In de vroege ochtend van 6 april spraken twee agenten D.M. (32) aan in het station van Oostende. In het kader van de coronamaatregelen wilden ze nagaan of hij een essentiële verplaatsing aan het maken was, maar D.M. weigerde zijn...

In de vroege ochtend van 6 april spraken twee agenten D.M. (32) aan in het station van Oostende. In het kader van de coronamaatregelen wilden ze nagaan of hij een essentiële verplaatsing aan het maken was, maar D.M. weigerde zijn identiteitskaart af te geven en begon de agenten te filmen met zijn smartphone. Hierop werd hij in de boeien geslagen en naar de combi begeleid. Volgens de procureur verzette hij zich hevig en beledigde hij ook de politie. De twee agenten raakten door het incident zeven dagen arbeidsongeschikt. D.M., die Congolese roots heeft, beweerde tijdens het proces dat de agenten hem geviseerd hadden wegens zijn huidskleur. "Hij was op zoek naar een vriendin die zijn hulp had ingeroepen", stelde zijn advocate tijdens de pleidooien. "Hij werd als enige aangesproken door die agenten en werd amper 25 seconden later al in de boeien geslagen. Dit had zeker vermeden kunnen worden. Hij beseft dat hij een fout maakte door zijn identiteitskaart niet te geven, maar hij betwist met klem dat hij agressief was of de agenten beledigde."De advocaat van de agenten wees er op dat D.M. geen klacht indiende bij het Comité P. (AFr)