Meester-trainer Herman Vanpachtenbeke blikt terug: “Toen ik 22 was, sloeg het noodlot toe”

(foto FRO)
Fons Roets
Fons Roets Medewerker KW

Al meer dan veertig jaar is Fons Roets (FRO) schrijvend actief in de regionale sportwereld. Als sportliefhebber pur sang leerde hij honderden mensen en hun verhaal kennen. Iedere week duikt hij in de archiefdoos vol herinneringen en anekdotes.

De naam Herman Vanpachtenbeke klinkt als een klok in de Oostendse voetbalwereld. Door pech kon de meester-dribbelaar geen grote carrière uitbouwen als speler, maar als trainer maakte Herman naam en faam.

“De beste trainer die ik ooit gehad heb”, zeggen veel jeugdspelers uit Oostende en hinterland. Herman is nu 81 en hij verdedigt nog steeds zijn basisstelling. “Een voetballer moet kunnen dribbelen.”

Herman Vanpachtenbeke werd geboren in Brugge en groeide op in Zandvoorde. Hij ging naar het OLV College van Oostende en studeerde verder, na zijn eerste job in de banksector en zijn legerdienst, voor onderwijzer aan de RNS Blankenberge. Na enkele maanden Sint-Andries en vier jaar Gistel, werd hij overgeplaatst naar het OLV College op den Opex, waar hij meer dan 25 jaar actief is gebleven als onderwijzer.

Drie rugoperaties

Herman is op 29-jarige leeftijd getrouwd. Zijn vrouw, wijlen Suzanne Pollet, overleed op jonge leeftijd. Ze schonk hem drie dochters: Iris, Inge en Elke. Hij heeft ook zes kleinkinderen. Vroeger woonde Herman in Zandvoorde, nu woont hij alleen in Oostende. Hij rijdt nog steeds overal naartoe met de fiets, na drie rugoperaties, twee nieuwe knieën en een nieuwe heup.

Herman mocht op 10-jarige leeftijd al meevoetballen met de oudere buurjongens, op het voetbalveld van Union Zandvoorde of op de markt in het dorp.

“Ik was niet groot en sterk en moest het hebben van mijn techniek, snelheid en schijnbewegingen. Ik werd ontdekt door UCB-directeur Marcel Bogaert en kreeg een paar voetbalschoenen om bij de jeugd van Union te spelen. We organiseerden vriendschappelijke wedstrijden tegen ploegen uit Oudenburg en Gistel. Ik was dertien toen we met ons ploegje van Union Zandvoorde mochten spelen op AS Oostende. We verloren met 9-1, maar ik stal de show met mijn creativiteit, mijn dribbels en mijn passenspel.”

“Het jaar erop speelde ik, dankzij bestuurslid André Delrue, bij ASO. We trainden twee keer per week. Ik zat in een talentvolle lichting met René Vandenberghe, Raf Delrue, Michel Pyck, Robert Mombert en Freddy Qvick. Aanvankelijk was ik actief bij de gewestelijke ploegen, maar toen ze mijn kwaliteiten als dribbelaar hadden leren waarderen, werd ik uitgespeeld bij de provinciale als linksbuiten voor de centers en de assisten.”

“Met de scholieren van ASO werden we kampioen van België. Als tweedejaars junior speelde ik bij de reserven van ASO en daar was ik ploegmaat van Berten Verschelde.”

Van hemel in hel

In 1972 werd Herman, samen met Berten, in de eerste ploeg gedropt, toen Brusselaars Waterinckx en Grenier in stokken kwamen met het ASO-bestuur.

“Albert kreeg een kans in de spits en ik werd linksbuiten”, weet Herman te vertellen. “We behaalden een 2-2 gelijkspel in Charleroi. Tuur Mariën, Willy Sanders en heel wat andere bekende spelers van de eerste ploeg waren tevreden en zo mochten we de resterende vier wedstrijden van het seizoen meespelen. Eindelijk zat ik in mijn voetbalhemel! Tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen, ‘62-‘63, droomde ik van een basisstek in de eerste ploeg, maar toen heeft het noodlot toegeslagen.”

(foto FRO)
(foto FRO)

“Op training kwam ik na een van mijn bekende schijnbewegingen in harde botsing met Marcel Zonnekeyn. Het resultaat was verschrikkelijk: gewrichtsbanden, kruisbanden, meniscus, heel mijn knie was kapot! Ik was 22 en heb bittere tranen geweend. Ik heb te vroeg hernomen en dan was het helemaal gedaan, ook na een operatie in Brussel.”

“Voetbal was mijn grote passie en van de ene dag op de andere was het voorbij. Mijn ambitie om, na een tijdje werken in een bankinstelling, verder te studeren en regent lichamelijke opvoeding te worden, ging in rook op. Ik heb dan uiteindelijk verder gestudeerd voor onderwijzer.”

Herman kon niet zonder voetbal en hij is dus trainer geworden, eerst van de jeugd van Union Zandvoorde.

“Van zodra het weer fysiek mogelijk was voor mij, heb ik, samen met Robert Deurwaerder, Freddy Qvick en Ronni Brackx, twee jaar initiatorcursus gevolgd in Roeselare”, vervolgt Herman. “De cursus werd nog gegeven door Robert Goethals. Ik was geslaagd met onderscheiding en hij gaf me de raad te solliciteren als trainer voor FC Roeselare. Ik had een goed gesprek met het bestuur, maar toch kozen ze voor een man met naam en faam: Fernand Boone, de ex-doelman van Club Brugge.”

“Ik was zeer ontgoocheld en heb het derde jaar in Brussel niet gevolgd. Ik heb toch het voetballen hernomen bij White Star Oudenburg als speler-trainer in tweede provinciale. Ik heb dat maar twee seizoenen volgehouden, omdat ik niet akkoord kon gaan met de vriendjespolitiek in de club. Wie niet kwam trainen, werd door mij niet opgesteld. Een politieagent, die niet kwam trainen, moest wel spelen van het bestuur!”

“Er zat veel talent, maar ze begrepen mij niet altijd. Er was gebrek aan creativiteit. Ik werkte steeds 100 procent met de bal. Techniek en fysiek moeten samengaan. Voetbal is simpel: aannemen, doorspelen en vrij staan. Na 2,5 jaar hield ik het voor bekeken!”

Nog 20 jaar bij ASO-KVO

Een collega-onderwijzer die ploegafgevaardigde was bij de jeugd van ASO bracht Herman, na zijn mislukt avontuur bij KWSO, naar het Albertparkstadion gebracht als jeugdtrainer.

“Kerels als Peter Crève, Kurt Bataille, elk met een sterke linker poot zoals ik, Dwight Decerf, Alain Vandenberghe, Carl Boenders, Danny Devuyst en vele anderen heb ik de knepen van het voetbalspel aangeleerd”, weet Herman te vertellen.

“Resultaat heeft nooit een rol gespeeld bij mij. Ik trainde de preminiemen en het accent lag bij mij op techniek en balbehandeling. Missen was toegelaten, maar individueel een actie durven maken met de nodige schijnbewegingen, dat was een must. Blijven proberen en steeds sneller gaan, dat was de boodschap. Voetbal is een spel en moet een spel blijven. Veertig jaar geleden gaf ik al oefeningen die later bij topploegen als Ajax, als voetbalevangelie bestempeld werden.”

“Ik ben nog 20 seizoenen actief gebleven als jeugdtrainer bij ASO en later, na de fusie, vijf jaar bij KV Oostende. Ik ben fier dat ik veel spelers heb kunnen begeleiden op weg naar de eerste ploeg en dat ze mij nog steeds niet vergeten zijn. Het voetbal van tegenwoordig kan me nog nauwelijks boeien. Er zijn gelukkig nog altijd uitzonderingen en daarvoor blijf ik een eeuwige voetbalfan!”

(FRO)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.