Rudy sluit carrière van 46 jaar bij de brandweer af: “Je komt altijd te laat”

Rudy Lapiere was 46 jaar brandweerman. © SL
Redactie KW

Na 46 jaar dienst bij de Wevelgemse brandweer gaat eerste sergeant Rudy Lapiere op pensioen. Hij heeft de brandweer grondig zien veranderen. Uit alles blijkt zijn liefde voor de stiel. Zijn oproep om aan te sluiten bij de brandweer komt dan ook uit het hart.

“Mijn vader Marcel was bij de brandweer”, begint Rudy zijn verhaal. “In de jaren 60 en 70 werden de pompiers enkel opgeroepen met sirenes. Als kind speelden we vaak buiten en als we de sirenes hoorden, stormden we het huis in en riepen ‘Brand!’. Vader liet dan alles vallen, de brandweerlaarzen, broek, vest en helm lagen altijd klaar.

De oude brandweerkazerne in het oud gemeentehuis in de Lauwestraat werd net voor de fusie in 1976 omgeruild voor de nieuwe brandweerkazerne op de Nieuwe Markt. “Er was meer ruimte en ook een woning voor een conciërge”, vertelt Rudy. “Moeder Arsenia was bereid die taak op zich te nemen en dus verhuisden we naar de kazerne. Moeder was 7 dagen op 7, 24 uur op 24 verantwoordelijk om alle binnenkomende noodoproepen telefonisch te beantwoorden. Ma rende dan naar beneden om de sirene te activeren, op een krijtbord de plaats van onheil op te schrijven, de poorten te openen en de aanstormende brandweermannen te informeren.”

“Na een serieuze oproep is een babbel met de collega’s geen overbodige luxe” – Rudy Lapiere

Dat Rudy brandweerman werd mag dan ook niet verwonderen. In 1978 volgde hij de opleiding in de kazerne van Wevelgem en vier jaar later mocht hij zich officieel brandweerman noemen. Terugkijkend op die 46 jaar heeft Rudy de brandweer grondig zien veranderen. “Onze oude brandweerwagen de Thames was nog in de smisse van Vanmarcke gebouwd. Achteraan waren twee houten banken met daartussen 2.000 liter water. De banken werden dubbel gebruikt, er zat dus steevast een collega op je schoot. Het blussen van branden gebeurde vroeger met heel veel water. Doordat het vuur van twee kanten aangevallen werd, kregen we vele liters water op ons katoenen kledij. Later kregen we een zwarte plastieken regenjas die ons droger hield.”

Rond de eeuwwisseling kwam er een Volvo autopomp, later snelle interventiewagens en ook de persoonlijke uitrusting van de brandweerman evolueerde. De rubberen laarzen werden vervangen door een lederen alternatief en de kurken helm werd vervangen door een polyester helm die de oren niet bedekte. “Ooit waren mijn oren verbrand door een backdraft”, aldus Rudy. “Nu draagt de brandweerman onder zijn helm een brandmuts die alle blote huid moet bedekken. Tientallen jaren blusten we zonder adembescherming, waardoor rook en rondvliegend asbest vrij spel hadden. Nu is dat ondenkbaar.”

Geen euforie

Na verloop van tijd deed de zoemer zijn intrede, aanvankelijk nog in combinatie met de sirene. “Toen de sirene werd afgeschaft, betekende dat ook het einde van het ramptoerisme. We hadden een soort van vaste fans die bij het horen van de sirenes op het bord kwamen kijken en zich ook naar de brand spoedden.”

Oproepen komen altijd onverwacht. “Je wordt weggeroepen wanneer de zoemer afgaat. Zo was ik eens mijn terras aan het leggen. Toen ik terugkwam was de lijm in de emmer hard geworden. Of ik miste een optreden in de lagere school waarin onze dochter een hoofdrol had door een oproep. Als de zoemer afgaat, dan laat je alles vallen en rep je je zo snel mogelijk naar de kazerne. Het is een raar soort drang in ons pompierslijf. En achter iedere pompier staat een geweldige partner. Hun man of vrouw vertrekt altijd onverwachts naar een interventie. Na een oproep ben je wel blij dat je erger kon voorkomen of iemand kon helpen, maar euforie is er nooit bij. Je komt altijd te laat, de brand is bezig, het ongeval is gebeurd. Na elke serieuze oproep is een babbel met de collega’s geen overbodige luxe. Een Omerke om 5 uur ‘s morgens kan mij dan wel smaken.”

Rookmelders

Tot slot geeft de brandweerman op rust nog een goede raad: “Rookmelders voorkomen geen brand, maar zorgen dat er minder of geen slachtoffers zijn. Controleer daarom regelmatig of ze nog werken. En nog dit, wie niet bang is voor een uitdaging: sluit je aan bij de brandweer. Je zal er met open armen ontvangen worden.”

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content