Al sinds zijn dertiende is Hubert, nu zeventig jaar, bezig met duiven. Een historie van 57 jaar in de duivensport kan al eens tellen. Zijn vader hield geen duiven, maar ging wekelijks kijken naar de duivensport van zijn vrienden en buren. Als kleine jongen ging Hubert altijd mee: "Daar begon het allemaal. Ik wou altijd mee en ben er zo in gerold. Even later bouwde ik mijn eigen kleine hok en begon ik te spelen. Eerst altijd met vluchten van Arras naar hier, ik speelde altijd op snelheid. Die hele lange vluchten doen we niet", vertelt Hubert.
...

Al sinds zijn dertiende is Hubert, nu zeventig jaar, bezig met duiven. Een historie van 57 jaar in de duivensport kan al eens tellen. Zijn vader hield geen duiven, maar ging wekelijks kijken naar de duivensport van zijn vrienden en buren. Als kleine jongen ging Hubert altijd mee: "Daar begon het allemaal. Ik wou altijd mee en ben er zo in gerold. Even later bouwde ik mijn eigen kleine hok en begon ik te spelen. Eerst altijd met vluchten van Arras naar hier, ik speelde altijd op snelheid. Die hele lange vluchten doen we niet", vertelt Hubert.Nu vult de gepensioneerde Hubert zijn dagen helemaal met de duivensport. Vroeger combineerde hij die hobby met een job als mecanicien. Later ging hij nog aan de slag als beenhouwer in het slachthuis van Beernem. Via een job als varkensverzorger sloot hij zijn actieve beroepscarrière af als groendienstmedewerker aan de gemeente Beernem. "Maar hoe druk ik het ook had, altijd heb ik met de duiven gespeeld. In 1999 was onze club, 'Nu of nooit Sint-Joris', ten dode opgeschreven. Het bestuur wilde de vereniging opdoeken. Mijn buurman, die al langer actief was dan ik, kwam naar mij en zei dat dit niet mocht gebeuren. We hebben hemel en aarde verzet om met een nieuw bestuur de club verder te zetten", vertelt Depoorter.Vier jaar later kreeg de club opnieuw een klap te verduren: "De cafébazin waar we ons lokaal hielden, besloot om ermee te stoppen. Ik heb dan mijn stoute schoenen aangetrokken en ben raad gaan vragen aan Philipe Van Pottelberghe. Dat was een kasteelheer uit Sint-Joris, die zag mij natuurlijk al komen. Hij vroeg hoe het met me ging. 'Slecht!', zei ik, 'we hebben straks geen duivenlokaal meer.' 'Je wil dat hier doen zeker', zei hij. 'Geen probleem, doe maar.' Dat was dus heel snel en gemakkelijk geregeld, een moment dat ik nooit zal vergeten", zegt Depoorter. De club trok in in een van de bijgebouwen van het kasteel en Hubert Depoorter stond mee in voor de verhuis van alle materiaal en installatie.De duivensport kende de laatste jaren heel wat veranderingen. Toch blijken die niet zo negatief dan men zou denken. Het aantal gekorfde duiven steeg de laatste jaren exponentieel. "Tegenwoordig korven we gemiddeld 50.000 duiven en dat is veruit het grootste aantal uit West-Vlaanderen en ver daarbuiten", lacht Depoorter. "Dat brengt heel wat werk met zich mee. Werk dat ik nog steeds dag en nacht met plezier doe. Ik zet me twee honderd procent in en wil alles goed laten verlopen. Ik ben er elke dag van het jaar mee bezig, vaak van 5 uur 's morgens om bijvoorbeeld duivenmanden te kuisen, de bar aan te vullen of de chips van de duiven te scannen."Aan stoppen denkt de zeventigjarige duivenliefhebber nog lang niet: "Ik doe verder zolang ik kan. Men zei mij altijd dat ik dit nooit ging volhouden maar kijk nu, ik ben nog steeds bezig en doe het nog steeds heel graag. Als wij er niet waren, was het misschien gedaan. De club en de duivensport is mijn lang leven. Als mijn gezondheid het toelaat, doe ik door zoals ik nu bezig ben." De opvolging van Hubert is alvast verzekerd. Zoon Benedict (32) en kleinzoon Sem (4) zijn ook al actief in de duivensport. "En mijne zoon is net als ik", lacht Hubert. "Als die iets doet, gaat hij er ook vol voor. De toekomst is dus verzekerd", besluit hij.(AVH)