"De samenwerking met UGent is een belangrijk erkenning", zegt Claude Velter.
...

"De samenwerking met UGent is een belangrijk erkenning", zegt Claude Velter.Het opvangcentrum voor vogels en wilde dieren huist al zes jaar langs de Nieuwpoortsesteenweg vlakbij het provinciaal domein Raversijde en blikt terug op een rustig 2015. "Elk jaar stijgt het aantal dieren dat we opvangen. 120 soorten vogels zijn goed voor 90 procent van de intakes. We vangen het meest meeuwen, merels en houtduiven op. Daarnaast vangen we ook vleermuizen, egels en kleine zoogdieren op. In 2015 vingen we 3.500 dieren op. Dat zijn er evenveel als het jaar voordien omdat de winter zacht was, de zeevogels verder op zee bleven en we zo ontsnapten aan een ramp met de Flinterstar. Meer dan de helft herstellen en kunnen we vrijlaten", zo duidt Claude Velter, algemeen coördinator van het centrum. De oude houten kooien van in de beginperiode hebben hun beste tijd gehad. De dieren worden opgevangen in 4 nieuwe kooien en een grote vliegkooi vooraleer we ze opnieuw vrijlaten.Zopas kreeg het vogelopvangcentrum een bouwvergunning voor de grootste uitbreiding sedert ze op Raversijde zitten. "De grote vliegkooi verdrievoudigt in oppervlakte. Daarnaast worden nog 15 extra kooien gebouwd door de Universiteit van Gent. We gaan ook intensief samenwerken met de faculteiten dierengeneeskunde en terrestrische ecologie die de dieren bestudeert. Zo loopt nu al een proefproject om na te gaan hoe de mantelmeeuw zich aanpast aan de omgeving. De samenwerking is voor ons een mooie erkenning. Wij staan in voor het onderhoud én kunnen de 15 kooien gebruiken op momenten dat er geen wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt." Het vogelopvangcentrum investeert 80.000 euro; UGent 120.000 euro. De bouw van de nieuwe kooien moet voor de zomer klaar zijn. Daarnaast wil het vogelopvangcentrum haar educatieve werking uitbreiden. "Hier werken 5 mensen, 3 studenten uit andere landen en we kunnen ook beroep doen op 70 vrijwilligers voor rondleidingen en verzorging. Er komen elk jaar meer dan 100 groepen en dat willen we verhogen zodat we de werking bij nog meer mensen bekend kunnen maken. En dat leidt dan weer tot meer dieren die binnengebracht worden", besluit Velter. (efoo/foto efoo)