Ik heb nooit goed begrepen hoe je de dag moet plukken. Of hoe je moet leven alsof het je laatste dag is. Ik weet dat we het zeggen als troost, maar ik vind het een idioot concept.
...

Ik heb nooit goed begrepen hoe je de dag moet plukken. Of hoe je moet leven alsof het je laatste dag is. Ik weet dat we het zeggen als troost, maar ik vind het een idioot concept. Wat doe je dan? Slagroomtaarten eten en iedereen uitnodigen van waarde? Al je geld uitgeven aan dingen waar je een dag later toch niks aan hebt? En waarom zou je dat allemaal doen, als je toch niet écht sterft, want het is bij wijze van spreken? Nu is de kans niet onbestaande dat ik hier aan het zeuren ben en toegegeven: er is niks zo moeilijk als troost schenken. Want wat moet je dan wel zeggen? Als er een collega sterft, is dat ingrijpend voor de hele vloer. In mijn geval was het ook een radiopresentator, een compagnon de route. Hij was een beetje van iedereen. Die collectieve rouw bracht iets heel mooi op gang, met herinneringen, lieve woorden en veel knuffels, dat deed hij ook graag. Ik werd erover aangesproken door een vriendin op de Burg vandaag. Ze is net haar mama verloren. Ze zei dat ze troost had gevonden in de mooie woorden voor Christophe Lambrecht. Alsof ze voor haar mama waren. Had ze afscheid kunnen nemen van haar mama, vroeg ik? Ja, ze waren nog een ijsje gaan eten. "Dat pakken ze ons niet meer af", zei ze. Awel ja, laten we dat misschien net iets vaker denken als we nog bij elkaar zijn. Dan kunnen we na de dood gewoon stil zijn.