Nu geniet hij al een tweetal jaar van een welverdiend pensioen, maar laat de naam Roularta vallen - dat dit jaar zijn 65ste verjaardag mag vieren - en Ronny Neirinck (64) krijgt spontaan een kamerbrede glimlach op het gelaat. "En zeggen dat ik eerst een andere carrière wilde uitstippelen", bekent hij. "Aan het conservatorium van Gent behaalde ik een eerste prijs notenleer en op mijn vijftiende werd ik lid van mijn eerste band: de Lalic Street Band. Daarmee reven we begin jaren 70 zelfs nog de Zomerhit van Radio 2 binnen. Maar het toeval besliste er anders over."
...

Nu geniet hij al een tweetal jaar van een welverdiend pensioen, maar laat de naam Roularta vallen - dat dit jaar zijn 65ste verjaardag mag vieren - en Ronny Neirinck (64) krijgt spontaan een kamerbrede glimlach op het gelaat. "En zeggen dat ik eerst een andere carrière wilde uitstippelen", bekent hij. "Aan het conservatorium van Gent behaalde ik een eerste prijs notenleer en op mijn vijftiende werd ik lid van mijn eerste band: de Lalic Street Band. Daarmee reven we begin jaren 70 zelfs nog de Zomerhit van Radio 2 binnen. Maar het toeval besliste er anders over.""Klopt. In 1977 zag ik in De Weekbode Tielt een oproep voor medewerkers en fotografen. Ik besloot te reageren, maar die keuze heeft mijn leven compleet veranderd.""Fotografie was toen al een passie van mij en ik wilde ook wel artikels schrijven. Aanvankelijk fotografeerde ik zo goed als alle verkeersongevallen en branden in de streek rond Tielt. Het viel toenmalig hoofdredacteur Emiel Ramoudt op dat ik vaak foto's had die geen enkele andere krant kon publiceren. Hij haalde me in 1979 over de streep om de vaste fotograaf van De Weekbode - later Krant van West-Vlaanderen - te worden. En daar heb ik nooit spijt van gehad, want ik kon uiteindelijk ook aan de slag voor Sport Magazine, Knack, Trends...""Voor Sport Magazine heb ik úren op de motor in het peloton doorgebracht. Als sportliefhebber een droom die in vervulling ging. Ik herinner me nog mijn allereerste wereldkampioenschap wielrennen in 1981, waar Freddy Maertens de regenboogtrui wegkaapte. Ik was amper 27 jaar, maar zat op de eerste rij toen Freddy een van zijn grootste triomfen beleefde. Toen verscheen De Weekbode trouwens voor het eerst in kleur. Historische momenten vragen om historische ingrepen, hé. En voor Club Brugge heb ik half Europa afgereisd. Elke Europese uitwedstrijd waren we van de partij. Daar ben ik heel dankbaar voor.""Waar het goed is, moet je blijven, zeg ik. Ik ben nogal een trouw persoon en voelde me altijd als een vis in het water bij Roularta. Waarom dan veranderen? Dankzij mijn job heb ik erg veel onvergetelijke gebeurtenissen van heel dichtbij meegemaakt. Veel mooie zaken, maar ook mindere momenten. In mijn carrière heb ik drie kettingbotsingen in beeld gebracht, waaronder die op de E17 in Deinze in 1996. Geloof me, dat kruipt onder je vel. Ik kweekte doorheen mijn carrière een olifantenhuid, maar dergelijke taferelen draag je toch met je mee. Gelukkig kon ik altijd ventileren bij mijn collega's.""Ik maakte in eerste instantie de transformatie van Roularta vanop de eerste rij mee. Van een gemiddeld familiebedrijf naar een echte mediareus. Toen ik er van start ging, werkten er ongeveer 300 mensen. Op een bepaald moment waren dat er tien keer zoveel. Maar de basis is altijd dezelfde geweest, met het familiale gevoel voorop. Dat is erg veel waard. Er werd ook steeds maar professioneler gewerkt. Dat typeerde het bedrijf nog het meest.""Een revolutie was dat. De eerste 20 jaar van mijn loopbaan had ik nog een donkere kamer ter beschikking, maar Roularta was een van de eersten om op digitale fotografie over te schakelen. In 1998 was dat. Ik kreeg een fototoestel van liefst 740.000 oude Belgische frank ter beschikking. Dat omschrijft Roularta helemaal: die zin om te pionieren en baanbrekend werk te leveren. Hoe dan ook zorgde het bedrijf ervoor dat ik altijd met state of the art-materiaal aan de slag kon. De keerzijde van die digitale omwenteling was natuurlijk wel dat er ook alleen maar sneller gewerkt moest worden. Vroeger had je meer tijd om je foto's te ontwikkelen, was er nog meer respect voor het metier op zich. Nu is iedereen eigenlijk fotograaf. Dat betreur ik wel een beetje.""Toch wel de jaren 80. Ik was jong en mocht alle grote sportmomenten van dat decennium fotograferen. Op het moment zelf besef je dat niet, maar het waren de leukste jaren van mijn leven. Ik kreeg grote namen voor mijn lens, maar bekommerde me tegelijk ook om de fotografie in mijn eigen Tielt. Die combinatie heb ik nooit willen loslaten. En van Roularta kreeg ik ook de ruimte om dat te doen. Net daarom blijft dit bedrijf voor mij de beste werkgever. Dichtbij, veel kansen en mijn droomjob kunnen uitoefenen. Ik heb in totaal twee miljoen kilometer voor Roularta gereden. Jobliefde, zeker?""Het was toch even wennen, moet ik toegeven. Toen ik net met pensioen was, had ik het niet altijd even makkelijk. Ik raasde aan 120 kilometer per uur door het leven, plots was dat nog aan 60. Maar nu heb ik de klik gemaakt. Ik verblijf zo'n honderd dagen per jaar in mijn huisje in Alle-sur-Semois in de Ardennen en trek er regelmatig op uit met een van mijn vijf oldtimers. Dat brengt me tot rust. En ik heb de voorbije twee jaar veel gereisd: Rome, Turkije, Amsterdam, Griekenland... In januari trek ik naar Dubai. Daar kijk ik nu al naar uit. Van het zwarte gat heb ik allesbehalve last. Ik ben ook lid van de Watewystappers in Tielt en maak nu regelmatig lange wandelingen."(grijnst) "Neen. Ik neem geen foto's meer. Hoogst uitzonderlijk schiet ik nog een beeldje met mijn smartphone, maar daar blijft het ook bij. Ik heb zelfs geen degelijk fototoestel meer! Dat kon ik me pakweg tien jaar geleden niet voorstellen. Ik heb er ook geen behoefte meer aan."(blaast) "Die optelsom kan niemand maken, onbegonnen werk. Maar één iets weet ik wel: ik heb ze stuk voor stuk met heel veel liefde gemaakt.""Dat zal ook nooit veranderen. Ik breng dan wel een derde van mijn tijd aan de andere kant van het land door, Tielt blijft mijn thuis. Hier krijg je me nooit meer weg. Als persfotograaf heb ik zo goed als elke Tieltenaar op de gevoelige plaat vastgelegd, maar moest ik overal rap-rap passeren. Ik had geen seconde te verliezen. Nu heb ik eindelijk tijd om me zelf in het Tieltse leven onder te dompelen. Ik ga regelmatig naar het cultuurcentrum Gildhof, kan op evenementen eindelijk eens bijpraten met oude bekenden... Soms voel ik me toerist in eigen stad. Een gevoel dat ik al die jaren heb moeten missen. Op dat vlak beleef ik mijn tweede jeugd.""Tja, iedereen kende Ronny van De Weekbode, hé. Ik word nu nog erg vaak aangesproken, maar ik voel dat het aan het minderen is. De jonge garde kent me niet meer, hé. Zo zie je maar, alles heeft zijn tijd. En dat is maar goed ook."