https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Björn Engels (Aston Villa) sluit een terugkeer naar Club Brugge niet uit: “Plovie stuurde mij al: je shirt ligt hier al klaar”

Björn Engels, hier in duel met Sergio Agüero: “Mijn absolute hoogtepunt was de finale van de League Cup op Wembley tegen Manchester City.”© Getty Images
Björn Engels, hier in duel met Sergio Agüero: “Mijn absolute hoogtepunt was de finale van de League Cup op Wembley tegen Manchester City.”© Getty Images
Christian Vandenabeele
Christian Vandenabeele Sportjournalist

Een vierde titel voor Club Brugge op zes jaar, het zal wel, zeker? En hoe zou het nog zijn met Björn Engels, die in 2016 op zijn 21ste de eerste na elf jaar mocht meevieren? Uitstekend, zo blijkt. Via Olympiakos Piraeus en Stade Reims realiseerde hij in de zomer van 2019 bij Aston Villa zijn jeugddroom om ooit in de Premier League te spelen. Hij is er na een sterke start dan wel naast de ploeg gevallen, de centrale verdediger is volwassen geworden in de Premier League en is in Engeland met zijn gezinnetje nog steeds gelukkig. “Ik kies nu beter mijn momenten om eens het ‘kieken’ uit te hangen.” Maar de plooien met Club zijn wel gladgestreken…

Engels, 26 intussen, is net vertrokken op het oefencomplex en met de wagen onderweg naar huis wanneer we hem aan de lijn krijgen. “Dat is 20 à 25 minuten rijden”, zegt hij. “Ik woon in Dorridge, net buiten de grootstad Birmingham.” Na een sterk debuut met Aston Villa in de Premier League begon Björn Engels met blessures te sukkelen en sindsdien geraakt hij niet meer in de ploeg. Maar hij klinkt allesbehalve ongelukkig. “Dat ben ik ook niet”, zegt hij. “Mijn kinderen zijn hier gelukkig, mijn madame is hier gelukkig en zelf ben ik hier eigenlijk ook gelukkig. Op de club kom ik met iedereen goed overeen en alles is er dik in orde. Vorige week werd het fantastische nieuwe performance center officieel geopend door prins William die een zware Aston Villafan is. De prins was vorig seizoen voor de bekerfinale tegen Manchester City ook al in de kleedkamer gekomen om iedereen succes te wensen.”

“Alles ging heel goed tot ik vorig jaar na de lockdown met enkele blessures ben beginnen sukkelen. Daardoor was een stukje van mijn heenronde al naar de knoppen. Omdat de ploeg goed draait, geraak ik er niet meer in, maar ik blijf vechten om mijn plaats terug te winnen. Een centrale verdediger wissel je natuurlijk niet snel. Normaal had ik in de FA Cup tegen Liverpool wel gespeeld, maar toen brak bij ons corona uit, moesten we allemaal in quarantaine en werd die wedstrijd met de beloften gespeeld en verloren. Een centrale verdediger wissel je natuurlijk niet snel. Hier zit zoveel kwaliteit in de kern dat ze er niet wakker van liggen als er iemand uitvalt. Dan zetten ze gewoon iemand anders; en doet die het goed, dan blijft hij staan. Daarbovenop telt elke club enkele absolute topspelers. Bij ons zijn dat Ollie Watkins (gekocht voor zo’n 30 miljoen euro van tweedeklasser Brentford, red.) , een fantastische spits en Jack Grealish, onze aanvoerder en de beste speler met wie ik ooit samenspeelde. Alles gaat vanzelf bij hem.”

Omdat de ploeg goed draait, geraak ik er niet meer in. Een centrale verdediger wissel je ook niet snel

Maar naast het veld gaat het blijkbaar wel eens mis: tijdens de lockdown ramde Grealish ‘met een alcoholadem’ twee stilstaande wagens, lazen we. Hij kreeg intussen negen maanden rijverbod en een boete van 91.000 euro. Hoe reageert een kleedkamer daarop?

“No comment.”

Hoe fel gaat het er op training aan toe?

“Heel competitief, met al eens woorden en een opstootje, maar dat hoort er gewoon bij. De teamspirit is heel goed. Er worden veel grapjes gemaakt. Banter , noemen ze dat hier. Elkaar plagen.”

Hoe verliep je introductie in de club? Weer een liedje moeten zingen?

“Ik zong overal al hetzelfde liedje, bij Club, bij de nationale ploeg, bij Olympiakos, bij Reims en ook hier: Het is een nacht…”

Guus Meeuwis! Waarom dit lied?

“Omdat het een liedje is dat ik wel eens opzet en meezing als ik met vrienden iets gedronken heb…” ( lacht )

We kennen jou van bij Club als iemand die onrustig is wanneer het niet loopt zoals hij wil. Hoe voel je je na maandenlang bankzitten?

“Ik kan al veel beter relativeren. Als je thuiskomt en je twee kinderen ziet, dan draai je de knop om en ben je er voor je gezin. Het enige wat ik hier mis, zijn speelminuten, maar dat leg ik makkelijker dan vroeger naast mij neer.”

Hoe beleefde je nu je droomcompetitie op het veld?

“Het absolute hoogtepunt was natuurlijk de finale van de League Cup op Wembley tegen Manchester City, waarbij ik op het einde nog bijna de gelijkmaker scoorde. Mijn debuut op Tottenham voor zestig- à zeventigduizend man in dat nieuwe stadion was ook zo’n onvergetelijk moment. Net als mijn eerste thuismatch tegen Everton, mijn eerste overwinning met Aston Villa ook. Dat was op een vrijdagavond en de sfeer was de beste die ik ooit meemaakte. In de terugwedstrijd tegen Tottenham maakte ik mijn eerste doelpunt, 2-2, een geweldig moment, maar in de blessuretijd ging ik in de fout en werd het nog 2-3. Zo snel kan het in deze competitie van up naar down gaan. Daar leer je ook wel van.”

Wat precies?

“Dat je dat moet accepteren en moet doorgaan. Die blunder was een heel pijnlijk moment en dan krijg je ook nog eens heel veel over je heen. De volgende wedstrijd, op Southampton, stond ik niet in de ploeg, maar de week erna in de bekerfinale weer wél. Dan moet je mentaal sterk zijn, want die flater neem je toch wel even mee in je hoofd. Maar dat is dus heel goed verlopen.”

Wat vergde de grootste aanpassing?

“De snelheid van uitvoering. Bij Reims stonden we veel meer in de organisatie en niet zo hoog op het veld. Hier gebeurt alles twee, drie keer sneller en met veel meer power. Het gaat constant op en af en tijd voor een extra controle is er niet, want ze zitten er direct op. Je moet sneller denken en sneller handelen. Gemakkelijke wedstrijden zijn er hier niet. Je moet er altijd staan, altijd geconcentreerd zijn, op training en in de wedstrijd.”

Ben je daardoor veranderd als speler?

“Ik ben matuurder geworden. De speelse Björn bestaat nog wel, maar ik kies nu beter mijn momenten om op training eens het kieken uit te hangen. Sinds ik bij Club weg ben, maakte ik al veel mee. We vertrokken toen ik 22 was met een zoontje van 2 maanden naar Griekenland en ik maakte daar een fantastische Champions Leaguecampagne mee. Daarna kwam ik out of the blue bij Reims terecht. Eigenlijk wou ik niet naar de Franse competitie, maar die mensen bleven aandringen en uiteindelijk bleek dat de perfecte stap om naar hier te komen. Door alles wat ik meemaakte, ben ik volwassener geworden. Verandering opent je ogen. Na de titel bij Club wou ik de uitdaging aangaan om mijn jeugddroom, voetballen in de Premier League, waar te maken en via een omweg ben ik er geraakt. Ik ben blij met alle keuzes die ik maakte.”

Met Olympiakos speelde je in de Champions League al tegen Messi en Ronaldo. Wat is jouw ervaring met de Premier Leaguespitsen?

“Je hebt natuurlijk de superspitsen zoals Kane, tegen wie je niks kunt weggeven omdat ze het altijd afmaken. Maar als ik één iemand moet noemen die voor mij echt horror is om tegen te spelen, dan is dat Jamie Vardy. Die laat je geen moment gerust: hij zit altijd in je rug, randje buitenspel en als je probeert uit te voetballen, zit hij er altijd meteen op.”

Marvelous Nakamba en Wesley Moraes, twee andere ex-Clubspelers van Aston Villa, staan evenmin in de basis.

“Marvelous deed het supergoed telkens hij speelde of inviel, maar ook voor hem geldt: de ploeg draait en de coach houdt zoveel mogelijk vast aan zijn vaste elf. Wesley viel begin vorig jaar tegen Burnley na een heel vuile tackle uit met een horrorblessure, het ergste knieletsel dat ik ooit zag. Alles wat afgescheurd kan zijn, was kapot. Die jongen zag tijdens zijn hele lange revalidatie enorm af. Ik zag hem elke dag op de club en ik moet zeggen: chapeau dat hij nu al enkele weken met ons op niveau aan het meetrainen is. Met twee korte invalbeurten werd hij daar ook al voor beloond. Hij heeft nog wat tijd nodig, maar met zijn ijzersterke mentaliteit komt hij zeker terug.”

Hoe ziet jouw toekomst eruit?

“Ho, moest ik dat weten, dan zou het gemakkelijk zijn.”

Je contract loopt nog tot 2024.

“Zoals ik zei: we zijn hier gelukkig, dus het is niet zo dat ik absoluut weg wil. Jack is trouwens al ingeschreven om hier in september naar school te gaan. Het enige wat ik momenteel mis, zijn speelminuten. Als dat volgend seizoen niet verandert, zal ik op zoek moeten gaan naar waar ik die elders kan vinden. Ik krijg berichten van vrienden die mij zeggen dat Belgische media suggereren dat ik zal terugkeren naar de Belgische competitie, maar op dit moment is er alleszins niets concreets. Zij weten ook dat ik er als familieman met twee kleine kinderen na dit coronajaar niet weigerachtig tegenover sta om weer dichter bij mijn familie te kunnen zijn, maar dan moet het volledige plaatje kloppen. Normaal is er hier elke wedstrijd iemand van mijn familie- en vriendenkring, maar nu kon er bijna een seizoen lang niemand komen. Ik vind dit heel lastig, zeker ook met de geboorte van Lilly, en dat zorgt ervoor dat je wel eens over je toekomst gaat nadenken. Ik kijk er enorm naar uit om na het seizoen naar België terug te keren en voor het eerst mijn dochter van vier maanden te kunnen voorstellen aan familie en vrienden.”

Wesley, ook ex-Club, viel vorig jaar uit met een horrorblessure, het ergste knieletsel dat ik ooit zag

Waarvan droom je nog?

“Van fit blijven en opnieuw wedstrijden spelen.”

Je vertrek bij Club vier jaar geleden verliep niet in de beste verstandhouding. Sluit dat een terugkeer uit?

“Het was inderdaad niet het mooiste afscheid. Beide partijen zijn daar een beetje fout geweest. Maar die plooien zijn ook al gladgestreken in een gesprek met Vincent Mannaert. Het probleem is ontstaan toen na de titel een transfer naar Engeland (naar Bournemouth, red.) niet is doorgegaan, maar intussen bereikte ik dus toch mijn doel. Neen, ik sluit zeker niet uit dat ik ooit nog voor Club kan voetballen.”

Met Philippe Clement is er nu een hoofdtrainer die als beloftetrainer en assistent-trainer belangrijk is geweest voor je doorbraak bij Club destijds. Heb je nog contact met hem?

“We sturen elkaar wel eens een bericht, zoals toen ik hem feliciteerde toen hij tot trainer van het jaar werd verkozen.”

Vroeg hij je nog niet om terug te keren?

“Neen.” ( lacht )

Met wie van Club onderhoud je nog contact?

“Wel, ik wenste zonet nog Pascal Plovie, de materiaalman, een gelukkige 56ste verjaardag. Dat is echt een topkerel, iemand die altijd voor je klaarstaat en die mij trouwens destijds bij de jeugd van Lokeren is komen scouten voor Club. Ik heb hem gezegd: van zodra ik in België ben, kom ik een koffie drinken . Hij stuurde mij een bericht terug: Kom maar af, maat, je shirt ligt hier al klaar .” ( lacht )

Engels over zijn vertrek bij Club: “Dat was inderdaad niet het mooiste afscheid. Beide partijen zijn daar fout geweest. Maar die plooien zijn al gladgestreken.”© Belga
Engels over zijn vertrek bij Club: “Dat was inderdaad niet het mooiste afscheid. Beide partijen zijn daar fout geweest. Maar die plooien zijn al gladgestreken.”© Belga

“NOG NOOIT IETS GEHOORD VAN MARTINEZ”

Bjorn Engels stroomde, samen met Brandon Mechele, vanuit de jeugd van Club door naar het eerste elftal en werd in 2016 al door toenmalig bondscoach Marc Wilmots opgeroepen voor de vriendschappelijke interland tegen Portugal. Maar hij zag daarna zijn kansen op een selectie voor het EK in Frankrijk in rook opgaan door een blessure.

“Ik had een spierscheurtje in de lies, maar wou absoluut de kampioenenmatch tegen Anderlecht spelen en liet de dag ervoor een spuit zetten om de pijn te verdoven”, vertelt hij. “Achteraf bekeken, denk ik dat ik puur door de adrenaline ook zonder spuit had kunnen spelen: de ontvangst door de supporters was fantastisch, de sfeer nadien natuurlijk ook. Hoe ik toen achteraf thuis ben geraakt, weet ik niet meer precies. ( lacht ) Mijn blessure was daarna een drama, maar dat had ik ervoor over.”

Na dat EK was er geen sprake meer van Engels bij de Rode Duivels. “Mijn laatste seizoen bij Club was niet mijn beste, toen verdiende ik het niet echt”, vindt hij. “Maar na die goeie campagne in de Champions League met Olympiakos dacht ik wel dat ik erbij zou zijn. Net zoals tijdens mijn heel goed seizoen in Frankrijk en mijn hele goeie eerste seizoenshelft bij Aston Villa.”

Hij had in die periode zelfs ook nooit contact met de bondscoach of iemand van zijn staf. “Neen. Ik hoorde nog nooit iets van Martinez. Geen woord. Mocht ik ooit toch nog geselecteerd worden, dan zou dat top zijn. Maar ik ben daar helemaal niet mee bezig.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten