Vincent (57) en Steve (50) riskeren hun leven om aan bushalte te geraken in de Westhoek: “Hier is de situatie schrijnend”

Te veel haltes in de Westhoek zijn nog te weinig toegankelijk voor de meest kwetsbaren onder ons, zoals Vincent (links) en Steve. Voor hun blijkt de weg ernaartoe ronduit gevaarlijk. © Collage TP
Redactie KW

De uiterste, landelijke hoek van ons land blijft slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. Te veel haltes zijn er nog te weinig toegankelijk en voor de meest kwetsbaren, zoals Steve Boussemaere (50) en Vincent Demyttenaere (57), blijkt de weg ernaartoe ronduit gevaarlijk. “Een lijdensweg, ook voor lokale besturen die verandering willen”, stelt parlementslid Loes Vandromme (CD&V).

Steve Boussemaere (50) werd volledig blind toen hij bijna 10 was. We spreken af met de Ieperling aan de bushalte op de Grote Markt van z’n stad. De telefoon rinkelt. “Kan je me komen halen?” Op zijn eentje raakte Steve tot bij een van de dichtste voetpaden aan een hoek van het gerechtsgebouw. Vlakbij staat een vrachtwagen, de motor draait en werkmannen lossen een lading. Vanuit vier richtingen komen auto’s, bussen, fietsers en steps, overal weerklinkt lawaai. “Ik kan niet voldoende horen of ik veilig over kan, vanaf hier heb ik hulp nodig”, zegt Steve. Hij legt zijn hand op mijn schouder. Van zodra het verkeer het toelaat, steken we de straat over naar de halte.

(Lees verder onder de video)

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

“Halte-eiland”

Een tweede obstakel: de drempel rond de bushalte die wel wat afvlakt aan één kant van het ‘halte-eiland’. “Het eiland heeft een ei-vorm”, vertelt Steve die voorzichtig de drempelboord aftast met zijn blindenstok. “Aan de kant!” De voorzijde van een bus komt plots tot over de boordsteen terwijl deze zich tot aan de halte manoeuvreert. Steve stapt net op tijd achteruit. “Door een gebrek aan voeltegels is dit eiland voor mij onvindbaar en wanneer ik er uit de bus stap, weet ik niet op welke kant van het eiland ik me bevind. Een gevaarlijke situatie.”

Vincent Demyttenaere (57) belandde op z’n achttiende in een rolstoel door een verlamming van de onderste ledematen. Hij woont op het platteland, vlakbij het kruispunt van het Ieperse gehucht Lizerne. “De situatie is schrijnend, de bus nemen is hier bijna niet te doen. Ik doe het alleen als ik te veel last heb van mijn schouder. Ik moet telkens al mijn kracht gebruiken om mezelf in mijn aangepaste wagen te hijsen. Door schouder- en rugproblemen vrees ik dat ik de komende jaren meer gebruik zal moeten maken van de bus.”

Geen voetpad

Vincent rolt zich een weg van zijn woning naar de dichtste halte in Lizerne. In het begin moet hij de straat op, bij gebrek aan een voetpad. Hij rolt op een fietspad dat niet afgescheiden is van de rijbaan. Het eerste trottoir duikt op bij een druk kruispunt, maar de man raakt niet meteen op het voetpad door een te hoog niveauverschil. Wat verderop lukt het wel, na een ferme krachttoer en de nodige balanceerkunsten. Om de hoek van het kruispunt moet Vincent alweer het voetpad verlaten omwille van twee elektriciteitspalen die de doorgang belemmeren. De lengte van dit traject valt mee: slechts enkele honderden meters. “Maar zonder hulp raak ik vanaf deze dichtste halte niet op de bus.”

Bij een tweede halte aan de overkant van de straat prijkt een schuilhok. “Te klein voor rolstoelgebruikers. Hier zijn nochtans mogelijkheden om deze haltes toegankelijker te maken. Kan je mij duwen om terug thuis te raken? Ik ben uitgeput.” Vincent werkt in regio Roeselare. “Om daar zelfstandig te geraken via het openbaar vervoer moet ik een drietal kilometer rollen naar de dichtste toegankelijke halte en in totaal drie keer van bus veranderen voor ik de bestemming bereik.”

Drukste haltes eerst

Steve en Vincent engageren zich al jaren voor vooruitgang in de streek. “Ik zetel in de stedelijke toegankelijkheidsraad”, vertelt Steve. “Vroeger was hier erg weinig toegankelijk. Intussen zijn een aantal haltes geoptimaliseerd volgens de normen van Inter, het Vlaams expertisecentrum voor toegankelijkheid. Men is behoorlijk aan het werk.”

“Toen ik jong was, zag ik amper iemand met een handicap op stap gaan”, stelt Vincent. “Eind de jaren 1980 schoten toegankelijkheidsadviesraden als paddenstoelen uit de grond. Hier konden we met de ‘Werkgroep Vorming en Actie’ ons advies aan de man brengen. In de mate van het mogelijke werd naar ons geluisterd. Niet alleen door het lokaal bestuur, maar ook De Lijn en NMBS. Zo konden we bijvoorbeeld haltes aan het station van Ieper toegankelijk maken. Er werd destijds gekozen om de meest gebruikte haltes aan te passen, toen een goed idee.”

Voor recente, extra inspanningen werd grootste Westhoekstad Ieper een paar maand geleden bekroond met de Vlaamse prijs ‘Meer Mobiele Gemeente/Stad 2024’. “Toch moet ik na bijna 40 jaar in een rolstoel vaststellen dat veel haltes nog te weinig veranderd zijn”, aldus Vincent. “Al die jaren heb ik mijn plan leren trekken. Maar niet iedereen heeft de luxe van een eigen, aangepaste wagen. Zich zonder belemmering kunnen verplaatsen, is heel belangrijk. Dat kon ik aan den lijve ondervinden. Heel wat bevriende lotgenoten hebben enkel het openbaar vervoer om zich te verplaatsen. Hoe sommigen dat doen op het platteland in de Westhoek is me een raadsel. Vooral voor hen is het erg belangrijk dat er sneller werk van wordt gemaakt.”

Lijdensweg

“Het is een lijdensweg, ook voor besturen die verandering willen”, zegt Loes Vandromme (CD&V), lid van het Vlaams parlement en schepen in Poperinge. Ze vroeg cijfers op over toegankelijkheid van haltes in West-Vlaanderen en haar eigen Westhoek. “Het aanbod is hier echt ondermaats. Als er al een halte voorzien is, dan is ze vaak niet aangepast voor personen met een beperking. Veel lokale besturen willen wel, maar hebben andere instanties nodig.”

Vandromme pleit voor sterkere samenwerking en het delen van goeie voorbeelden voor de langverwachte inhaalbeweging. “Het plan van deze regering: minstens de helft van alle haltes in Vlaanderen toegankelijk maken tegen 2030, maar aan dit tempo raken we er niet. In West-Vlaanderen is slechts één op vijf bushaltes toegankelijk voor personen met motorische beperking, voor personen met visuele beperking is dit amper één op tien.”

Leidraad

“Wie voor welke bushalte verantwoordelijk is, hangt af van de weg waarlangs de halte gelegen is. Als we echt vaart willen maken, moeten we meer samenwerken tussen De Lijn, lokale besturen en de Vlaamse overheid. Naast voldoende budget is een goede leidraad van good practices nodig voor wie op het terrein aan de slag wil. Openbaar vervoer moet toegankelijk zijn voor iedereen en zeker voor de meest kwetsbaren in onze samenleving.” (TP)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content