Beiden zijn lid van loopclub Torrac. "We lopen zowel korte als lange afstanden", zegt André. Hij was in 2003 al in Compostella en weet dus goed aan wat hij begint. Eric is net genezen van kanker. "Ik zei altijd dat ik uit dank naar Compostella zou gaan indien ik de gepaste compagnon zou vinden", valt Eric in. "En André was onmiddellijk akkoord. Voor mij is het dus echt een bedevaart, een soort bezinning."
...

Beiden zijn lid van loopclub Torrac. "We lopen zowel korte als lange afstanden", zegt André. Hij was in 2003 al in Compostella en weet dus goed aan wat hij begint. Eric is net genezen van kanker. "Ik zei altijd dat ik uit dank naar Compostella zou gaan indien ik de gepaste compagnon zou vinden", valt Eric in. "En André was onmiddellijk akkoord. Voor mij is het dus echt een bedevaart, een soort bezinning." "We starten in het dorpje St.-Jean-Pied-de-Port", gaat André enthousiast verder. "Een klein stadje aan de voet van de Franse Pyreneeën. En vanaf daar is het meteen serieus: je moet de bergen over! We zijn van plan om de eerste dag al meteen een 25-tal kilometer af te haspelen, als het weer het toelaat tenminste. Elke dag moet je zelf voor je slaapplaats zorgen. De slaapplaatsen zijn sober en armoedig, maar altijd proper. Voor eten moet je zelf zorgen, maar dat is daar geen probleem. Toch willen we één keer per week een goed bed en een douche. We zijn al bezig met trainen, want om te wandelen gebruik je andere spieren dan om te lopen. Ook het schoeisel is anders." "Het valt mee om één keer 25 kilometer te wandelen, maar als je naar Compostella gaat, is het elke dag van dat. En dat veertig dagen naeen. Maar je mag er vooraf geen tijd opplakken, je moet het op je eigen tempo doen. Je moet er ook rekening mee houden dat je je rugzak altijd bij hebt. We proberen het onder de tien kilo te houden, maar je moet toch van alles bijhebben. Alles per drie: sokken, truitjes, ... Altijd één stuk dragen, één in de was en de derde in de rugzak.""Ook pleisters en druivensuiker zijn dingen die je bij moet hebben. Ik doe ook altijd een stuk touw mee en dat is al dikwijls van pas gekomen. Zo moest ik eens mijn slaapkamerraam aan mijn slaapkamerdeur binden omdat het raam teveel klapperde." (lacht) "Ook een kompas neem ik mee. De route is wel goed uitgestippeld, maar je weet maar nooit. Een groot voordeel is dat de mensen ter plekke weten waar je naartoe wil. Je bent geen gewone toerist, maar een 'peregrino'. De mensen zijn daar ook heel anders ingesteld. Vorige keer kreeg ik van een oud vrouwtje zomaar een druiventros aangeboden. Pannenkoeken kregen we ook al eens. Je moet ook veel drinken, voor je dorst hebt eigenlijk. Je krijgt ook in elk dorp een stempel, een mooi aandenken voor thuis!"."Een beetje winderig en zonnig, maar niet te warm is goed wandelweer", pikt Eric in. "Toch nemen we een regenvest mee. Ik ben voor niets bang onderweg, maar hoop wel dat ik van blessures gespaard blijf. En we zullen steun hebben aan elkaar, want André vertelde me dat het mentaal wel zwaar kan zijn. Ginder aangekomen moet je je hand leggen op de 'Boom van Jesse', zoals elke pelgrim doet bij aankomst. Door de aanrakingen van miljoenen pelgrims is de vorm van een hand daarin al uitgesleten. Je krijgt daar ook een soort diploma.""De legende wil ook dat je een steen(tje) van thuis meeneemt om daar achter te laten. Je laat daar dan symbolisch je zonden achter. Voor mij zal een kleintje volstaan, want ik heb niet veel zonden. (lacht) Een tijdje later komen onze echtgenotes ons achterna. We zijn van plan om eind juli te vertrekken. Ik zie het zeker zitten, al is de sfeer momenteel iets minder: ik sukkel wat met mijn achillespees. Maar ik heb nog een kleine drie maanden om in vorm te geraken. Als ik niet kan gaan, dan zal ik kruipen. En als kruipen niet lukt, dan zal André me dragen. Je moet ook zo weinig mogelijk kopzorgen meenemen, je hoofd leegmaken is belangrijk. We zijn dit jaar vijftig jaar getrouwd. Ik wilde dit zeker doen, want je krijgt toch een grote duw als je kanker hebt gehad. Maar ik kijk er verlangend naar uit", besluit Eric. (JV)