Het gerechtelijk onderzoek naar Marnix V.R. (53) uit het Nederlandse Almere en Nico H. (58) ging al eind 2015 van start. Volgens het OM hadden ze toen twee vaartuigen om gedropte pakketten cocaïne op zee op te pikken. Nico H. kocht later ook de Bounty 2 aan. Die boot keerde eind juni 2017 vanuit Kaapverdië terug naar Oostende. Pas bij een tweede doorzoeking werd achter een valse wand 1.538,2 kilogram cocaïne aangetroffen, goed voor een straatwaarde van 225 miljoen euro.

Op 1 april werden de kopstukken van de bende door de Brugse correctionele rechtbank veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Ondertussen hebben ze al beroep aangetekend tegen hun veroordeling. De Nederlandse stuurman en een ander Nederlands bemanningslid kregen respectievelijk vijf en vier jaar gevangenisstraf, telkens voor de helft met uitstel. Twee Poolse beklaagden werden wel vrijgesproken. Tegen die beslissing ging het parket op zijn beurt in beroep.

Jaroslaw M. werd pas later uitgeleverd en moest zich dus los van de anderen voor zijn aandeel in de feiten verantwoorden. Na het afhaken van een eerste Poolse bemanning werden in Nederland opnieuw drie Polen geronseld om te werken op de Bounty 2. In Kaapverdië zouden de Poolse beklaagden zes dagen verplicht op hotel gezeten hebben, waardoor ze niet wisten wat er op de boot gebeurde. De 32 zakken cocaïne hebben ze naar eigen zeggen dan ook nooit gezien.

(BELGA)