Het parkeerticketje blijft liggen in onze steden: Torhout schaft betalend parkeren af, maar staat alleen

© ImageGlobe
© ImageGlobe
Olaf Verhaeghe

Torhout neemt in 2023 afscheid van haar parkeermeters. Gedaan met parkeerticketjes in het centrum, tot vreugde van de plaatselijke handelaars. Toch staat Torhout voorlopig zo goed als alleen. De andere West-Vlaamse steden houden vast aan betalen voor je parkeerplaats.

“Na de stadskernvernieuwing schaffen we het betalend parkeren in onze stad af.” Het was een opmerkelijke uitspraak van Elsie Desmet, Torhouts schepen van Mobiliteit voor CD&V bij de voorstelling van het nieuwe lokale mobiliteitsplan. Het nieuwe gezicht van het centrum van Torhout wordt er dus eentje zonder parkeermeters. In 2023 grijpt het stadsbestuur terug naar de bekende blauwe zone, waar je mits het correct plaatsen van de blauwe parkeerschijf twee uur gratis kan staan, in combinatie met Shop & Go-plaatsen, parkeerplaatsen met sensoren waar je maximaal dertig minuten je wagen kan achterlaten.

Negativiteit

De reden om afscheid te nemen van het betalend parkeren is tweeledig: enerzijds wekt het nemen van een ticketje te veel ergernis op, anderzijds ziet het stadsbestuur er de oorzaak van de leegloop van handelszaken in. “Geef toe, het is een heel gedoe: een parkeermeter zoeken, je nummerplaat ingeven, uitrekenen hoelang je wil blijven, dat ticketje achter je voorruit leggen en dan nog het risico lopen op een boete. Neen, de sfeer die rond betalend parkeren hangt is te negatief”, zegt schepen Desmet. “Wij willen vlot bereikbaar en ook aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en handelaars. Dat parkeren speelt daarin een grote rol.”

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

“Al is er natuurlijk de belangrijke voorwaarde van én de blauwe kaart én die 50 Shop & Go’s”, voegt Elsie Desmet nog toe. “Zonder zouden we het uiteraard niet zomaar doen. En geloof me, we zullen blijven controleren in de blauwe zone.” De plaatselijke Unizo is alleszins voorstander van het schrappen van betalend parkeren en juicht de beslissing volmondig toe.

Circulatie

Rondvraag bij andere kopsteden in West-Vlaanderen leert echter dat Torhout als enige afscheid neemt van het ticketje. Op Diksmuide na – waar je nooit hoeft te betalen om je auto ergens achter te laten – houden de stadsbesturen voorlopig vast aan betalend parkeren. “Een sturend parkeerbeleid is noodzakelijk voor ons stadscentrum”, zegt Emmily Talpe, burgemeester van Ieper voor Open VLD. “Er moeten voldoende vrije parkeerplaatsen behouden blijven voor bewoners, klanten en handelszaken. Vasthouden aan betalend parkeren betekent niet dat we nooit evalueren en bijsturen.”

Brugge heeft veruit het hoogste aantal betalende parkeerplaatsen. Alleen al langs de straat gaat het om zo'n 5.500 parkings.© Davy Coghe
Brugge heeft veruit het hoogste aantal betalende parkeerplaatsen. Alleen al langs de straat gaat het om zo’n 5.500 parkings.© Davy Coghe

Kortrijks schepen van Mobiliteit Axel Weydts (SP.A) acht het afschaffen van betalend straatparkeren eveneens nefast voor de handel. “Voor een stad als de onze zou dat beteken dat alle parking vanaf ‘s morgens vroeg zijn ingenomen door mensen die hier werken. Bezoekers en shoppers zouden geen plaats meer vinden. Bovendien zou volledig gratis parkeren invoeren, indruisen tegen onze mobiliteitsvisie om wagengebruik niet langer te stimuleren.” Ook in Brugge, Menen en Izegem klinken gelijkaardige geluiden.

Volgens Klaas Verbeke, mobiliteitsschepen in Poperinge voor CD&V, blijft een parkeerticketje het middel om iedereen de mogelijkheid te bieden dichtbij te parkeren. “Enkel zo krijg je rotatie, wat bewoners, handelaars én bezoekers ten goede komt. Trouwens, als stadsbestuur krijgen we regelmatig aanvragen voor nog meer ingrijpende maatregelen.” Roeselaars schepen Griet Coppé (CD&V) ziet in het betalend straatparkeren dan weer een stimulans voor de ondergrondse en randparkings. Een argument die ook andere centrumsteden vaak aanhalen.

90 cent voor twee uur

Kortrijk, Brugge zijn weinig verrassend koplopers, zowel qua aantal parkeerplaatsen (meer dan 5.400, red.) als qua tarieven. Twee uur langs de straat parkeren kost je er in de binnenstad zeker 5 euro. Beide centrumsteden zetten wel fors in op ondergronds parkeren en aangepaste tarieven in de rand. “Eigenlijk kan je parkeren moeilijk vergelijken”, oppert Kortrijks schepen Weydts. “Elke situatie is anders. Uitdagingen voor een centrumstad, kleine stad, kustgemeente of landelijke gemeente kan en mag je niet op eenzelfde lijn zetten. Zelfs binnen één stad zijn er grote verschillen.”

Roeselare en Ieper vallen met iets meer dan 1.000 betalende plaatsen en tarieven van 3 euro (waarvan het eerste kwartier gratis, red.) en 2,50 voor twee uur parkeren ergens tussenin.

Shop & Go wint terrrein

Het Shop & Go-principe wint in de meeste grote steden fors terrein. Kortrijk was in 2013 de allereerste om het principe te introduceren. Intussen telt de stad er 599, verspreid over het stadscentrum en in de deelgemeenten. Roeselare heeft er 184, Brugge heeft er intussen 95 over het hele grondgebied, waarvan 35 in de binnenstad. Ieper biedt een 70-tal Shop & Go-plaatsen, net als Poperinge, zij het daar maar een tiental. Tielt experimenteerde vorig jaar met het beperkt parkeren in het stadscentrum, op een 40-tal parkeerplaatsen en is van plan om er in het nieuwe parkeerbeleidsplan absoluut mee verder te gaan. Izegem en Menen hebben voorlopig geen Shop & Go-plaatsen met sensoren.

In kleinere steden ligt de prijs voor twee uur parkeren langs de straat aanzienlijk lager. In Poperinge is het eerste halfuur gratis en betaal je voor twee uur maximum 0,90 euro. Ook in het centrum van Tielt moet je na een gratis kwartiertje betalen: afhankelijk van de zone gaat het om 1 euro voor maximaal een halfuur tot 1,75 euro voor twee uur. In Izegem stopt de teller voor twee uur op 1,31 euro, waarvan de eerste 15 minuten gratis. In Menen eindig je aan 1,40 euro, maar ook daar is het eerste halfuur gratis.

Wel overal in dezelfde grootteorde: de retributies. Langer blijven staan dan je ticketje toelaat, levert boetes op van 20 à 30 euro. Alle steden geven aan ook effectief controles uit te voeren, zowel op het betalend parkeren als in de blauwe zone.

“Kost meer dan het opbrengt”

Maar wat levert dat betalend parkeren onze steden nu eigenlijk op? Torhouts schepen Elsie Desmet geeft aan dat het afschaffen in haar stad vanaf 2023 zeker meer dan 100.000 euro per jaar misloopt. In centrumsteden als Brugge en Kortrijk ligt dat bedrag vele malen hoger. Zo geeft burgemeester Dirk De fauw (CD&V) aan dat er in 2020 meer dan 2,6 miljoen euro werd opgehaald, in het pre-coronajaar 2019 was dat nog meer dan 4,1 miljoen euro. Een exact bedrag geeft schepen Weydts van Kortrijk niet. “Maar zeker is dat op dit ogenblik onze kosten hoger zijn dan onze inkomsten. Wij steken toe aan het parkeren. En bovendien worden de inkomsten altijd opnieuw geïnvesteerd in het parkeerbeleid.”

Een parkeerwachter van Parko in Kortrijk, aan het werk in de lentezon.©JVGK a-JVGK
Een parkeerwachter van Parko in Kortrijk, aan het werk in de lentezon.©JVGK a-JVGK

Daar wijzen ook andere steden op: de personeelskost, het onderhoud van parkeermeters en betaalparkings, de investeringen in infrastructuur… De factuur om vast te houden aan betalend parkeren loopt snel op. Die factuur kan bovendien lang niet altijd betaald worden met de jaarlijkse inkomsten uit de meters en retributies. Voor 2020 komt daar nog eens de grote impact van de coronacrisis bovenop. De lockdown, het sluiten van de winkels en het verbod op niet-essentiële verplaatsingen zorgden ervoor dat veel minder mensen de weg naar het stadscentrum vonden voor ontspanning.

Zo haalde Roeselare in 2020 nog zo’n 500.000 euro op, een jaar eerder was dat nog meer dan 750.000 euro. Ieper ziet in een ‘gewoon’ jaar dan weer ruim 988.000 euro binnenkomen, maar dat cijfer viel in 2020 fel terug, onder meer door een periode van vrijstellingen van betaalparkeren in de stad. In kleinere steden als Izegem en Menen draait de opbrengst van het betaalparkeren in niet-coronajaren rond de 200.000 euro. Poperinge strandt op zo’n 100.000 euro per jaar.

Geen vervolg

Hoewel de handelaars het initiatief van het Torhoutse stadsbestuur toejuichen, lijkt de rest van West-Vlaanderen allerminst van plan om in de voetsporen van schepen Elsie Desmet te treden. Integendeel, zo oppert Nathalie Debast, woordvoerder van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten. “We zien eerder een omgekeerde trend: ook kleinere kernen voeren nu betalend parkeren in, terwijl het aantal steden en gemeenten die het systeem afschaffen bij wijze van spreken op één hand te tellen vallen”, zegt ze. “Vandaag heeft ruwweg de helft van de Vlaamse gemeenten een systeem van betalend straatparkeren.”

Of het afschaffen in Torhout succes zal hebben, valt volgens de VVSG moeilijk te voorspellen. “Ik zie dat het stadsbestuur zo de strijd tegen leegstand wil aangaan, maar daarvoor heb je nog een pak andere maatregelen nodig”, aldus Nathalie Debast. “Het parkeerbeleid alleen aanpassen, is niet voldoende. Shop & Go en het correct hanteren van een blauwe zone is anderzijds een belangrijke compensatie, om zo toch enige circulatie te blijven stimuleren. Want doe je niets, dan krijg je sowieso straten en pleinen waar auto’s een hele dag blijven staan.”

“En geloof me vrij, parkeren is zeker niet de melkkoe van de gemeenten. Zowat iedereen moet er meer in investeren dan het oplevert. Betalend parkeren is er niet om de mensen het geld uit hun zakken te slaan”, besluit Nathalie Debast met een knipoog.

Kopsteden Waregem, Oostende en Veurne gingen niet in op onze vragen over het parkeerbeleid in de stad.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.