Harelbeke, Deerlijk en Menen lanceren eerste mobiele mobipunten

(Vlnr) Schepen Patrick Roose van Menen, schepen Regine Rooryck van Deerlijk, schepen Wout Maddens van Kortrijk, schepen Tijs Naert van Harelbeke, Dirk Vervecken, Thibault Moerkerke en Bram Roelens. © LOO
Peter Van Herzeele
Peter Van Herzeele Medewerker KW

Een mobipunt brengt verschillende vervoersmodi op één locatie samen: verre toekomstmuziek? Deerlijk, Harelbeke en Menen bewijzen het tegendeel. In samenwerking met Intercommunale Leiedal lanceerden zij dinsdag de eerste vier gloednieuwe mobiele mobipunten in de regio.

Een mobipunt brengt verschillende vervoersoplossingen bij elkaar. Op één locatie komen openbaar vervoer, deelauto’s en deelfietsen samen. Die vervoersoplossingen worden aangevuld met een kwalitatieve infrastructuur zoals schuilmogelijkheid, fietsenstallingen, fietskluizen, lockers, maar ook met een verscheidenheid aan functies zoals horeca, buurtsupermarkten en hersteldiensten. Naargelang de locatie kunnen het aanbod en de infrastructuur variëren.

De vier locaties zijn het Neuenkirchenplein in Deerlijk, Bavikhovedorp in Harelbeke, Lauweplaats en de Waalvest in Menen. De voordelen spreken alvast voor zich: meer duurzame verplaatsingen en minder autokilometers, aangezien je bij zo’n mobipunt makkelijk overstapt van deelfiets naar deelwagen – en omgekeerd – of op het openbare vervoer. “We merken dat er nog werk aan de winkel is om meer mensen op de (deel)fiets, in deelwagens en in de bus te krijgen”, vertelt Tijs Naert, schepen van Mobiliteit (Groen) in Harelbeke. “Alle initiatieven die hierop inspelen, ondersteunen we enthousiast. Dit mobipunt is er eentje van, waarmee we ook onze deelwagens en deelfietsen extra in de kijker zetten.”

Testen

“We moeten eerst in functie van de fietser en het trage verkeer denken en dan pas in functie van het gemotoriseerde vervoer”, vult Regine Rooryck aan, collega-schepen in Deerlijk (CD&V). “Maar zoiets vraagt tijd, doorzicht en politieke moed. Deze mobipunten bewijzen dat we als stad of gemeente de kaart van de duurzame mobiliteit durven te trekken.”

“We moeten eerst in functie van de fietser en het trage verkeer denken en dan pas in functie van het gemotoriseerde vervoer – Regine Rooryck – Schepen van mobiliteit Deerlijk (CD&V).

Leiedal van zijn kant zet in op het verduurzamen van de regio, ook in hoe we ons verplaatsen. “Het verplaatsbare mobipunt is een tastbaar element in de modal shift”, voegt voorzitter Wout Maddens nog toe. “Het is een instrument dat we aan alle steden en gemeenten zullen aanbieden om combimobiliteit volop in de spots te zetten, en het moet de ambities uit het regionale mobiliteitsplan helpen waar te maken.”

Gemeente kiest

Voor de realisatie van dergelijke punten langs gemeentewegen zijn de steden en gemeenten bevoegd. Leiedal probeert hen daar zo veel mogelijk in te ondersteunen. Zo ontwikkelde de intercommunale het verplaatsbare mobipunt binnen de Europese projecten SHARE-North en TRIPOD-II, samen met partners Yellow Window en Wolters MABEG.

Het verplaatsbare mobipunt dat Leiedal samen met Yellow Window en Wolters MABEG ontwikkelde, stelt steden en gemeenten in staat verschillende locaties uit te testen, zodat je als bestuur gefundeerd kunt oordelen over waar het mobipunt het grootste succes zal hebben. Bovendien stelt het concept verschillende gradaties voor, waardoor je de module makkelijk kunt aanpassen aan de specifieke locatie. Als stad of gemeente kies je zelf welke modules je in het mobipunt opneemt: een schuilhuisje, fietslockers, fietsenstallingen… Die opstelling kan dan voor een bepaalde tijd uitgeprobeerd en later bijgestuurd worden. Zo kan het mobipunt in Bavikhove er volledig anders uitzien dan dat op Menen Waalvest.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.