“Homo zijn is normaal, gedraag je dan ook normaal”

Nancy Boerjan

Koen Crucke is niet voor een gat te vangen. Professioneel niet – “het zou gemakkelijker zijn om op te noemen wat ik nog níét gedaan heb op een theaterpodium of voor de tv-camera’s” – maar ook als mens niet. Hij is Jan Populair op café maar ook een einzelgänger, een levensgenieter die toch graag de puntjes op de i zet, soms losbol, soms pure ernst. Een vat vol tegenstellingen. Nu ja, een vaatje…

Amper drie jaar was Koen Crucke toen de dokter vaststelde dat kleine Koen maar beter de zee kon mijden. Een plotse ziekenhuisopname van zijn zus had hem zo getraumatiseerd dat alle drukte voortaan uit den boze was. “Ik meen het, ik ben als kind jarenlang in therapie geweest. Ik moet mij die gebeurtenis zo aangetrokken hebben, dat mijn zenuwen het begaven. Maar het is wel goed gekomen, in die mate zelfs dat de zee me op vandaag net tot rust brengt”, lacht hij. Sinds zes jaar woont Koen inderdaad in De Haan, samen met zijn man Jan Gheysens. En dat allesbehalve tegen zijn zin, zo blijkt uit de bijna lyrische charmes die hij het badstadje toedicht.

“Toch ben ik als kind wel af en toe aan zee geweest natuurlijk”, gaat hij door. “Ook mijn ouders kwamen toen al graag naar De Haan. Ik bouwde dan zandkastelen en bakte taartjes van zand, maar bijna altijd in mijn eentje. Ik hoefde als kind eigenlijk niet per se vriendjes om me heen. Ook thuis niet. Daar speelde ik televisietje in de kelder, ik knutselde decors en camera’s van luciferdoosjes. Want aan een bezoek aan Studio 5 in het legendarische Flageygebouw van toen nog de BRT had ik een enorme fascinatie voor het televisiegebeuren overgehouden – Armand Pien, Terry Van Ginderen, Schipper naast Mathilde… En dat ging daar allemaal rechtstreeks de ether in! Neen, ik had geen vriendjes nodig toen.”

En Vlaanderen maar denken dat Koen Crucke een hoogst sociale man is. “Maar dat ben ik óók! Ik klap tegen een hondje met een strikje! Als ik hier in De Haan een café binnenloop, kennen ze mij. Ik ben een van hen geworden, ook al blijf ik die gedropte Gentenaar”, lacht hij. “Met de festiviteiten voor Trammelant hier begin augustus ben ik nog uit geweest tot vier uur! Maar tegelijk ben ik af en toe graag op mijn eigen. Dan geniet ik ervan om helemaal alleen door een stad te lopen, of zelfs een terrasje te doen. Er zitten twee kanten aan mij…”

Je werd begin dit jaar 65, maar lijkt actiever dan ooit. Optredens, tv-opnames, je acteert straks in de nieuwe komedie van Het Prethuis, hebt een contract voor twee nieuwe cd’s op zak…

“Mensen vragen mij gemakkelijk om raad. Maar ik ben geen dokter en ook geen psycholoog, daar moeten ze zich bewust van blijven.”

“Dat is zo, ja. Maar ik zit dan ook beter in mijn vel dan tien jaar geleden. Daar zitten die 48 kilo’s minder uiteraard voor veel tussen. Ik zapte deze ochtend nog naar Studio 100 en zag mezelf als Alberto uit de beginjaren… Ik geloofde bijna niet dat ik het was. Zó dik! Dat mag me nooit meer overkomen. Toen had ik soms goesting om een hele dag in bed te liggen. Als ik nu twee dagen niks om handen heb, vraag ik me al af wat er fout gaat.” (lacht)

“Mijn weegschaal gaat overal mee, ik moet opletten dat ik er niet té maniakaal in word”

“Ik wil ook niet ophouden omdat ik intussen de pensioenleeftijd bereikt heb. Wat zou ik gaan doen? Ik heb geen hobby. Of liever: alles wat ik doe, is hobby… Repetities of opnames kunnen vermoeiend zijn, maar éigenlijk zie ik dat niet als werken. Ik kán geen afscheid nemen van het podium. In mijn ideale scenario sterf ik op scène. Of wanneer ik er net afgestapt ben, met het laatste applaus nog in mijn oren…”

Hoe de kilo’s eraf gingen, hebben we allen kunnen lezen in de bestsellers die je daarover schreef. Maar hoe kwamen ze er destijds bij?

“Ik was als jongeman eerder frêle, lette ook erg op mijn lijn. In 1969 begon ik mijn carrière bij de opera.”

“De dokter zei dat ik hoogstens nog een jaar te leven had, als ik niet drastisch vermagerde. Daar ben ik erg van geschrokken.”

“Ik zong en danste er, tot de opera in ’88 failliet ging. Beweging genoeg, ik kwam geen gram aan. Maar toen begon mijn tv-carrière, een onregelmatiger leven, soms was ik een tijdje thuis… Ik at meer, dronk al eens een glas alcohol – wat ik als operazanger nooit had gedaan omdat alcohol je stem beïnvloedt -, de kilo’s kwamen er zienderogen bij en plots woog ik 130 kilo. Toen besloot ik dat het genoeg geweest was en ben ik drastisch vermagerd. En dat ging goed, tot ik terugkeerde naar Vlaanderen nadat ik een zestal jaar hoofdzakelijk in Nederland voor theaterproducent Joop van den Ende had gewerkt. Men vróég me hier niet meer… Ik had ineens veel te veel vrije tijd, te veel vrienden, te veel cafés en restaurants om me heen en de kilo’s vlogen er weer aan. Er kwam een heupoperatie van, ik onderging een operatie voor slaapapneu, kreeg hartklachten… Het ging van kwaad naar erger, en na nog een operatie die bijna faliekant afliep, zei de dokter me dat ik 30 kilo moest vermageren als ik nog langer dan een jaar wilde leven. Daar ben ik erg van geschrokken. Sindsdien heb ik mijn eetgewoonten compleet veranderd: ik drink nog maar weinig alcohol – nu en dan een glaasje -, eet kleine porties en zorg dat ik genoeg beweeg. En mijn weegschaal gaat overal mee. Ik moet opletten dat ik er niet té maniakaal in word, want dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Maar dat houdt mijn man dan weer goed in het oog, wees gerust.”

Betekent je levenslust ook dat jij je graag overal in gooit?

“Absoluut niet! Ik heb van alles gedaan, maar daar werd vooraf altijd goed over nagedacht. Ik ben er de man niet naar om voor om het even welke onnozeliteiten op te draven, echt niet. Wat niet bij mijn persoon past, doe ik niet. Ik heb ook een grote beroepsernst, trouwens. Als ik naar een repetitie ga, ken ik mijn rol en tekst. Ik word zelfs heel ambetant als een tegenspeler dan níét goed voorbereid blijkt te zijn. Sommigen noemen mij daarom ‘een moeilijke’ om mee te werken, maar dat zie ik anders: iedereen moet zijn of haar vak naar behoren uitoefenen. Punt. Ah ja, ik moet uitkijken dat ik ook daarin niet overdrijf…” (lacht)

Een internationaal project, het Fonds Suzan Daniel, vereeuwigt in elk land het leven van een bekende holebi voor de volgende generaties. Voor België ben jij dat.

“Sommigen noemen mij ‘een moeilijke’ om mee te werken, maar ik zie dat anders: ik heb gewoon een grote beroepsernst.”

“Dat klopt. In Nederland is dat wijlen cabaretier Wim Sonneveld, in Groot-Brittannië zijn het tenor Peter Pears en componist Benjamin Britten. Mijn hele archief is daartoe opgenomen in het Gentse stadsarchief. Ik heb mijn geaardheid nooit verstopt, ook mijn relatie met Jan niet. Dat is de mensen van die foundation opgevallen en daarom vroegen ze mij aan hun project mee te werken. Ik ben daar best trots op.”

“Ik draaf niet voor om het even welke onnozeliteiten op”

Doe je dat uit engagement?

“Goh… Kijk, ik krijg regelmatig vragen van jonge mensen die worstelen met hun homoseksualiteit. Ze willen mijn mening, mijn raad. Ik geef altijd antwoord. Toen ik zelf vragen had destijds, hebben anderen mij ook geholpen. Dat vind ik dus maar normaal. Maar ik hou er niet van om daar veel heisa over te maken. Neem nu die Gay Parade waar holebi’s opdraven met pluimen in hun gat… Ik heb het daar niet voor. Ik vind dat een vorm van provoceren, en dat leidt nooit tot positieve resultaten. Hoe normaler holebi’s zich gedragen, hoe beter we aanvaard zullen worden. Daar ben ik echt van overtuigd. Holebi’s zíjn normaal, gedraag je dan ook normaal.”

“Ik ben niet preuts of tegen seks, hé. Maar moet dat allemaal zo expliciet? Ik wandel in De Haan arm in arm met Jan, en daar heeft nog nooit iemand moeilijk over gedaan. Maar wij zitten elkaar niet af te likken in het openbaar.”

“Toen ik nog café hield in Gent vroeg ik jongens die elkaar daar uitgebreid zaten te zoenen altijd om ermee op te houden óf mijn café te verlaten. En dat gold ook voor hetero’s trouwens. Ik zie dat niet graag. Zoiets intiems gooi je niet op straat.”

Je voelt je niet geroepen om op de barricaden voor homorechten te gaan staan?

“In De Haan wil ik oud worden en – hoewel het nog wat voorbarig is – sterven. Maar ik wil in Gent begraven worden!”

“Neen. Ik probeer mensen die erom vragen te helpen vanuit mijn ervaring. Meer kan ik niet doen. Dat ging ook zo toen mijn boek ’50 kilo later’ uitkwam. Sommigen zagen plots een dieetgoeroe in mij, terwijl ik dat niet ben natuurlijk. Ik beschreef alleen hoe ik die kilo’s kwijtgeraakte en hoe ik dat ervaren had. Ik ben geen dokter en net zo min psycholoog, daar moeten mensen zich wel bewust van blijven.”

Je bent al 48 jaar samen met je man. Dat kan tellen.

“We hebben samen alle watertjes doorzwommen, lief en leed meegemaakt, maar zijn altijd samengebleven. We zien elkaar graag. Ik zag in hem de man van mijn leven en dat is hij nog altijd. Op nieuwjaarsdag dertien jaar geleden werd ik wakker en vroeg Jan me ten huwelijk. Ik vond het geweldig. Voortaan deelden we alles, rechten en plichten, net als andere koppels. Later hebben we een jongeman die ons in het café kwam helpen en een ongelukkige jeugd achter de rug had, onder onze vleugels genomen. Op den duur beschouwden we hem als onze eigen zoon, het leek niet meer dan logisch om hem te adopteren. Wij vormen een echt gezin. Nee, Jan en ik, dat is voor altijd. Meer zelfs, mocht ik hem verliezen, dan komt er niemand anders meer.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

Zomer of winter aan zee?

“Ik hou het meest van de winterperiode. Dan maak ik hier in De Haan soms wandelingen van twee uur, waarbij ik nauwelijks iemand tegenkom. Van die verlatenheid kan ik enorm genieten. Hoogzomer, tussen 15 juli en 15 augustus, is mij eigenlijk wat te druk. Maar goed, een groot deel van de bevolking leeft hier van het toerisme, ik mag die mensen hun inkomen niet ontzeggen natuurlijk…”

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

ZEEVRAGEN

Zomer of winter aan zee?

“Ik hou het meest van de winterperiode. Dan maak ik hier in De Haan soms wandelingen van twee uur, waarbij ik nauwelijks iemand tegenkom. Van die verlatenheid kan ik enorm genieten. Hoogzomer, tussen 15 juli en 15 augustus, is mij eigenlijk wat te druk. Maar goed, een groot deel van de bevolking leeft hier van het toerisme, ik mag die mensen hun inkomen niet ontzeggen natuurlijk…”

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

ZEEVRAGEN

Zomer of winter aan zee?

“Ik hou het meest van de winterperiode. Dan maak ik hier in De Haan soms wandelingen van twee uur, waarbij ik nauwelijks iemand tegenkom. Van die verlatenheid kan ik enorm genieten. Hoogzomer, tussen 15 juli en 15 augustus, is mij eigenlijk wat te druk. Maar goed, een groot deel van de bevolking leeft hier van het toerisme, ik mag die mensen hun inkomen niet ontzeggen natuurlijk…”

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

Dit is het coverinterview van KW Weekend van vrijdag 18 augustus. Verder in het magazine o.a. de strandwandeling met Koen Crucke, zomermaker Maarten Noë, de reis van Leo Van Der Elst, het verhaal van tuinman Herman Parret, het leven van Katrien Roels en de favoriete restaurantjes van John Crombez. Een stevige hap dus.

ZEEVRAGEN

Zomer of winter aan zee?

“Ik hou het meest van de winterperiode. Dan maak ik hier in De Haan soms wandelingen van twee uur, waarbij ik nauwelijks iemand tegenkom. Van die verlatenheid kan ik enorm genieten. Hoogzomer, tussen 15 juli en 15 augustus, is mij eigenlijk wat te druk. Maar goed, een groot deel van de bevolking leeft hier van het toerisme, ik mag die mensen hun inkomen niet ontzeggen natuurlijk…”

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)

ZEEVRAGEN

Zomer of winter aan zee?

“Ik hou het meest van de winterperiode. Dan maak ik hier in De Haan soms wandelingen van twee uur, waarbij ik nauwelijks iemand tegenkom. Van die verlatenheid kan ik enorm genieten. Hoogzomer, tussen 15 juli en 15 augustus, is mij eigenlijk wat te druk. Maar goed, een groot deel van de bevolking leeft hier van het toerisme, ik mag die mensen hun inkomen niet ontzeggen natuurlijk…”

Wat als het regent?

“Dan ga ik toch wandelen. Regen deert me echt niet. Gewoon een regenscherm mee en hop vertrokken. Ik hou niet van klagen over het weer, daar valt toch niets aan te veranderen.”

Sporten of bakken?

“Wandelen. Dat doe ik veel sinds ik wilde vermageren. Het heeft namelijk geen zin om als een gek te beginnen sporten, als je tot je 60ste nooit gesport hebt. Maar wandelen doe ik heel graag. Liggen zonnen? Oh neen, stilliggen is niet aan mij besteed. En in de zon al helemaal niet. Ik snap niet wat mensen bezielt om zo hardnekkig te liggen bruinen. En dan ‘s avonds pijn hebben omdat hun huid verbrand is… Ik zie er de pret niet van in.”

Frigobox of restaurant?

“Restaurant! Picknicken deed ik best graag toen ik jong was, maar nu ben ik op een leeftijd waarop een goed restaurant me meer aanspreekt.” Waarop zowat alle restaurants in De Haan de revue passeren.

Favoriete plekje aan zee?

“De Potinière in De Haan vind ik een heel charmant plekje. Een groen stukje natuur midden het centrum. Ik kom er heel graag.”

Nog vakantieplannen?

“Ik heb eigenlijk helemaal geen nood aan vakantie. Als ik hier thuiskom in De Haan, na om het even welke productie, voel ik me gewoon altijd weer ‘op vakantie’. Maar ik moet ook eens aan Jan denken, en hij apprecieert vakantie – in die zin dat we alles wat ‘werken’ heet even afsluiten – wél. Dus toen ik zag dat er in november een weekje niks op mijn agenda staat, heb ik hem gevraagd om die week geen enkele opdracht te aanvaarden. Dan gaan we naar Kaapverdië, met onze zoon en schoonzoon. En al bellen ze van de Scala van Milaan, ik ga mee op vakantie!” (lacht)