Op 28 oktober 2018 werd de brandweer opgeroepen voor een hevige brand in de Honoré Borgersstraat in Oostende. Het vuur was ontstaan in het appartement op de derde verdieping. De bewuste flat van B.D. brandde helemaal uit, terwijl de rest van het gebouw aanzienlijke rook- en waterschade opliep. De branddeskundige stelde vier brandhaarden vast, waardoor een accidentele oorzaak onmiddellijk werd uitgesloten.

De bewoonster verklaarde nochtans dat ze de flat zeker niet opzettelijk in brand had gestoken. D. was naar eigen zeggen in slaap gevallen in de zetel, die volgens haar te dicht bij het haardvuur stond. Het parket benadrukte echter dat de beklaagde als enige aanwezig was in het appartement. "Het is dus alleen mevrouw die het kan hebben gedaan", aldus procureur Emilie Lingier, die 37 maanden effectieve celstraf vorderde.

De verdediging plaatste grote vraagtekens bij het verslag van de gerechtspsychiater. Volgens meester Maya Vanden Bogaerde kampt D. niet alleen met een hardnekkige drugs- en alcoholverslaving, maar ook met psychoses. "Het is echt zeer ernstig, ze beseft zelf niet hoe erg het is." De advocate en de bewindvoerder van de beklaagde vroegen dan ook om een andere gerechtspsychiater aan te stellen. Die zal volgens hen alleen maar kunnen vaststellen dat D. ontoerekeningsvatbaar is, wat tot een internering zou leiden.

De rechter stelde vast dat een thuisverpleegster bepaalde uitspraken had gedaan over de stoof van het appartement. Een collega zou haar immers verteld hebben dat de muur van het appartement op die plaats zeer warm aanvoelde, wat een onopzettelijke brand mogelijk aannemelijker zou maken. De rechter wil dat die collega nu geïdentificeerd en verhoord wordt.

De zaak wordt voortgezet op 15 oktober.

(Belga)

Op 28 oktober 2018 werd de brandweer opgeroepen voor een hevige brand in de Honoré Borgersstraat in Oostende. Het vuur was ontstaan in het appartement op de derde verdieping. De bewuste flat van B.D. brandde helemaal uit, terwijl de rest van het gebouw aanzienlijke rook- en waterschade opliep. De branddeskundige stelde vier brandhaarden vast, waardoor een accidentele oorzaak onmiddellijk werd uitgesloten. De bewoonster verklaarde nochtans dat ze de flat zeker niet opzettelijk in brand had gestoken. D. was naar eigen zeggen in slaap gevallen in de zetel, die volgens haar te dicht bij het haardvuur stond. Het parket benadrukte echter dat de beklaagde als enige aanwezig was in het appartement. "Het is dus alleen mevrouw die het kan hebben gedaan", aldus procureur Emilie Lingier, die 37 maanden effectieve celstraf vorderde. De verdediging plaatste grote vraagtekens bij het verslag van de gerechtspsychiater. Volgens meester Maya Vanden Bogaerde kampt D. niet alleen met een hardnekkige drugs- en alcoholverslaving, maar ook met psychoses. "Het is echt zeer ernstig, ze beseft zelf niet hoe erg het is." De advocate en de bewindvoerder van de beklaagde vroegen dan ook om een andere gerechtspsychiater aan te stellen. Die zal volgens hen alleen maar kunnen vaststellen dat D. ontoerekeningsvatbaar is, wat tot een internering zou leiden. De rechter stelde vast dat een thuisverpleegster bepaalde uitspraken had gedaan over de stoof van het appartement. Een collega zou haar immers verteld hebben dat de muur van het appartement op die plaats zeer warm aanvoelde, wat een onopzettelijke brand mogelijk aannemelijker zou maken. De rechter wil dat die collega nu geïdentificeerd en verhoord wordt. De zaak wordt voortgezet op 15 oktober.(Belga)