Pierre Vangroenweghe is 73 jaar en een telg uit de schrijnwerkersfamilie Vangroenweghe. "Sinds de jaren 1700 waren er altijd al Vangroenweghe's die karrewielen, klompen of andere schrijnwerkersproducten maakten", zegt Pierre die met zijn vrouw Cecile Deconinck in de Prinsdomlaan woont. Ikzelf was ook schrijnwerker en 25 jaar geleden produceerden en legden we vooral parket. Mijn vrouw en ik investeerden heel wat geld in onze zaak die ondertussen overgelaten is."
...

Pierre Vangroenweghe is 73 jaar en een telg uit de schrijnwerkersfamilie Vangroenweghe. "Sinds de jaren 1700 waren er altijd al Vangroenweghe's die karrewielen, klompen of andere schrijnwerkersproducten maakten", zegt Pierre die met zijn vrouw Cecile Deconinck in de Prinsdomlaan woont. Ikzelf was ook schrijnwerker en 25 jaar geleden produceerden en legden we vooral parket. Mijn vrouw en ik investeerden heel wat geld in onze zaak die ondertussen overgelaten is.""Heel wat Vangroenweghe's, ook mijn grootvader Gustaaf en vader Henri konden moeilijk iets wegwerpen. Dat was ook zo bij mij het geval. Ik kuiste al eens een oude schaaf of een ander oud schrijnwerkerstuig op en dat belandde dan op zolder. Zo werd de zolder in mijn woning stilletjes aan een privémuseum. Het bleef niet alleen bij materialen uit de eigen schrijnwerkersfamilie. Ik ontdekte ook allerlei dingen die het timmermansvak aangingen op faillissementen, openbare verkopen, afbraken... De uit 1903 daterende voordeur met een opperlicht in vitraux van de afgebroken conciërgewoning van stad in de Melkmarktstraat waar nu residentie Meilief is, is daar een voorbeeld van. Die deur zou naar het stort gevoerd worden, maar ik haalde ze eraf, kuiste die op en bewaarde zo een tastbare herinnering aan de door iedere Izegemnaar gekende stadswoning. Ik leerde destijds ook een 'afbreker' kennen die ik vroeg zijn ogen open te houden en me op de hoogte te brengen als er iets was dat ik voor mijn museumcollectie zou kunnen gebruiken. Uiteindelijk waren Cecile en ik verplicht om uit te kijken naar een nieuwe locatie om het museum onder te brengen."En die nieuwe locatie vonden Pierre en Cecile Deconinck in 2009 in de Onze-Lieve-Vrouwstraat 12. "Een voormalige koetsenstalling uit 1902, vroeger eigendom van 'Chicorée La Renommée des Flandres' van J. Vandekerckhove-Laleman, een stalling niet alleen voor de koetsen van het bedrijf maar ook voor de grote karren waarmee ze hun producten transporteerden", zegt drukker Jan Bogaert, die vlakbij het museum woont en voor Pierre soms rondleidingen doet als die ze niet zelf kan doen. "Pierre bracht er zijn privémuseum 'Den Temmerman en z'n aloam' onder, dat tot dan op de zolderverdieping van zijn woning in de Prinsdomlaan huisde. Hij knapte het gebouw helemaal op, plaatste nieuwe gebinten, legde een nieuwe vloer in één van de drie grote ruimten. In 2012 was het museum af en kon het opnieuw bezocht worden.""De museumcollectie gaat terug tot de jaren 1700", vervolgt Pierre. "Met gerestaureerde schrijnwerkersmaterialen en -attributen. Meestal deels opgekuist zodat men nog de sporen ziet van het gebruik van die voorwerpen. Mijn favoriete voorwerp in het museum? Een oude lintzaag uit van Gustaaf Vangroenweghe uit 1900. Ik heb hier nog een houten schrijn met 2 panelen uit de Sint-Tillokerk waarin vroeger een relikwie stond. En een houten tafelblad uit Congolees Babingahout. Het is 5,50 meter lang, 1,25 meter breed en weegt 450 kilo. Vroeger trok ik regelmatig naar Congo om zelf mijn hout te kiezen. Dat tafelblad komt uit een boomstam die verkeerd gezaagd werd. Niemand wilde die kopen. Uiteindelijk belden die verkopers me op en vroegen of er ik iets kon mee doen. Ik kocht hem voor een zacht prijsje en kon er nog vier dergelijke tafelbladen uithalen. Eén ervan staat in een kasteel van de familie Sioen in Frankrijk."Alle museum voorwerpen zijn ordelijk uitgestald in een drietal zalen. "Pierre's devies luidt: Orde kost geld, wanorde een fortuin", vervolgt Jan Bogaert die ons op de rondleiding tal van waardevolle voorwerpen liet zien. Oude kerkdeuren, een heel waardevolle uit 1894 daterende art-deco deur met prachtig smeedwerk uit Parijs, kunstig uitgesneden trapleuningen, meer dan 3.000 schaven waarvan geen enkele dezelfde is, een unieke stoeltjesboor waarmee men houten gebinten aan elkaar vastmaakte met tappen en een houten 'cannassière' of boekentas." Maar Pierre heeft in zijn museum ook aandacht voor objecten uit eigen stad zoals een oude 'plombkast' (zekeringenkast van schoenenfabrieken Strynckx, De Paepe en Spruytte, de toonbank van hoedenwinkel Deloddere, een collectie meubelen van Aurora én... uit het afgebroken kapucijnenklooster een dubbel raam met twee luiken waarachter de 'schalkse' Pierre - of was het toch een of andere pater een affiche van lingeriemerk Marie Jo hing.'De temmerman en z'n aloam' is een permanente tentoonstelling waar je Pierre's liefde voor het schrijnwerkersvak voelt en ervaart. Al is 'af' hier niet het juiste woord omdat zijn museum, zijn levenswerk voor Pierre nooit af is. Dat is duidelijk te zien in zijn werkruimte achter de expozalen waar hij dagelijks vele uren slijt en waar nog vele materialen die vroeger in het schrijnwerkersambt gebruikt werden en oude meubelstukken op restauratie wachten."De vraag van Pierre en zijn vrouw Cecile is wat er met het museum en het gebouw zal (moet) gebeuren eenmaal zijn er niet meer zijn. Een realistische vraag gezien hun leeftijd."Dat is ook voor ons nog allemaal onduidelijk", vervolgt Pierre. "Robin Debo van Etwie uit Gent, een door de Vlaamse overheid erkend expertisecentrum voor technische wetenschappen en industrieel erfgoed, deed hier met zijn team de inventarisatie van het museum. Dat is alvast al bewaard. Voor zover Cecile en ik nu weten zullen onze kinderen dat in de toekomst niet in handen nemen. Of stad Izegem geïnteresseerd is, blijft af te wachten. Eind augustus is er hier alvast een vergadering met stad, Etwie en nog andere betrokkenen. Over wat ze het zullen hebben, weet ik niet. Ik kan er alvast niet bij zijn, omdat ik dan pas zal geopereerd zijn, een operatie die ik niet kan uitstellen. Maar Cecile, die in dat museum een even groot aandeel heeft als ik, en ikzelf hopen dat het museum later verder kan blijven bestaan."