Club Brugge secretaris Jacques De Nolf schrijft zijn memoires: “Ik heb vijf voorzitters en vijftien trainers overleefd”

Jacques De Nolf: “Trond Sollied was de beste Clubtrainer.” © Davy Coghe Davy Coghe
Stefan Vankerkhoven

Jacques De Nolf (75), die 32 jaar lang secretaris van Club Brugge was, heeft zijn memoires uit. Hij overleefde vijf voorzitters en vijftien trainers: “Trond Sollied was de beste trainer.”

Hoe wordt een doctor in de Rechten secretaris van Club Brugge? Via Michel Van Maele! “De voormalige burgemeester en Clubvoorzitter vroeg mij in 1978 of ik voor hem wou werken, nadat ik vijf jaar diensthoofd gerechtelijke invordering voor een pensioenkas geweest was. Ik mocht Willy Lagasse, bijgenaamd ‘de sjarpe’ opvolgen, maar moest nog wat geduld uitoefenen. Michel Van Maele stelde mij eerst vijf jaar te werk in een van zijn andere bedrijven, als administratief directeur van de zetelfirma Z-Medalounger.”

Wat houdt de job van Clubsecretaris, een functie die u van 1983 tot 2015 vervulde, in?

Jacques De Nolf: “Mag ik het in het Frans zeggen? le secrétaire etait dans toutes les affaires, mail il devait se taire. De raad van bestuur bepaalt het beleid, de secretaris voert uit. Ik was het manusje-van-alles. Ik heb nog publiciteitspanelen helpen aanbrengen aan de betonmuur van Olympia. Of citroenen besteld voor de spelers. Maar ik was ook perswoordvoerder, nam deel aan de veiligheidsvergaderingen en mocht ook naar Australië gaan om de transfers van Paul Okon en Frank Farina af te ronden. Als je in Australië een speler kocht, moest je er een tweede bij nemen. Anders mocht je fluiten naar je transfer.”

In uw memoires schrijft u dat u bij de transfer van de Hongaarse libero Laszlo Disztl een geweer in de rug kreeg…

Jacques De Nolf: “Ik werd op pad gestuurd met enkele miljoenen in mijn koffertje. De deal ging niet door en ik moest met het cash geld terugkeren. Het gevaar bestond dat ik beschuldigd zou worden van deviezen smokkel. In het grensstadje Komarno werd mijn auto gedemonteerd door de douane. Maar mijn attaché-case moest ik niet openen. Ik moest plaatsnemen in een wachthokje, de handen omhoog, met een geweer in de rug. Ik heb doodsangsten uitgestaan…”

U hebt vijf voorzitters gekend tijdens uw carrière. Naar wie keek u het meest op?

Jacques De Nolf: “Naar Michel Van Maele. Hij was een visionair ondernemer, ook al had hij wellicht wat minder voetbalkennis dan zijn voorganger Fernand De Clerck. Michel Van Maele heeft Club financieel gered, hij wist een aantal mensen rond zich te verenigen die voor een kapitaalinjectie zorgden. Want anders bestond Club al lang niet meer. Het is ook burgemeester Michel Van Maele die Olympia in 1975 liet bouwen. Op dat moment was dat dé oplossing voor de twee Brugse voetbalploegen. Toen mocht je nog een stadion bouwen!”

“Weet je waarom ik vijf voorzitters overleefd heb? Ik heb mij nooit verbrand door een euro in mijn eigen zakken te steken. Dat is de reden waarom de raad van bestuur mij dertig jaar gerespecteerd én vertrouwd heeft. Ook al ging ik op stap naar het andere eind van de wereld, met een koffer vol geld.”

“Nu gebeurt het scouten van achter een bureau, de scoutingcel vergelijkt de statistieken: hoe groot is die spits? hoeveel keer heeft hij gescoord? heeft hij een goed karakter? hoeveel kost hij? Wie gaat nog ter plaatse een speler beoordelen?”

Wie was de beste van de vijftien trainers tijdens uw periode?

Jacques De Nolf: “Zonder afbreuk te doen aan Henk Houwaart, Hugo Broos, Eric Gerets of Christoph Daum: Trond Sollied geniet mijn voorkeur, omwille van zijn looplijnen. En nu zul je mij vagen wat ik van Ronny Deila vind? Een goede mens, maar hij was niet de ideale trainer voor Club. Zijn voorgangers waren het evenmin. Club heeft in twee jaar teveel trainers moeten wegsturen.”

En wie is Clubs beste speler?

Jacques De Nolf: “Voor ik een job bij Club had, was dat natuurlijk Raoul Lambert. Maar tijdens mijn actieve loopbaan bij Blauw-Zwart kun je niet naast Jan Ceulemans kijken. Kiezen is verliezen, ook Gert Verheyen, Franky Vanderelst en Timmy Simons hadden hun kwaliteiten. De sympathiekste was Birger Jensen. Indien Dany Verlinden 10 centimeter langer was, zou hij een wereldkeeper geweest zijn.”

U beleefde de komst van Bart Verhaeghe vanop de eerste rij.

Jacques De Nolf: “Hij maakte van de vzw Club Brugge een nv en is naast Marc Coucke een van de weinige Belgische bedrijfsleiders die nog bereid is om te investeren in het voetbal. Die ‘lokale’ verankering is een zegen, buitenlandse investeerders zijn weg van zodra het minder goed gaat. Chapeau voor Bart, hoe hij Club financieel leidt in een veranderende voetbalwereld. We zijn een opleidingsclub geworden voor spelers die nadien meer geld verdienen in grotere competities. Als je een speler koopt, moet je al meteen denken aan zijn vervanger. Belgische ploegen kunnen voor hun spelers enkel proberen de belangstelling op te wekken van buitenlandse ploegen met meer geld.”

Info over het boek: jacquesdenolf@gmail.com

Wie is Jacques De Nolf?

Geboren op 11 mei 1948 in Brugge. Groeide op in Sint-Jozef. Woont met zijn partner Mimi in Knokke-Heist. Heeft drie kinderen en zes kleinkinderen.

Carrière

Humaniora aan het Koninklijk Atheneum, rechten aan UFSIA en Universiteit Gent. Doctor in de rechten in 1971. Werkte voor een pensioenkas en voor zetelbedrijf Z-Medalounger. Van 1983 tot 2013 secretaris van Club Brugge.

Hobby’s

Wijn degusteren, reizen en diverse sporten bekijken.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier