Jongste telg uit Roeselaars voetballandschap bestaat exact één jaar

Voorzitter Bart Allossery zag bij zijn eerste maanden bij SK Roeselare-Daisel liefst drie trainers de revue passeren. (foto Bart) © VDB / Bart Vandenbroucke VDB
Redactie KW

Onder het motto ‘het is stil waar het nooit waait’ ging SK Roeselare-Daisel in eerste provinciale twee weken geleden de winterstop in op een gedeelde tweede plaats. Een verwezenlijking waar ze bij de wit-zwarten vijf maanden geleden wellicht blind voor zouden getekend hebben, ware het niet dat de achterstand op leider Wielsbeke na vijftien wedstrijden ondertussen al is opgelopen tot een eigenlijk al bijna niet meer te dichten veertienpuntenkloof.

We moeten voor de met voorsprong zwartste bladzijde uit de Roeselaarse sportgeschiedenis dik vijftien maanden terug in de tijd, toen KSV Roeselare – dat met een bonte verzameling van spelers in juli nog aan de voorbereiding was begonnen – failliet werd verklaard. Door dat abrupte heengaan van het stamnummer 134 dreigde er een pijnlijk einde te komen aan het voetbalgebeuren op Schiervelde. Maar er waren kapers op de kust, en nadat onder meer een Franse en een Engelse investeerdersgroep wandelen werden gestuurd, zagen de mensen rond schepen José Debels en de mensen van het nieuw opgerichte jeugdbestuur van het ter ziele gegane KSVR wel iets in een samenwerking met het ambitieuze VK Dadizele, dat in eerste provinciale tegen zijn spreekwoordelijke plafond leek aan te botsen. Wat er in januari 2021 uiteindelijk voor zorgde dat het Roeselaarse voetbal er met het fusieproject SK Roeselare-Daisel dus een nieuwe speler bij kreeg.

Een plotwending die eigenlijk overal, zowel bij de nog overgebleven supporters van KSVR als bij de mensen uit de entourage van de Roeselaarse jeugdploegen, al snel op de nodige bijval mocht rekenen. Ook al omdat ze bij Club Brugge vrijwel gelijktijdig te kennen hadden gegeven dat ze wel iets zagen in een uitbreiding van hun territorium naar Schiervelde, dat na het verdwijnen van KSV Roeselare misschien zelfs leeg zou komen te staan. Een scenario dat ze in het Roeselaarse kamp – en al zeker onder de supporters – maar liever wilden vermijden.

Krijtlijnen

De oplossing werd een compromis à la belge: het nieuwe Roeselaarse fusieproject zou het sanitair blok ten noorden van de Mandel mogen behouden, en alles wat aan de andere kant van het water gelegen was (lees: het hoofdveld en de twee daarnaast gelegen oefenvelden) zou naar de belofte- en de dameswerking van Club Brugge gaan. Met één extra uitzondering op die regel en die hield in dat ook het eerste elftal van SK Roeselare-Daisel, dat in eerste provinciale zou uitkomen, zijn thuiswedstrijden op het hoofdveld zou mogen afhaspelen.

De derde trainer werd er eentje uit eigen stal

Bij het nieuwe Roeselaars-Daiselse hoofdbestuur lagen de sportieve krijtlijnen al een hele tijd vast, maar nog voor de start van de voorbereiding op het nieuwe seizoen zorgde het vroegtijdig afhaken van Maxim Vandamme, die om privéredenen weinig heil zag in een verhuis naar Schiervelde, voor een eerste (zij het bescheiden) storm in een glas water. Hij werd vervangen door Christ Vandevijvere, het seizoen daarvoor bij reeksgenoot Diksmuide, en in een veel verder verleden als beginnend trainer ooit ook even actief in de jeugdwerking van het toenmalige KSV Roeselare. Een groot succes werd dat niet, want na onder meer twee vroege bekeruitschakelingen – tegen nota bene een rechtstreekse concurrent, SC Blankenberge, en tegen de buren van SV Moorslede – en na een moeizaam begin van de competitie kwam ook aan de samenwerking met de nooit echt volledig op de club ingeburgerd geraakte Hoogledenaar vroegtijdig een eind.

Kentering

De derde trainer werd er eentje uit de eigen stal. Na meer dan tien jaar zowat alle jeugdploegen op Schiervelde te hebben getraind, kreeg Roeselare-boegbeeld Kurt Vercamp in oktober plots het roer in handen. Zijn komst zorgde aanvankelijk vrijwel meteen voor een kentering, maar mede door de vele blessures waar ook zijn voorgangers al mee te kampen hadden – zo haalden potentiële sterkhouders zoals Michael Vermeersch, Kjell Vanmaele en Kenneth Deceuninck niet of nauwelijks het wedstrijdblad – en mede door een veel te wisselvallige prestatiecurve, kon ook hij niet vermijden dat een zo goed als foutloos Wielsbeke de promotie eigenlijk nu al voor het grijpen heeft.

De volledige staf tekende intussen bij, maar met nogal wat jongens die straks de club zullen verlaten – zo trekken Gianni Lingier en Kjell Vanmaele naar Wervik en Wevelgem en staan ook Charly Allard, Monssef Znagui en Aaron Couckuyt dicht bij een vertrek – breken er op Schiervelde na Nieuwjaar ongetwijfeld – nog maar eens – drukke tijden aan. (SB)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.