Serge Feys verliest met Jean-Marie Aerts opnieuw een zielsgenoot: “T.C. Matic was voor hem een speelplein”

Links: Serge Feys. Rechts zien we vooraan Arno, uiterst links Jean-Marie Aerts, rechtsboven Serge Feys. © DC/Archief Belga
Dany Van Loo

Jean-Marie was iemand die wist wat hij wou en zijn tijd ver vooruit was.” Precies twee jaar na het overlijden van zijn vriend Arno moet de Oostendse muzikant Serge Feys, die ook actief was bij T.C. Matic, opnieuw afscheid nemen van een muzikale compagnon de route.

“Een man met een visie, een begenadigd producer die ons perfect begreep.” Dat Jean-Marie Aerts ongelooflijk veel heeft betekend voor het succes van T.C. Matic lijdt voor Serge Feys, toetsenman in de hoogdagen van de legendarische band, niet de minste twijfel. “Jean-Marie zocht en ontdekte bij T.C. Matic iets voor hem volslagen nieuws”, vertelt Serge. “Toen Paul Decoutere, die met Arno Tjens Couter had gesticht, in 1980 de groep verliet werd hij, na een nachtje goed doorpraten met Arno, de nieuwe gitarist van T.C. Matic. Dat betekende meteen het begin van een succesverhaal. Jean-Marie had daarvoor vooral zijn strepen verdiend in het kleinkunstgenre met onder meer Raymond van het Groenewoud en Johan Verminnen, maar bij ons vond hij als het ware een heel nieuw, maagdelijk speelplein voor zijn uniek gitaarspel (lacht). Neen, gemakkelijk was hij niet: een nachtmens die wist wat hij wou en altijd bezig was met muziek. T.C. Matic had een heel eigen stijl en hij begreep onze manier van werken als geen ander. Hij tekende voor heel wat grote hits zoals “Willie”, “La Java” en “Elle adore le noir”. Naast een fantastische gitarist was hij voor ons ook de perfecte producer van drie elpees. Hij paste perfect in ons plaatje, letterlijk en figuurlijk. Kortom: hij snapte ons.”

Schuur

Dat samenwerken met Jean-Marie Aerts op zijn minst gezegd boeiend en ongewoon kon zijn, herinnert Serge Feys zich nog levendig. “Hij was echt de tegenpool van de rusteloze Arno en dat kwam de creativiteit van T.C. Matic allen maar ten goede. Arno kon als het ware een vampier zijn die alles uit je zoog en Jean-Marie begreep dat. Nadat we in Oostende qua repetitieruimte veel te klein behuisd waren, en dat is nog voorzichtig uitgedrukt, trokken we naar zijn stek in Kessel-Lo waar we vijf dagen per week, zes tot acht uur per dag repeteerden in een schuur zonder verwarming of comfort. Het waren mooie tijden met de fijne mens die Jean-Marie was. Ik wist dat hij ziek was en het blijft heel hard om afscheid te nemen van een vriend die zoveel heeft betekend”, besluit Serge Feys.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier