Als twaalfjarige volgde Robbe twee jaar de afdeling houtbewerking aan een technische school, maar dat beviel hem niet. "Tijdens schoolvrije dagen ging ik met mijn vader mee op zee. En van mijn opa leerde ik als jonge knaap netten breien. Zo kreeg ik de smaak van de visserij te pakken", zegt hij.
...

Als twaalfjarige volgde Robbe twee jaar de afdeling houtbewerking aan een technische school, maar dat beviel hem niet. "Tijdens schoolvrije dagen ging ik met mijn vader mee op zee. En van mijn opa leerde ik als jonge knaap netten breien. Zo kreeg ik de smaak van de visserij te pakken", zegt hij. Robbe hakte na die twee jaar de knoop door, stopte met houtbewerking en schreef zich vier jaar geleden in het Maritiem Instituut in Oostende in. Hij is nog altijd blij met zijn keuze. "Geleidelijk aan word je er tot volwaardig visser opgeleid. Het begint als matroos met het herkennen van de navigatielichten, de betekenis van de boeien,... en het eindigt met het diploma van schipper na voldoende jaren praktijkervaring", legt Robbe uit. Momenteel telt hij 380 zeedagen.Robbe, die aan de wal alle zenuwachtige drukte vermijdt als de pest, koos voor het avontuurlijke bestaan van visser, omdat hij zich op zee volledig vrij voelt. "Overal waar je om je heen kijkt, zie je de weidse zee en de ruime lucht. Je hoort het ritme van de klotsende golven. En soms zwemt er een zeehondje langs het schip mee. Dat zijn prachtige ervaringen. Je leert ook het weer begrijpen. E zunne op stelten voorspelt wind voor de volgende dagen en mist wordt bewaaid of bepist'. Elke dag op zee is anders. En de kleur van het zeewater verandert van klaar bij rustig weer naar dik als het flink heeft gewaaid."Met het zware ritme aan boord heeft hij geen probleem. Werken, eten, slapen, het schip schoonmaken, netten ophalen,... Hij doet het met plezier. En zijn handen zijn gewoon geraakt aan het gutten van de vis, ook al gaan de handschoenen niet langer dan twee dagen mee. Robbes voorkeur gaat uit naar nachtwerk. Dat de afvaart soms midden in de nacht plaatsvindt en het uur van aanmeren volgens de vangst van dag tot dag kan verschillen, stoort hem niet. Als vijftienjarige jobstudent was hij ooit drie weken weg van huis. "Het moet wel klikken tussen de bemanning, want je zit in hetzelfde schuitje voor vele uren op een kleine oppervlakte." "Elke ophaling van de netten is boeiend en steeds opnieuw verrassend. Wat zal er nu weer in de netten zitten?", zegt hij. "Ooit werden na een sleep van acht uur slechts 1 tong, 1 steenbolk en 2 haaien bovengehaald. Dat is vloeken." Volgens Robbe zijn in vergelijking met enkele jaren geleden de vangsten van tong en kalbeljauw fel verminderd. Het opvissen van afval daarentegen stijgt van jaar tot jaar. Vooral plastieken verpakkingen en drankblikjes vormen de hoofdmoot. Al het afval verzamelen de vissers in zakken die ze deponeren in vuilniscontainers op de kaai. Als Nieuwpoortse vissersfamilie verkoopt de N.93 Aalscholver al zijn vangsten in de plaatselijke vismijn.Ondanks alle problemen in de visserij - steeds meer administratie, dure brandstofprijzen, de onzekerheid door de Brexit, de jaarlijkse visquota - kijkt Robbe uit naar het behalen van zijn diploma als schipper. Hij droomt er nu al van het schip van zijn vader te kopen. "En ik hoop uit de grond van mijn hart ooit een zoon te hebben die ook visser wordt", zegt hij vol overtuiging.Zelf treedt hij in de voetsporen van zijn vader Jan Desaever die op 10-jarige leeftijd al met zijn vader mee op zee wou. Zijn broer Dirk maakte elke vorm van visserij - van plankenvisserij over bordenvisserij tot bokkenvisserij - mee, maar zei de sector uiteindelijk vaarwel. Jan niet. Hij volgde de visserijschool in Nieuwpoort en Oostende en legde op zijn 21ste zijn examen van schipper af. Hij voerde het bevel over de N.590 Horizon en sinds 1998 over de N.93 Aalscholver, een stalen bokkenvissersboot met een motor van 300 pk. Die keuze heeft hij zich nog geen moment beklaagd. Geen dag was hij zeeziek. Hij heeft het wel moeilijk met de volgens hem overdreven wetten en reglementen. Opa Gilbert Desaever stopte met varen in 1989 om zoon Jan op eigen benen te laten staan. "Op de kaai kom ik nog wel, maar meevaren aan boord doe ik niet meer", zegt hij. Het ritme van korte tukjes van 2 uur is hij kwijt en dromen over de visserij doet hij 's nachts niet meer. In zijn vrije tijd breit Gilbert nu netten als hobby. Of je vis of graat aan nieuwe bemanningsleden had, wist Gilbert algauw. Wie om 10.30 uur aan boord werd verwacht en er om 10 uur al stond, was een goeie. Minder gemotiveerde matrozen kwamen vijf minuten te laat en haalden hun neus op als ze ook op zondag moesten varen. Maar dat probleem hebben ze niet in de familie Desaever. De visserijproblematiek volgt Gilbert nog op de voet. "In de visserijsector heeft de Vlaamse politiek weinig inbreng. Alles wat de visserij betreft, wordt door Europa beslist. Zoals de vangstquota. Grotere schepen moeten door die quota soms gevangen vis over boord gooien en dat stoot Gilbert tegen de borst. Dat de zee ooit leeggevist zal raken, gelooft hij niet. Maar groeien zal de Vlaamse vloot niet meer, betreurt Gilbert. "Enkel bestaande schepen kunnen nog vervangen worden. Maar de prijs ligt hoog voor een gloednieuw schip. Dat kost al snel 60 tot 70 miljoen. En wie kan dat betalen."(DCR)