Toegegeven, je raakt niet zomaar in Zimbabwe. Rechtstreekse vluchten zijn er niet naar het land dat grenst aan Zambia, Namibië, Botswana, Zuid-Afrika en Mozambique en maar liefst 13 keer zo groot is als België, maar amper evenveel inwoners als ons land telt. Afhankelijk van de route en tussenstops die je kiest, ben je tussen 13 en 20 uur onderweg. In hoofdstad Harare dreigen we trouwens onze laatste binnenlandse vlucht naar Victoria Falls te missen: de rij aan de visumcontrole is ellenlang, waardoor wij uiteindelijk onze toevlucht moeten nemen tot het diplomatenloket omdat toch nog tijdig op dat vliegtuig te geraken. Gelukkig loopt dat wel goed en na een vlucht van een uur landen we vlakbij de Victoriawatervallen. Maar niet dit zevende wereldwonder is onze eerste bestemming, wel Hwange National Park, het grootste nationaal park van Zimbabwe.
...

Toegegeven, je raakt niet zomaar in Zimbabwe. Rechtstreekse vluchten zijn er niet naar het land dat grenst aan Zambia, Namibië, Botswana, Zuid-Afrika en Mozambique en maar liefst 13 keer zo groot is als België, maar amper evenveel inwoners als ons land telt. Afhankelijk van de route en tussenstops die je kiest, ben je tussen 13 en 20 uur onderweg. In hoofdstad Harare dreigen we trouwens onze laatste binnenlandse vlucht naar Victoria Falls te missen: de rij aan de visumcontrole is ellenlang, waardoor wij uiteindelijk onze toevlucht moeten nemen tot het diplomatenloket omdat toch nog tijdig op dat vliegtuig te geraken. Gelukkig loopt dat wel goed en na een vlucht van een uur landen we vlakbij de Victoriawatervallen. Maar niet dit zevende wereldwonder is onze eerste bestemming, wel Hwange National Park, het grootste nationaal park van Zimbabwe.Wanneer onze chauffeur ons bijna twee uur later dan gepland - na een technisch defect aan de wagen - aan de zandweg naar Hwange Nationaal Park afzet, haalt Andrew Currell lachend zijn schouders op: "Ik vond het niet erg om te wachten, dit is Afrika!" Andrew, die samen met echtgenote de supervisor is van Machaba Safari's dat meerdere lodges in het park uitbaat, neemt ons mee in zijn robuuste terreinwagen, waarmee we koers zetten naar het nationaal park. Onderweg kruisen we in the middle of nowhere een spoorweg. "De Britse kolonisator Cecil Rhodes (vandaar Rhodesië, de vroegere naam van Zimbabwe en buurland Zambia, red.) droomde ervan om Kaapstad met Caïro te verbinden door middel van een spoorlijn. Een droom die nooit is uitgekomen, al scheelde het niet veel", legt Andrew uit. "Nu gaan er trouwens opnieuw stemmen op om de laatste losse stukken tussen het noorden en zuiden van Afrika met elkaar te verbinden." In het park brengt Andrew ons naar Robins Camp, de meest iconische lodge in Hwange. Eenzaat en amateur-sterrenkundige Herbert George Robins kocht hier in het begin van de vorige eeuw een drietal boerderijen en was eigenlijk de grondlegger van het wildreservaat zoals het nu bestaat. Na zijn dood in 1939 ging zijn eigendom naar de overheid, op voorwaarde dat het deel zou uitmaken van Hwange National Park. Nu is Hwange met zijn bijna 15.000 vierkante kilometers het grootste nationaal park van Zimbabwe is. Het was ook de overheid die zijn huis met observatietoren ombouwde tot een lodge en er kleine slaapplaatsen rond gedeelde sanitaire blokken bijvoegde, al is het verblijf nu in handen van privé-investeerders. Die bewaarden gelukkig alle originele gebouwen en lay-out - so sixties! - maar transformeerden het kamp wel tot een viersterrenlodge met dito kampeersite en alle moderne comfort. Op weg naar Robins Camp spotten we een kudde olifanten, impala's en zebra's, kudu's en zelfs een koppel jakhalzen dat ons stomverbaasd nagaapt. "De safari-ervaring is helemaal anders dan in bijvoorbeeld Kenia", legt Andrew uit wanneer hij onze verbazing opmerkt. "De dieren hier zijn het nog niet gewoon om veel toeristen te zien en reageren daarom helemaal anders. Hier moet je langer zoeken om de meer schuchtere dieren te kunnen zien, terwijl andere dieren, zoals die jakhalzen, helemaal geen angst hebben."In het nationaal kamp leven nog grote kuddes olifanten en buffels, zo blijkt we wanneer we van Robins Camp naar het nog meer afgelegen Deka Camp rijden. In een tijdspanne van een uur zien we twee buffelkuddes van meer dan 500 dieren elk. Indrukwekkend, zeker wanneer de kudde zich in beweging zet. We zijn verduiveld blij dat we ons niet op het traject van deze stampede bevinden.Deka Camp bevindt zich in het noord-westen van Hwange National Park en is de meest afgelegen lodge van allemaal. De zes huisjes van de lodge bevinden zich op een heuvelrug en kijken uit op een schijnbaar oneindige vlakte. 's Avonds overspant een heldere sterrenhemel dit stukje paradijs. Uren turen we naar de hemelboog... De volgende morgen rijden we verder naar Deteema Camp waar we net op tijd zijn om een sundowner of zonsondergangsafari mee te pikken. In het grasland zien we een drietal leeuwinnen rusten met enkele slapende welpen. Het ziet er zo lieflijk uit, maar waneer onze chauffeur een tafel uitklapt in het midden van het wildreservaat, checken we toch eerst voorzichtig de omgeving vooraleer we ons aan het aperitief en de bijhorende hapjes wagen. We sluiten onze reis af in Victoria Falls, een rustig provinciestadje - waar een brouwer uit Alaska in de River Brewery lekker Belgisch bier brouwt - bevindt zich op 20 kilometer van een van de zeven wereldwonderen : de Victoria-watervallen. Deze gigantische watervallen werden in 1855 door ontdekkingsreiziger David Livingstone ontdekt en liggen op de grens van Zimbabwe en Zambia. Het zicht is adembenemend: de watervallen vormen een watergordijn van 1.708 meter breed en 100 meter hoog. Per minuut valt er 500 miljoen liter water over de rotswand.Victoria Falls wordt ook wel de adrenalinehoofdstad van Afrika genoemd. Met een helikopter over de watervallen vliegen, bungeejumpen vanop de brug over de Zambesirivier of wildwaterraften op diezelfde Zambesi zijn maar enkele van de spektaculaire activiteiten. Wij houden het op een deskundige gidsbeurt langs de watervallen, die ons met hun spray ook een nat pak bezorgen. 's Avonds genieten we van een cruise met diner op een rustig deel van de Zambesi en dat blijkt ook een voltreffer. Terwijl de chefs ons culinair verwennen, kunnen wij de nijlpaarden en olifanten spotten in en aan het water. Wanneer we vier uur later onder de wol kruipen in het luxueuze Ilala Lodge zijn we onder de indruk van de pracht en van de immense toeristische mogelijkheden van dit onmetelijke land.Het zal echter nog een beetje tijd vergen vooraleer de supergrote touroperators hun pijlen richten op dit stukje ongerept Afrika, wat misschien maar goed is: zo kan het land geleidelijk groeien en leren op het vlak van toerismebeleving. Maar dat Zimbabwe een absolute topspeler wordt op het vlak van natuur- en safaribeleving lijdt geen enkele twijfel. Nu er een stabiel politiek regime is, ligt de weg voor Zimbabwe al toeristische topper open: wegen en logistiek zijn uitstekend, de diversiteit aan en het aantal wilde dieren is gigantisch en de bevolking is onvoorstelbaar hartelijk en gastvrij. Dit is Afrika op zijn puurst!