek waar ooit herberg De Meiboom heeft gestaan, werd soldaat Pieter Alfons Gielen op 19 oktober gefusilleerd omwille van wat toen 'ongehoorzaamheid en desertie in het aanschijn van de vijand' werd genoemd. De hoefsmid uit het dorpje Kleine-Spouwen was amper 27 jaar en vader van drie kinderen. Vier jaar geleden plaatste zijn familie op de bewuste plaats een klein houten paaltje met daarop de foto van de soldaat. Ieder jaar komt een delegatie uit Bilzen (Limburg) een pakkend eerbetoon brengen. Dit jaar waren ze met heel veel, de familie en vrienden. De grote afvaardiging werd bovendien geleid door schepen Maike Meijers (Trots op Bilzen). Ook de Nieuwpoortse burgemeester Geert Vanden Broucke (CD&V) woonde de herdenking bij. Belangrijk voor de drie generaties aanwezige familie Gielen: de Vrienden van het In Flanders Fields Museum (VIFF) organiseerde een bijzondere Remembrance waarop ook Piet Chielens, coördinator van het In Flanders Fields Museum aanwezig was. "Mijn overgrootvader werd gefusilleerd omdat hij op 14 oktober 1914 samen met een streekgenoot in Nieuwpoort naar eten was gaan zoeken", vertelt Jos Gielen die al ruim twintig jaar obsessief bezig is met de zaak. "Ze vonden een stel burgerkleren en lieten hun geweer en soldatenjas achter om ongestoord te kunnen rondneuzen. Het zou hun dood betekenen. Eenmaal terug klaagde de bevelhebber van de compagnie hen meteen aan. Ze hadden hun post verlaten zonder toestemming en het achterlaten van hun soldatenjas maakte het alleen maar erger. De gevolgen waren niet te overzien: na een schijnproces werden ze ter dood veroordeeld en op 19 oktober gefusilleerd. Hun lichamen zijn hier ergens begraven, maar nooit teruggevonden", zegt Jos Gielen.Ruim voor de grootse eeuwherdenking van WO I vroegen enkele nabestaanden aan ons land of deze terdoodveroordeelden in het kader van die herdenking eveneens als slachtoffer van de oorlog konden worden erkend. "Dat was geen vraag naar schuld of onschuld", legt Piet Chielens van het In Flanders Fields Museum uit", noch naar gratie, maar gewoon een hoop op enig teken van erkenning van de schande die al bijna honderd jaar op de nagedachtenis van de familie en zo ook op hen rustte. In een aanbeveling die een wetenschappelijke commissie na een studie over de rechtspraak in het Belgisch leger begin dit jaar publiceerde, staat onder meer dat het comité van mening is dat deze mannen deel zouden kunnen uitmaken van het collectief geheugen. Om dat mogelijk te maken, zijn de Vrienden van het In Flanders Fields Museum graag ingegaan op de vraag van de familie Gielen om aan hun ongelukkige voorvader een 'VIFF-Remembrance' te wijden", vertelt Piet Chielens.Maar daarmee is de kous voor de familie nog niet af, integendeel. "Wetenschappelijk onderzoek mag dan aangetoond hebben dat het Belgisch leger onterecht jonge soldaten als deserteurs voor het vuurpeloton bracht, nog steeds heeft ons land zich niet officieel verontschuldigd voor deze gerechtelijke dwalingen zoals die mijn overgrootvader overkomen is", gaat Jos verder. "In tal van andere landen is dat al lang gebeurd. Ik vond het trouwens heel belangrijk dat vandaag ook politici aanwezig waren op de herdenking. Dat betekende heel veel voor ons." (DVL)